Ambulancemedewerkers brengen een brancard naar de dichtstbijzijnde spoorwegovergang.

Treinramp Winsum: die beelden raak je nooit meer kwijt. Ook niet na veertig jaar

Ambulancemedewerkers brengen een brancard naar de dichtstbijzijnde spoorwegovergang. Foto: Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven

Altijd kijken ze opzij naar het spoor als ze over de Winsumerstraatweg rijden. Naar de plek waar op de kop af 40 jaar geleden twee treinen frontaal op elkaar botsten. Met negen dodelijke slachtoffers en 21 zwaargewonden tot gevolg. ,,Die beelden raak je nooit meer kwijt.’’

John Smit stapt op vrijdagmorgen 25 juli 1980 in Winsum op de trein en gaat op zijn vaste plek zitten in de achterste coupé. Ze zitten met z’n drieën bij elkaar, de vierde die altijd aanschuift in de trein van half acht ’s ochtends - een collega van Smit bij verzekeraar AGO in Groningen - ontbreekt. Hij heeft toevallig een dagje vrij.

Even buiten het dorp rijdt de trein dichte mist in. Ze horen de claxon van de Blauwe Engel. ,,Niet normaal, wat een lawaai. We dachten dat er weer koeien op de weg zouden lopen, dat gebeurde wel vaker.’’ Met gierende remmen mindert de trein vaart, direct gevolgd door een enorme knal. ,,Daarna was het eerst doodstil. Ik hoorde een vogeltje fluiten. En toen begon het: gegil, geschreeuw, hulpgeroep. Steeds luider.’’

Gevlogen

Door de klap belanden Smit - toen 25 jaar - en zijn medereizigers in het halletje. ,,Met bank en al daarheen gevlogen, we zaten bovenop de deuren.’’ De drie maken het goed, maar andere reizigers in de achterste wagon zijn gewond. Wonden en botbreuken. Smit is EHBO’er en bedenkt zich geen moment: mensen helpen. ,,Ik ben direct gaan kijken wie het meest hulp nodig had.’’

loading

De coupé is al gauw leeg, hier lijken passagiers de klap het minst te hebben gevoeld. ,,Veel mensen waren in de war, renden het veld in, weg bij de trein’’, blikt Smit terug. Hij wordt geroepen om te helpen bij het tweede rijtuig. Daar ligt de conducteur bewegingsloos op de grond. Maar ze krijgen de tussendeur niet open en proberen buitenom te gaan. ,,Ik kijk naar het voorste treinstel en denk: hier klopt iets niet. Geen koe te zien. En de trein was veel te lang. Toen kreeg ik pas in de gaten dat er twee treinen in elkaar zaten, dat het een frontale botsing was.’’

EHBO’ers

Smit doet zijn verhaal op de rampplek, met Dirk Wieringa en Lou Guikema. Deze twee mannen waren in de buurt, verleenden eerste hulp en assisteerden later de toegesnelde hulpdiensten. De herinneringen zijn scherp, ook al is het 40 jaar geleden.

Aangekomen bij de voorste coupé twijfelt Smit of hij wel naar binnen moet gaan. ,,Overal lag diesel en er waren vonken. Maar mensen schreeuwden om hulp. Een man met een bebloed hoofd was de kluts kwijt, riep alleen maar om zijn tas. Ik verbond zijn hoofd met een rolletje verband dat ik altijd bij me had. Dat was destijds gebruikelijk voor een EHBO’er.’’

Smit weet niet wat hij ziet als hij verder kijkt in het zwaarst getroffen deel van de trein. Twee dames ingeklemd tussen staal. ,,Een was stil, de andere jammerde. Overal gewonden. De helft van de coupé was nog begaanbaar, maar daar keek je op tegen de stalen hondenkop van de andere trein.’’ Naast de kop vond hij een tienermeisje, gevangen in staal. ,,Net of ze in een cel zat. Ze had nergens last van, zei ze. Maar ze kon er niet uit. Opeens kwam er ook een stem uit de stalen massa: Help me, het doet zo zeer. Volhouden jong, zei ik. De brandweer komt eraan.’’

Vanuit de eerste coupé konden de helpers wel naar het tweede rijtuig, naar de conducteur. ,,Hij was er niet best aan toe. We hebben hem in stabiele zijligging gelegd. Hij heeft het overleefd. Ik ging terug naar de man onder de neus van de trein. Maar daar kreeg ik geen antwoord meer.’’

