Ina Oortwijn loopt haar laatste trainingskilometers alvorens zaterdag aan haar heldentocht te beginnen.

100 kilometer hardlopen door Oost-Groningen. Deze zes sportievelingen gaan zaterdag terug naar de oertijd van de Run

Ina Oortwijn loopt haar laatste trainingskilometers alvorens zaterdag aan haar heldentocht te beginnen. Foto: Harry Tielman

Zes mannen en een vrouw rennen zaterdag 100 kilometer door Oost-Groningen. Ze keren zo terug naar de oertijd van de wedstrijd de Run.

De Run, de hardloopwedstrijd over 100 kilometer door Winschoten, gaat zaterdag vanwege de coronacrisis niet door. Maar dat weerhoudt Ina Oortwijn er niet van toch die immense afstand te rennen.

Ze doet dat niet over het wedstrijdparcours van 10 kilometer dat sinds jaar en dag door Winschoten loopt en dat dus tien keer afgelegd moet worden. Nee, ze zoekt het parcours van de allereerste editie van de Run, die van 1976, op. Toen moest één grote ronde door heel Oost-Groningen worden gelopen en doorkruisten de atleten, gestart in Winschoten, vele dorpen en deden ze zelfs Stadskanaal aan.

De heroïek van destijds

De 52-jarige Oortwijn, die in Annerveenschekanaal haar brood verdient als medisch pedicure en sportpodoloog, was nog een kind in 1976. Van die eerste Run kreeg ze niets mee, aan hardlopen deed ze toen nog niet. Die sport ontdekte ze pas veel later en toen ook las en hoorde ze over de eerste Run, over de heroïek van destijds. Ze hoorde er vooral ook over omdat ze lid werd van de atletiekclub Aquilo, de organisator in 1976.

,,En ik hoorde erover omdat ik zelf ging meedoen aan de Run’’, vertelt Oortwijn. ,,Twee keer legde ik de volledige 100 kilometer af en komende zaterdag had ik dat ook willen doen. Het had de 45ste editie moeten worden. Ik was al flink aan het trainen toen de coronacrisis kwam en het evenement werd geschrapt.’’

Alles dreigde vergeefse moeite te zijn geweest

Haar teleurstelling was groot. Zoveel kilometers had ze al gerend, zo vaak had ze zich mentaal al geprepareerd op die immense afstand, dat alles dreigde vergeefse moeite te zijn geweest. ,,Maar toen begon ik te denken aan dat eerste parcours, hoe bijzonder het zou zijn dat 45 jaar later nog eens af te leggen. En ik besloot dat daadwerkelijk te gaan doen.’’

Met als gevolg dat ze zaterdagochtend om 8.00 uur in Winschoten aan haar monstertocht begint. Ze doet dat niet alleen. Haar clubgenoten Jan Parijs, Dick Abee, Jaap Engelage, Peter Niewold, Harry Bleeker en Bert Koens wagen zich ook aan de grote klus. ,,En na 50 kilometer stappen Norbert en Ikkelien Cornelis in; zij lopen de helft van de afstand.’’

Ommelanderwijk

Beerta is het eerste dorp dat Oortwijn en de zes mannen na het verlaten van Winschoten aandoen. Finsterwolde is het volgende, daarna zien ze onder meer Bellingwolde en Wedde, Veele en Onstwedde, Stadskanaal en Ommelanderwijk, on uiteindelijk via Westerlee en Heiligerlee terug te keren in Winschoten.

Ze rennen door het polderlandschap van het Oldambt met zijn eeuwige wind, de bossen van Westerwolde en de nuchtere, rauwe Veenkoloniën. Ze rennen allen hun eigen tempo en weten steeds drie auto’s in hun buurt, met daarin begeleiders en voldoende proviand.

‘Pfff, het is een heel eind’

De zeven rennen waar op 25 september 1976 op de kop af 77 mannen en vrouwen liepen. Zij startten om 3 uur ‘s nachts, renden door de ochtendmist, zagen een vale zon opkomen en verbaasde boeren en burgers naar hen kijken. Hans van Kasteren kwam als eerste over de finish in Winschoten, na 6 uur en 45 minuten.

Zo snel zal Oortwijn niet lopen zaterdag, maar ze hoopt wel op dat heroïsche gevoel dat die allereerste Run-lopers ook met zich meedroegen. Ze verheugt zich op haar monstertocht, maar is er ook een beetje bang voor. ,,We hebben de afstand het afgelopen weekeinde gefietst... Pfff, het is een heel eind.’’

menu