De covid intensive care van het Martini Ziekenhuis in Groningen.

Spanning neemt toe op de corona-afdeling van het Martini Ziekenhuis in Groningen. 'We zijn toch wel erg bang dat dit een stilte voor de storm is'

De covid intensive care van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Foto: Corné Sparidaens

Er lijkt geen einde te komen aan de tweede coronagolf. Nog altijd liggen er te veel coronapatiënten in de ziekenhuizen en de zorgen om de varianten nemen toe. Went het werken op de corona-afdeling van het ziekenhuis? Zijn er dingen veranderd? We namen een kijkje in het Martini Ziekenhuis.

Bij binnenkomst in de sluis van corona-afdeling 1D van het Martini Ziekenhuis wordt een brancard naar buiten gereden met een overleden patiënt onder een wit kleed. Wordt het na driekwart jaar corona een vertrouwd beeld? ,,Nee, dat er zo veel mensen aan doodgaan, is steeds weer vreselijk om te zien’’, antwoordt regieverpleegkundige Marianne Gerritsma even later op de vraag of het nog vol te houden is op deze afdeling.

In een van de kamers zit patiënt Jeltje Wanningen, een vrouw van achterin de 50, puffend in de stoel naast haar bed. Twee slangen in haar neus, een infuus in haar arm en nog wat slangetjes en pleisters. ,,Het valt niet mee’’, zegt ze benauwd.

Longarts Henk Kramer legt uit dat hij haar al kende voor de coronatijd, omdat ze longpatiënt is. ,,Juist daarom heb ik het hele jaar al zó voorzichtig gedaan’’, zegt ze zachtjes. ,,Maar dat het nu dan toch nog moet gebeuren. Met Oud en Nieuw moet het misgegaan zijn, ik kan niets anders bedenken. Mijn dochter mocht één vriendin laten komen. Maar wat had ik dan tegen haar moeten zeggen? Het hele jaar heeft zij ook al zo weinig kunnen doen.’’ Kramer knikt. ,,Ja, één bezoeker, dat mag natuurlijk, volgens de voorschriften.’’

Hij maakt zich best zorgen over haar, zegt hij als we verder lopen.

loading

Vijftien patiënten tegelijk

Een van de twee telefoons die de longarts in een plastic zakje meedraagt in zijn beschermingskleding rinkelt om de haverklap. Een huisarts die een nieuwe patiënt aanmeldt, een verpleeghuisarts die om advies vraagt, een arts-assistent die wil overleggen over een patiënt die snel achteruit gaat.

,,Deze ochtend toch alweer vier nieuwe aanmeldingen’’, overlegt hij met het unit-hoofd. ,,We hebben nog plek genoeg gelukkig. We hebben hier zo’n vijftig bedden op de corona-afdeling en daar zijn er nu zo’n 35 van bezet. Het kan dus nog, die vier erbij, maar vaak komen er ‘s avonds ook nog wat patiënten bij. Het moet niet ineens heel veel meer worden.’’ ,,Nee, zoals die keer toen we er ineens vijftien tegelijk kregen’’, zegt Marianne Gerritsma.

Een arts-assistent praat zittend op een rollator met harde stem tegen een 95-jarige vrouw die vrolijk voor hem zit met twee slangen in haar neus. ,,Het gaat best hoor’’, zegt ze grijnzend. ,,U had best wel veel zuurstof nodig vannacht hoor’’, zegt de arts en hij bespreekt wat medische termen met longarts Kramer. ,,Ze lijkt er best goed doorheen te komen he? Mooi toch, voor haar leeftijd.’’

Dat lijkt soms zo, zegt Kramer even later als we naar de volgende patiënt lopen. Maar het kan zomaar omslaan.

loading

‘Belangrijk om bij mijn vader te zijn’

In de kamer ertegenover zit een jongeman in beschermingspak naast een rustig slapende patiënt. Het gaat langzaam beter met zijn vader, zegt hij tegen de longarts. In een hoek van de kamer staat een stretcher waar hij of zijn broer soms slapen. ,,Ja met mondkapje en al. We vinden het gewoon belangrijk hier bij mijn vader te zijn.’’

