Achter het behang #40: Tot ons geluk blijken de eieren op

Illustratie: Infographics DvhN

Na zes weken op elkaars lip is het meivakantie en nog steeds blijven we thuis: de laatste loodjes tot de scholen opengaan. Verslaggever Maaike Borst schrijft dagelijks over haar gezin in coronatijd.

,,Zo, weer een uur voorbij.’’ Mijn nichtje kijkt naar de klok en zucht. Het is fijn dat ze bij ons logeert en even in een andere omgeving kan zijn. Het vervelende is: ook hier is niks te doen. Zeker niet als het regent.

Ze is dertien. Ze heeft wekenlang thuis keihard aan school gewerkt (zo hard dat haar door corona duimendraaiende ouders niet goed wisten of ze jaloers of bezorgd moesten zijn) en heeft nu vakantie. Anders dan haar broertje en neefjes heeft zij ook na 11 mei nog geen zicht op weer naar school gaan en samenzijn met haar vriendinnen. Wel op nog meer digitaal werk.

Haar neefje (kleine broer) vroeg haar een uurtje geleden om een knikkerbaan met hem te maken en zo stapelde ze een tijdje blokken en houten banen en zette oranje kegeltjes neer die de kleuter met zijn knikkers kon omrollen. Hij stuiterde om haar heen en zij staarde wat voor zich uit. Daarna ging ze weer aan tafel zitten en zei: ,,Zo, weer een uur voorbij.’’

Ik verveelde me op mijn dertiende ook zonder corona al. Toen was ik het zelf die me in een sociaal isolement plaatste. Mijn voornaamste activiteit was het spelen van het meditatieve tafeltennis-computerspelletje Pong op de pc. Mijn sociale leven op school was een lastige combinatie van niets zeggen, niet opvallen en toch zorgen dat je niet alleen stond in de pauze.

Ik had als dertienjarige een corona-quarantaine van harte toegejuicht. Als je geen sociaal contact kunt hebben, hoef je het ook niet te vrezen.

Mijn nichtje is een socialer soort puber. Ze houdt van school en mist het. Ze heeft veel vriendinnen en die mist ze. Ze houdt ook van lezen maar dat heeft ze zelfs voor een boekenwurm al echt te veel gedaan. We besluiten dan maar om een cake te gaan bakken: een van de weinige activiteiten waar pubers én kleuters blij van worden.

Tot ons geluk blijken de eieren op te zijn zodat we even naar de winkel kunnen wandelen. Kleine broer springt met zijn laarzen in de plassen en mijn nichtje weet nog dat ze dat vroeger ook altijd deed. Zo is er weer een uur voorbij en, hoera, die cake moet ook nog 50 minuten in de oven.

We komen de middag door. Daarna zal ik de systeembeheerder vragen of Pong eigenlijk nog bestaat.

menu