Het Bijvoetpad in Borger

Borger, meer dan een hunebedhoofdstad

Het Bijvoetpad in Borger Foto: Max de Krijger

Thuis in het Noorden loopt het Bijvoetpad in en rond Borger, met het Hunebedcentrum als startpunt. Hunebedden vormen een uniek uithangbord voor Drenthe, maar er is natuurlijk veel meer dan deze stokoude graven.

Daar liggen ze. Een soort massagraf. Drie hunebedden zo dicht bij elkaar. De D23, D24 en D25. Uit de trechterbekercultuur, van 4.350 tot 2.800 voor Christus. Dat is best oud.

Ruiming van de graven heeft er in al die duizenden jaren niet in gezeten. Was ook onnodig veel werk misschien. Dat is mooi, want ook op deze zonnige maandagochtend trekken de stenen graven aardig wat belangstellenden. Wandelaars houden automatisch een stop. Fietsers stappen af en lopen om de hunebedden heen. Soms voelen ze even, alsof er contact wordt gezocht met de mensen die duizenden jaren geleden leefden in dit gebied.

Een serene stilte hangt er bepaald niet op deze begraafplaats uit een ver verleden. Kom jongens, op de foto! Of een selfie met een graf op de achtergrond. Dat zie je vast niet vaak op de gewone begraafplaatsen. Maar Borger, de Hunebedhoofdstad, is geen gewone begraafplaats. Liefst 18 van de 52 Drentse hunebedden zijn in de gemeente Borger-Odoorn te bewonderen. De enorme stenen zijn in de ijstijd uit Scandinavië komen afzakken. Nu liggen ze te blinken in de zomerzon.

De hunebedden liggen hier dik bezaaid

De hunebedden liggen hier dik bezaaid; al bij de start bij het Hunebedcentrum zagen we de D27, dat is zelfs de grootste van allemaal. Gebouwd zonder machinerie, best een wonder. In het museum wordt het verhaal verteld over deze mysterieuze Megalithische graven en het volk dat ze heeft gebouwd. Wie, hoe, waarom?

Op een infobordje bij D23, D24 en D25 staat een antwoord. Mensen werden dicht bij elkaar begraven. Zo kon men contact houden met de voorouders. De hunebedden zijn eeuwigdurende bakens voor de levende gemeenschap. Ze liggen als een lijn in het landschap. Mogelijk langs een verbindingsroute van destijds. Niet voor niets wordt de altijd drukke autoweg N34 nu Hunebed Highway genoemd. Gelukkig ligt die weg ver weg genoeg.

loading

Na een paar honderd meter passeren we alweer twee hunebedden, de D21 en D22. Met toeschouwers. Ook wij moeten gewoon nog een keer stoppen. Daarna wordt het stil. Geen hunebedden meer en dus ook geen dagjesmensen die de laatste rustplaatsen willen zien. Vanaf nu is het Drents landschap ons decor.

Het Bijvoetpad telt bijna 14 kilometer, de eerste 5 zitten erop. De bijvoet is een plant die zijn naam dankt aan het verhaal dat de Romeinen bladeren van de bijvoet in hun sandalen stopten om voetproblemen te voorkomen die ze geregeld opliepen tijdens de lange dagmarsen van de legioenen. Ze kregen blije voeten van de bijvoet.

Via een heerlijk achterdeurtje piepen we Drouwen uit

De wandelroute is afwisselend. Na de hunebedden lopen we nu door Drouwen., met de expositieboerderij Versteend Leven, waar je een groot assortiment mineralen, fossielen, sieraden en schelpen uit de hele wereld kunt zien. Nog meer versteende historie dus in Drenthe. Via een brede hoofdingang kwamen Drouwen binnen, via een achterdeurtje piepen we er weer stiekem tussenuit: een heerlijk zandpad langs de rand van het bos. Het Drouwenerzand is dit. Een uitgestrekt bos- en heidegebied tussen Drouwen en Gasselte. Het stuifzandgebied is nu de trots van de streek, vroeger was het een doorlopend gevecht om de verstuiving tegen te gaan.

Een weids uitzicht over akkers is het zicht de andere kant op. Na de Kampveenweg en de Stobbenweg lacht ophaalbrug Bronnegerveen ons toe, hij ligt over het kanaal Buinen-Schoonoord. Het water wordt straks onze route naar de finish, maar eerst buigen we nog even af richting Bronneger.

Volgens een legende heeft hier de ‘hoogbeschaafde stad Hunsow’ gelegen. En nu komt het: hij is gebouwd door reuzen en later door mensen bewoond. En weer stuiten we op Scandinavische invloeden in Drenthe: de Noormannen zouden de stad in de jaren 809 en 810 hebben verwoest. Al eeuwenlang wordt gezocht naar sporen van deze verdwenen stad Hunsow.

Landbouwer Hingstman uit Bronneger, amateurarcheoloog, beweert dat Hunsow op zijn landerijen moet hebben gelegen. Dat is nooit bewezen. Wel zijn hier sporen gevonden van een nederzetting uit de Romeinse tijd. Een leuke bijkomstigheid: we missen het bijvoetblad, maar krijgen toch nog iets Romeins mee.

loading

Gelukkig houden Drenten van bewaren

Daar is het kanaal weer. Al sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is hier geen scheepvaart meer. Gelukkig houden de Drenten van bewaren. Niet alleen van oude graven, maar ook van kanalen die geen functie meer hebben. Het is nu een prachtig lint door het landschap. Met oude sluizen die niet meer worden gebruikt.

Het pad voert langs de rand van de akkers. Op de overgang van water naar land. In de verte is Borger te zien. De kerk uit de 14de eeuw, opgetrokken uit kloostermoppen en rustend op een fundering van zware veldkeien, is het baken.

Twee kunstzinnige mammoeten lijken de doorgang naar onze finish te verhinderen. Ze staan strijdvaardig langs de weg. Via Openluchttheater De Speulkoel komen we in de tuin van het Hunebedcentrum. Het ligt vol stenen. Naambordjes geven informatie over de vele soorten. Buizenzandsteen, uit het zuiden van Zweden. En ook het roodachtige Smalandgraniet. Ze zijn er in veel soorten en maten.

Opeens voelen we een sterke drang. We willen stenen stapelen. Voor een eigen hunebed. Een kleintje. De D55.

menu