Dat zijn vader overdag ligt te slapen, komt door een rustgevend middel dat hij vannacht heeft gekregen. ,,Dat had niet gehoeven toch?’’, vraagt de zoon aan de longarts. ,,Nu ligt hij zo lang te slapen, dat is ook niet goed voor zijn herstel. Ze kunnen ons ook ’s nachts bellen. Dan zijn we er in een half uurtje om te helpen hem weer rustiger te krijgen.’’

Kramer knikt. ,,Ik zal zorgen dat er een melding komt dat ze het anders op moeten lossen. Heel goed dat jullie als familie zo veel doen. Dat is zeker niet bij alle patiënten hier zo.’’

Twee verdiepingen hoger, op een tijdelijke intensive care, liggen drie patiënten van in de zestig en zeventig in een coma. Het beademingsapparaat laat ze rustig ademhalen. Soms klinkt er een piepje. Een vierde patiënt, aan de andere kant van het zaaltje, een wat jongere man, komt een beetje bij als de arts in de buurt komt. Hij praat wat met de patiënt, die met zijn ogen lijkt te reageren.

Er komt bezoek voor hem. ,,Dat mag gelukkig nu in de tweede golf’’, zegt de arts. ,,Dat hebben we toch wel geleerd van de eerste golf, dat helemaal geen bezoek echt niet goed voor de patiënten is.’’ Het bezoek draagt dan wel beschermingspak, masker, bril en handschoenen.

Intensivist Bert Loef legt uit dat deze tweede ic-afdeling een snel ingerichte, tijdelijke intensive care voor covid is. Hij wijst op de slangen en snoeren achter het bed. ,,We hebben niet genoeg stopcontacten, er is eigenlijk geen ruimte achter het bed, we kunnen niet goed bij de monitors. Het is allemaal niet ideaal, maar het kan.”

,,Er is ook bijna geen daglicht hier’’, wijst een andere intensivist op het enige raam in de ruimte. ,,Als je weken hier ligt in sluimerende toestand, kan daglicht heel belangrijk zijn als je bijkomt. Mensen verliezen hun besef van dag en nacht.’’

loading

Bij stervende mensen mag meer bezoek

Beneden op de corona-afdeling 1D komt intussen een vrouw in een rolstoel met een familielid op bezoek. ,,Bij stervende mensen mag meer bezoek, tot zes personen’’, legt regieverpleegkundige Marianne uit. Maar even later in de pauzeruimte overleggen de verpleegkundigen vragend met elkaar. ,,Maximaal zes personen was het toch in de stervensfase? Nu is het drie keer per dag twee… maar dat duurt nu al een paar dagen.’’

,,Maar ja, wel beter dan helemaal geen bezoek, zoals toen’’, reageert een ander. ,,Hopen dat dat niet lastiger wordt met de Britse mutatie zo meteen, als die veel besmettelijker blijkt.’’

De Britse mutant, daar maken ze zich behoorlijk zorgen over op de covid-afdelingen. ,,Nu kunnen we het werk nog aan. Maar we zijn toch wel erg bang dat dit een stilte voor de storm is’’, zegt Marianne. ,,Wat staat ons nog te wachten? Als je ziet hoe snel het nu gaat in de verpleeghuizen. We weten dat de meeste patiënten van daar ook in het verpleeghuis blijven als ze zieker worden, die komen helemaal niet naar het ziekenhuis. Ze kunnen daar al heel veel doen en veel ouderen willen niet meer naar de ic als ze verder achteruitgaan. Dat kan het lichaam op een gegeven moment niet meer goed aan. Maar als er door die Britse variant ook veel thuiswonende mensen ziek worden, kan het nog extra zwaar gaan worden.’’