Chirurg

Smit haakt aan bij een in allerijl opgetrommelde chirurg van het Academisch Ziekenhuis, zoals het UMCG toen nog heette. Ze zien een persoon die uit het raam hangt. ,,Te laat, zei de chirurg. Hier kunnen we niets meer doen. We gaan naar de volgende. Vreselijk.’’ Lange tijd assisteert Smit nog bij het wegdragen van gewonden op brancards. Zijn huisarts uit Winsum stuurt hem uiteindelijk naar huis. ,,Hij vond dat ik genoeg had gedaan en genoeg had gezien.’’

loading

Net voor Smit naar huis gaat, treft hij de vader van voetbalkameraad Pieter. ,,Toen ik instapte hebben Pieter en ik elkaar nog begroet. Hij zat in de eerste coupé. Zijn vader was op het ongeluk afgekomen en vroeg me of ik Pieter had gezien. Toen pas realiseerde ik me dat hij onder de hondenkop moest liggen. Dat zei ik niet tegen z’n vader. Ik kon het niet.’’ Smit valt even stil. Na 40 jaar doet het nog pijn.

De dag na het ongeluk worden de treinstellen uit elkaar getrokken. Drie lichamen worden tussen de wrakstukken gevonden, waaronder ook dat van Pieter. Daarmee kwam het dodental op negen. Smit: ,,Een godswonder dat ik nog leef.’’

In driedelig pak de trein in

De toen 37-jarige Lou Guikema hoort de knal van de treinen als hij staat te tanken bij het tankstation in het dorp. ,,Twee verschillende toeters en daarna een enorme knal. Dat moeten wel twee treinen zijn.’’ Hij was met de auto op weg naar zijn werk in Leeuwarden, ook bij een verzekeraar. Maar hij gaat naar de treinen.

,,Ik kwam er als eerste aan, met twee chauffeurs van een ambulance die net hun dienst hadden afgesloten. Het duurde maar even of politie, brandweer en ambulances stroomden toe. We hadden toen nog geen mobiele telefoons. De mevrouw van die boerderij’’, wijst hij naar de Winsumerstraatweg (N361), ,,had het ongeluk zien gebeuren en alarm geslagen met de vaste telefoon in huis.’’

Sloot dempen

,,Passagiers schreeuwden en brulden. Maar in de trein zou ik alleen maar tot last zijn, ik ben geen EHBO’er. Ik kon de brandweer wel helpen. De sloot moest worden gedempt zodat auto’s bij de trein konden komen.’’ In driedelig pak met stropdas assisteert hij bij het aanleggen van de dam en later met het dragen van gewonden naar de ziekenwagens. ,,Van mijn pak bleef niets over.’’ Guikema grinnikt bij die herinnering, maar de treinramp heeft hem zichtbaar geraakt.

loading

Dirk Wieringa, toen 30 jaar, verleent wel eerste hulp aan slachtoffers. Hij fietst naar zijn werk richting Groningen en ziet meerdere mensen verdwaasd rondlopen, sommigen ernstig gewond. Ze lopen weg van de trein die 5 minuten eerder was ontspoord. ,,Heel indrukwekkend. Die beelden hou ik altijd bij me, raak je nooit meer kwijt. Net als de geluiden. Het geschreeuw en gehuil.’’

Enorme impact

Guikema, gesteund door Smit en Wieringa, ijverde bijna 25 jaar voor een herdenkingsmonument. Voor de PvdA was de Winsumer in 1980 lid van provinciale staten van Groningen. Het lukte toen niet. Ook later niet als raadslid in Winsum. Zelfs niet toen hij wethouder werd. Dankzij de steun van de nieuwe burgemeester Yvonne van Mastrigt kwam het monument er uiteindelijk toch. In 2005, 25 jaar na dato, is een hekwerk geplaatst met de cijfers 1980-2005 erin, en een bankje erbij. ,,We verwachtten dertig man bij de onthulling. Er kwamen er driehonderd.’’

De impact van het ongeluk is nog altijd groot, vertellen de heren. Guikema: ,,Elk jaar weer word ik in het dorp aangesproken als 25 juli nadert. De ramp leeft nog altijd.’’ Dit jaar was een grotere herdenking gepland omdat het 40 jaar geleden is. Maar corona gooit roet in het eten. Het idee voor een bord met de namen van de dodelijke slachtoffers is noodgedwongen geparkeerd. En publiek is niet welkom vandaag bij de ceremonie op de rampplek. Alleen nabestaanden en direct betrokkenen zullen er vandaag bij zijn.

Andere ongelukken

Winsum beleeft op 16 oktober 1940 ook al een busramp waarbij een trein van de toenmalige Marnelijn uit Zoutkamp was betrokken. Die botste op de overweg bij Ranum tegen een bus met werklozen uit Groningen. Zij waren tewerkgesteld bij de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. Bij dat ongeluk kwamen 13 mensen om het leven en raakten 13 gewond.

Bij de plek van de treinbotsing van 1980 verongelukten in 2014 twee automobilisten op de Voslaan (een in april in de mist en een in oktober). De omstreden overweg werd pas afgesloten nadat op 18 november een trein ontspoorde (18 gewonde treinpassagiers, de vrachtwagenchauffeur bleef ongedeerd) na een botsing met een melkauto.

menu