Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag: Cor Kremer (1959 - 2018) uit Schildwolde.

Misschien zeggen de paar woorden van het meisje wel meer dan alle andere. „Cor, Ik vind het jammer dat je dood bent, ondanks wat je met mijn oma hebt gedaan”, schrijft ze op een A4-tje dat tjokvol staat met herinneringen aan Cor Kremer.

Tientallen leerlingen van scholen in de wijken Selwerd en Tuinwijk in Groningen penden hun medeleven op. Een hele stapel A4-tjes bereikte Gerda Kremer in de dagen en weken nadat haar man, wijkagent Cor Kremer afgelopen 14 maart overleed.

Kremer kende de stadswijken als zijn broekzak

Misschien had hij haar bekeurd, de oma uit het kleine verhaaltje met de grootse zinnen. Of in de cel gestopt. Het moest soms - ook dat was zijn werk, bijna veertig jaar lang. Ja, als hij echt streng moest zijn, dan kon hij het. Maar liever, veel liever dan dat hij beboette of berispte, zocht hij de harmonie, agent Kremer.

Een man die zijn wijken - behalve Selwerd en Tuinwijk, zijn laatste wijken, werkte hij in de Groningse binnenstad, Kardinge, de Oosterpark, de Woonschepenhaven, de Korrewegwijk - kende als zijn broekzak.

Dachten onverlaten die wat hadden uitgevreten hem te slim af te zijn door hem af te schudden in een achtervolging? Dan stond de agent ze gewoon thuis op te wachten. Met de lach van een boef. Een ondeugende die maakte dat hij met alles wegkwam. Die het goede in anderen weerspiegelde bovendien. Ook al hadden ze iets slechts gedaan; hij keek voorbij de schaduw, net zo lang tot hij het licht in iemand zag.

Betrokken, behulpzaam, grappig, goedlachs

Een aneurysma werd hem fataal, die woensdagmiddag 14 maart. In de sporthal van de Vensterschool in Selwerd werd hij onwel tijdens een activiteit voor de jeugd. Op een houten bank zat hij te kletsen met een van de aanwezige jeugdwerkers.

Ze hadden elkaar jolig gedag gebokst, zoals dat gaat. Mannen onder elkaar. Beetje stoeien, dan een praatje. Tot hij opeens opzij viel, bovenop de tas van de man. Die grapte nog: het moet niet gekker worden, dat je nu ook al mijn tas gaat afluisteren.

Het kordate optreden van jeugdwerkers, politie- en ambulancemedewerkers ten spijt; Cor Kremer overleed ter plaatse. Een overlijdensbericht van de Politie Stad & Haren op Facebook leverde niet minder dan 841 reacties op. De strekking: Cor was betrokken, behulpzaam, grappig, goedlachs, barmhartig. En wereldberoemd in Groningen.

Agent uit roeping

Geboren in Den Andel, in een christelijk gezin met elf kinderen, groeide hij op in Roodeschool. Met een vader bij de Rijkspolitie zag hij al vroeg wat de opties waren in het leven: je werd crimineel of je werd agent. Hij koos voor het salaris, zou hij later nog vaak grappen tegen wie het horen wilde.

Zijn toehoorders wisten wel beter: het was zijn roeping, hij kon en wilde niets anders zijn dan de agent in de eeuwige polo met korte mouwen en de eeuwige kop groene thee in de hand.

Ja. Altijd korte mouwen. Altijd groene thee. Altijd eten. Altijd energie. Nooit moe. Nooit een oordeel. Zijn vrouw Gerda (57) en vier kinderen Jeroen (37), Marcel (35), Diana (30) en Grian (28); ze bewonderen en koesteren het. Al was het heus ook wel eens irritant, zo’n eigenwijze onverbeterlijke optimist in huis. Die meestal nog met lawaai binnenkwam ook, waar hij ook verscheen. Ach, uiteindelijk moesten ze er altijd om lachen.

Hij koos er voor, een leven in positiviteit. ‘Ik wil niet chagrijnig zijn’, zei hij dan.

Met eenzelfde overtuiging veroverde hij zijn Gerda, het meisje dat hij op het Gomarus College in Groningen ontwaarde. Op een goede dag zette hij zijn belangrijkste achtervolging in; hij liep haar mooie benen achterna op het station. Zij moest er maar weinig van hebben, toen nog.

Dus bedacht hij een list; zoals hij later zijn schavuiten in de wijk vaak te slim af zou zijn, was hij nu zijn liefde een stapje voor: hij zette onverzettelijk koers naar de kwekerij van haar vader, waar hij zijn ontwapenende opwachting maakte.

Twee keer naar de kerk op zondag

Een jaar later kregen ze verkering. Ze trouwden in 1980, verhuisden naar Ten Boer en later naar de landerijen van Schildwolde, waar ze de afgelopen negen jaar het leven zonder thuiswonende kinderen ontdekten. Het geloof, waar ze elkaar ooit in vonden, bleef tot het laatst een houvast. Elke zondag ging hij twee keer naar de kerk, waar hij rust vond en vertrouwen.

Dat rotsvaste vertrouwen in dat het altijd wel goed kwam. Dat het niets dan goed was, het leven met zijn Gerda, zijn vier kinderen, hun partners en zeven kleinkinderen. Want, zo wist de boef van een agent als geen ander: de liefdaad is toch altijd sterker dan de misdaad.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen