Studentenhuizen en corona: 'We doen elkaar niet in bad, maar voor de rest zijn we een huishouden'

Studentenhuis Mekozi aan het Jozef Israëlplein in Groningen. Foto: Jaspar Moulijn

Een studentenhuis lijkt in alles op een huishouden. Studenten wonen er samen, koken er samen, delen wc, douche en keuken. Toch moeten ze afstand bewaren. Op straffe van 390 euro boete.

Wonen aan het JIP (Jozef Israëlsplein) in de Groningse Schildersbuurt geldt al jaren als het walhalla voor studenten. Op de hoek zit een slijterij, een vioolbouwer geeft het plein iets extra karakteristieks en even verderop zit buurtwinkel Benny’s. Studenten voetballen op het plein of ze zitten er gezellig buiten. Dicht tegen elkaar aan, biertje erbij, stokbrood met lekkere dingen. Wie maakt ze wat?

Het coronavirus misschien?

Nee. Het is rustiger aan het plein, er raast minder verkeer overheen, de stilte van de stad geldt ook hier. Maar gevoetbald wordt er nog steeds, de studenten hangen met het prachtige voorjaarsweer op de stoep. De bank uit de woonkamer naar buiten, een kratje bier binnen handbereik.

‘Het is een beetje onduidelijk’

Zo ook bij het Vindicathuis Mekozi (‘nee, we zeggen niet waar die naam vandaan komt’), gevestigd in een oude bakkerszaak. De gemeenschappelijke ruimte zit op de begane grond, in de voormalige winkel. Elf jongens tussen de 18 en 24 jaar wonen er, onder wie vierdejaarsstudent Hidde (22).

,,Het is een beetje onduidelijk. We zijn natuurlijk geen gezin, maar we onderscheiden ons niet van een gezin. Binnen delen we alles, behalve dan dat we elkaar niet in bad stoppen of zo.’’

Volgens hem vindt ook de politie het onduidelijk. Die rijdt wel eens voorbij als zij met een groep jongens voor de deur zitten. De politie maakt een praatje, net als buurtbewoners soms doen. ,,Het ziet eruit of wij de regels aan onze laars lappen, maar dat is niet zo. Van buiten zie je niet dat wij hier met zo veel mensen wonen.’’

Dicht tegen elkaar aan op de bank

Studentarts Maarten Goedhart in Groningen woont toevallig ook in de Schildersbuurt. Hij loopt geregeld een rondje met zijn hond door de buurt en ziet in de Taco Mesdagstraat avond aan avond een meisjesstudentenhuis waar de bewoners dicht tegen elkaar aangekropen op de bank zitten. ,,Dekentje erbij, lekker chillen en Netflix kijken’’, is zijn inschatting.

Op eerste paasdag zag hij iets verderop een lange tafel op straat waaraan een hele groep studenten zat te ontbijten. ,,Dan denk ik wel: moet ik hier iets van zeggen? Natuurlijk zijn studentenhuizen ook huishoudens, maar blijven ze ook binnen als gezin? Waaieren ze niet uit?’’

,,Wij zijn in quarantaine’’, zegt Hidde van het studentenhuis aan het JIP. ,,We hebben geluk dat we met zo veel jongens samen wonen. We hebben hier thuis genoeg vermaak en plezier.’’

Bezoek laten ze spaarzaam toe. Een enkeling heeft een relatie, die soms langskomt. ,,We doen ons best’’, zegt Hidde. ,,We voetballen alleen met elkaar, we spelen bordspellen, we schaken en kijken films.’’

Studenten zijn grote pubers

Studentarts Goedhart weet het zo net niet. ,,Ik denk dat grote studentenhuizen toch uitwaaieren over de stad, terwijl het advies is om thuis te blijven, uit elkaars buurt te blijven. De maatregelen zijn niet bedoeld om hun te beschermen, maar de kwetsbare groep van ouderen.’’

Hij noemt studenten grote pubers. ,,Ze leven in een andere denkwereld. Pubers luisteren selectief. Om ze toch te laten luisteren, snap ik dat er boetes worden uitgedeeld.’’

Hij zou die niet uitdelen aan de netflixende of ontbijtende studenten. Wel aan groepjes studenten die in het Stadspark of het Noorderplantsoen hangen. ,,Of weet je wat ik van de week zag aan het Hoge der A? Een groep van vier studenten die samen dronken uit een fles wijn. Zonder glazen. En die steeds een stukje met de zon mee verplaatsten. Dat kan echt niet.’’

menu