loading

Het is zo onvoorspelbaar

Op de ic liggen niet de alleroudsten. ,,Zelfs redelijk jonge mensen soms’’, zegt intensivist Loef. ,,Mensen van in de veertig, zelfs in de dertig een keer. Ook zonder andere klachten. Er zijn ook slanke en sportieve mensen bij. Pas nog, iemand die samen met een vriend dagen aan het klussen was geweest. De een wordt heel ziek en ligt weken hier, de ander merkt bijna niets. Het is zo onvoorspelbaar.’’

Als we vijf dagen later weer op bezoek zijn, is het iets rustiger geworden. ,,Het neemt elke dag ongeveer met één patiënt af’’, zegt Kramer. ,,Maar dat is niet genoeg, het blijft zwaar.’’

Dat vinden de verpleegkundigen in de pauzeruimte ook. Deze middag houden premier Rutte en minister De Jonge net hun persconferentie over de avondklok. De verpleegkundigen hebben geen tijd om ernaar te kijken. ,,We horen het wel. Nee, zo’n nachtklok is voor niemand leuk. Maar wij merken hier dagelijks waarom het nodig is hè.’’

Rutte heeft het in de persconferentie over ‘nog één keer doorbijten’. ,,Nou ik moet dat nog zien’’, zegt een oudere secretaresse op de afdeling. ,,Er komen toch nog een paar piekjes vrees ik, met die Britse, Zuid-Afrikaanse en andere varianten.’’

loading

Een prettig teamgevoel

Ondanks de hoge druk kiest een deel van het personeel van andere afdelingen in het ziekenhuis er bewust voor om hier op de corona-afdeling te werken. Er heerst een prettig teamgevoel, zeggen ze, en iedereen is toegewijd, waardoor er een vrij rustige sfeer hangt.

,,Het werk hier is intensiever en emotioneler dan wat ik gewend was’’, zegt unithoofd Frouwkje Prins. ,,Anders hadden we soms ook wel eens met heel zieke patiënten te maken die plotseling achteruit konden gaan, maar nu met covid zijn dat geen incidenten meer.’’ ,,Het onvoorspelbare grijpt je soms aan’’, voegt haar collega Josine Bolt toe. ,,Je kan niet vertrouwen op je klinische blik. Patiënten lijken goed en dan ineens helemaal niet meer.’’

,,Ja, dan komt iemand binnen met een paar liter zuurstof, dat valt hier nog best mee. Maar dan zie je hem in één keer achteruit gaan en moet ie plots sneller dan je dacht naar de ic’’, voegt Nick van Strijkel toe. ,,En soms moet je plotseling afscheid van iemand nemen’’, zegt Prins. ,,Dat is echt anders dan anders. Op andere afdelingen komt bij mensen in de laatste fase het ene bezoek na het andere. Hier is daar soms gewoon de tijd niet meer voor, dan is het al heel wat dat één naaste nog afscheid kan nemen.’’

Het is inderdaad dankbaar werk, zegt een helpende in de koffieruimte ernaast. ,,Je kan hier veel betekenen. Soms is het lastig en het hoort er natuurlijk ook bij dat we overleden mensen moeten afleggen. Maar een deel knapt gelukkig ook op. Dan mag ik iemand helpen met douchen die net weken op de ic heeft gelegen en hier terugkomt. Dat is echt genieten.’’

Longarts Kramer neemt op zijn kamer een paar patiënten door met een arts-assistent. Enkele 80-plussers hebben het bijzonder moeilijk. Maar er zijn ook lichtpuntjes deze middag. ,,Mevrouw Wanningen gaat nu beter hé? Die heeft duidelijk de bocht genomen. Ik heb haar eerlijk gezegd dat ik bang was dat het mis zou gaan met haar. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.’’

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus
Aanrader van de redactie
menu