Jantine Tammes (1871 – 1947), de eerste vrouwelijke hoogleraar van Groningen, werd woensdag 150 jaar geleden in de Peperstraat in Groningen geboren. Het ziekelijke en verlegen meisje bezat een ijzeren wilskracht en een ‘dorst naar weten’.

Begin vorige eeuw moeten Groninger boeren toch – in het begin althans – met opgetrokken wenkbrauwen naar de docent hebben gekeken die hun tijdens een bijeenkomst van het landbouwkundig genootschap over de nieuwste inzichten op het gebied van genetica van planten en gewassen vertelde. De leden kregen onderricht van … een vrouw? Maar ze wint hun aandacht. En respect.

Dochter van chocoladefabrikant had een ontzettende ‘dorst naar weten’

Wetenschapshistoricus Ida Stamhuis (69) uit Haren schrijft een biografie over de dochter van een cacao-fabrikant. ,,Ze was de vierde in een gezin van vijf. In hetzelfde jaar ging Aletta Jacobs als eerste vrouw aan de universiteit studeren. Tine had nog een oudere zus en de rest waren broers. Niemand had een intellectuele opleiding. Haar vader had zich van banketbakkersknecht opgewerkt tot chocoladefabrikant. Studeren was in het gezin dus niet gangbaar. De drang moet ongelooflijk sterk zijn geweest. Ze ging eerst naar de middelbare meisjesschool, een soort havo. Na die tijd kreeg ze bijlessen van de directeur van de hbs in Groningen. Hij zou hebben gezegd dat hij nog nooit een meisje met zo’n dorst naar weten was tegengekomen.’’

In 1890 schrijft ze zich in bij de universiteit. Ze mocht wel colleges volgen, maar geen examens afleggen. Groningen telt in die tijd 415 studenten, waarvan elf vrouw. Tammes richt zes jaar later met anderen een wandelclub op die uitgroeide tot de Groninger Vrouwelijke Studentenclub – die in 1912 de naam Magna Pete krijgt – de oudste vrouwelijke studentenvereniging van Nederland.

loading

Tammes werd de tweede vrouwelijke hoogleraar van Nederland

Ze krijgt onder meer botanische les van hoogleraar Jan Willem Moll. Hij zag blijkbaar veel in de leergierige Tine en zet zijn ‘old boys netwerk’ voor haar in. Ze verricht genetisch onderzoek in de plantkunde, vooral vlas. Ze schrijft talloze wetenschappelijke publicaties die ook in het buitenland de aandacht trekken. Uiteindelijk krijgt ze in 1912 een eredoctoraat. Het bij de minister aangevraagde hoogleraarschap ligt nog jaren in zijn la te verstoffen. Maar in 1919 wordt ze dan toch de tweede vrouwelijke hoogleraar van Nederland, na Johanna Westerdijk (1883 – 1961).

Stamhuis: ,,Ze moet enorm vasthoudend zijn geweest, hoewel haar gezondheid haar nogal eens in de weg zat.’’ Tine woonde een groot deel van haar volwassen leven bij haar ouders en zou nooit trouwen. ,,De eerste vrouwen in de wetenschap waren meestal niet getrouwd. Ze wisten: dan is het afgelopen met mijn carrière.’’

Na de dood van haar ouders woont ze bij haar eveneens ongetrouwde broer en neef. Wanneer ook zij overlijden, zet ze een advertentie in de krant dat zij twee kamers beschikbaar heeft. ,,Ik sprak met studenten van toen die bij haar introkken. Zij vertelden dat zij het als haar plicht zag die ruimte ter beschikking te stellen, omdat de woningnood vlak na de oorlog erg hoog was. Kijk, dat vind ik mooi.’’

Help de biograaf met informatie over Tammes

De biograaf kwam medio jaren negentig voor het eerst met Tammes in aanraking. ,,Een collega van de Utrechtse Universiteit wees me erop. Hij zei: ‘dat is wel een onderwerp voor jou.’ Hij dacht natuurlijk: ‘Tammes is een vrouw, dat vindt zij vast wel interessant. Maar ik deed het mede, omdat ik net als Tine uit het Noorden kom. Ik ben sinds enkele jaren met pensioen en ik dacht: kom, nu moet het er maar eens van komen.’’

Ze is nog dringend op zoek naar informatie over Tammes. ,,Ik doe een oproep aan eenieder die over informatie beschikt contact met mij op te nemen.’’

Mailadres Ida Stamhuis. i.h.stamhuis@vu.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Universiteiten