Tommy Wieringa schrijft voortaan columns voor NRC

Tommy Wieringa volgt columnist Bas Heijne op in de NRC. Zaterdag stond de laatste column van Wieringa in deze krant. Wieringa, waarom?

Drie of vier kranten per dag leest Tommy Wieringa (Goor, 1967). ,,En alles wat er verder bij komt aan boeken, tijdschriften, online, de achterkant van het hagelslagpak. Dan blijft er altijd wel iets hangen om een column over te schrijven.’’

Vlerk

Afgelopen donderdag bleef Klaas Dijkhoff hangen, de fractievoorzitter van de VVD die een toespraak over bijstandsgerechtigden had gehouden. ,,Ik had er al over gelezen in de kranten, maar ik heb de hele speech nog even terug gezien op internet. Die was nog erger dan ik dacht. Wat een vlerk is deze Dijkhoff. Hij ging door voor een groot politiek talent, maar het is helaas een parvenu. Het is ernstig en kwalijk wat deze zogenaamde liberaal-democraat allemaal uitkraamt.’’

Wat Wieringa dan doet, is zijn afkeer en boosheid verpakken in 500 woorden, te lezen in de zaterdagbijlage van deze krant, het AD en andere regionale kranten. Zijn column over Dijkhoff is de laatste die hij voor deze kranten schrijft. Er lag een kaper op de kust, te weten NRC Handelsblad die een opvolger zocht voor zaterdagcolumnist Bas Heijne.

Invloedrijk

Nee, sprak Wieringa aanvankelijk stellig en trouw aan zijn noordelijke wortels (daarover zo meer). ,,De column die ik nu heb, heeft de beste verspreiding die je kunt bedenken.’’ Ondanks zijn nee liet de vraag hem niet los. Zou het niet fantastisch zijn: schrijven voor de NRC, voor een hyperkritisch publiek op de plek van Bas Heijne die in zijn ogen zeer invloedrijk is. De NRC kon evenmin uit de voeten met Wieringa’s negatieve antwoord en trok opnieuw aan de bel. ,,Ik ben stormenderhand veroverd’’, zegt Wieringa.

Hij ging overstag na lang nadenken. De column die hij voor het AD en de regionale kranten schrijft, is voor hemzelf een onzichtbare column. ,,Geen van mijn vrienden leest mijn column, omdat ze de kranten waarin-ie verschijnt niet lezen. Ik ontvang die kranten zelf ook niet en bovendien heb ik geen idee hoe goed mijn column wordt gelezen. Ik kreeg weinig respons, weinig weerklank.’’

Griezelig

En Wieringa wil wél reuring, dialoog en discussie. ,,Het zijn interessante tijden, er staat veel op het spel. We leven al meer dan zeventig jaar in vrijheid en democratie, maar mensen lijken de voorspoed soms beu. Ik ontmoet vermoeide democraten in wie ik een geweldsbehoefte meen waar te nemen.’’ Griezelig, vindt hij en de moeite van het aanroeren meer dan waard.

Diever is mijn redding geweest

Hij is het van huis uit gewend. Zowel zijn ouders als zijn stiefmoeder waren mensen met sterke opvattingen. Politiek maatschappelijke onderwerpen kwamen veelvuldig voorbij, aan tafel werd altijd gepraat, hardop gedacht. Wieringa werd als jongen van 15 van de Vrije School in Zutphen gestuurd, zoals eerder al twee vrienden van hem, die daarna hun heil vonden op de middelbare school in Diever. Hun moeder en de schooldirecteur ontfermden zich ook over Wieringa. ,,Diever is mijn redding geweest.’’

Hij ging rugbyen bij buurdorp Dwingeloo – wat hij tot vijf jaar geleden bleef doen –, studeerde een paar jaar geschiedenis in Groningen, strandde en stapte over op journalistiek in Utrecht. Zijn stage liep hij in 1994 bij het Nieuwsblad van het Noorden, in Groningen. ,,Die hele stage was een aaneenschakeling van rectificaties.’’ Hij schiet in de lach. ,,Ik wilde romans schrijven en werd journalist zodat ik een achtervang zou hebben. Ik nam het niet heel nauw met de realiteit, ik was een onschuldig soort Diederik Stapel van de journalistiek.’’

Nationale humeur

Vlak na zijn stage debuteerde hij met Dormantique's manco waarna tal van romans volgden waaronder Joe Speedboot, Dit zijn de namen en De heilige Rita. Sinds vijf jaar schrijft hij de column voor onder meer deze krant. Tussen het schrijven door leest hij. Bas Heijne is een van zijn favorieten. ,,Die bepaalt een deel van het nationale humeur op de zaterdag’’, zegt hij. Dat stokje neemt hij graag over. Hij schrijft over wat hij wil, – ,,De breedte van het leven’’, zegt hij – of het nou gaat over de wrede jacht op ganzen, over Erdogan of over Dijkhoff. Hij hoort erover, windt zich op en zet zich aan het schrijven. Hij kan niet zeggen wat hij er precies mee voor ogen heeft, maar het schurkt aan tegen het duiden van de werkelijkheid. Wie had dat in 1994 durven denken?

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.