Christien Snippe.

Uit het Moeras vertelt de geschiedenis van families uit de Veenkoloniën: Mooie kleren zijn een daad van liefde

Christien Snippe. Foto: Siese Veenstra

Dit is het verhaal van Christien Snippe. Verteld voor het project Uit het Moeras van Dagblad van het Noorden, dat familiegeschiedenissen uit de Veenkoloniën verzamelt op de website uithetmoeras.nl . Daar kunt u ook lezen over de opa en de dochter van Christien. En over andere families.

Oranje was hij. Heel hip. Haar broek. Hij stond haar geweldig, ze was er niet te dik voor, alle meisjes Snippe waren sprietjes. En ze had ‘m helemaal alleen betaald, van haar eerste zelfverdiende geld bij de KLM in Emmen. Ze showde hem aan haar moeder. Haar moeder staarde ernaar. Lang. En zei: ‘Je denkt toch zeker niet dat jij zó de deur uitkomt?’

Mooie, nieuwe kleren die onbereikbaar bleven

Christien Snippe is nu 74, maar ze weet het nog als de dag van gisteren. Hoe ze als jong meisje smachtte naar mooie, nieuwe kleren, kleren die onbereikbaar bleven, ver weg achter het glas van de etalages van de winkels in Zuid-Oost Drenthe.

Omdat er geen geld voor was. Haar moeder Albertje – Allie zei iedereen – had wel wat anders aan haar hoofd dan kleren kopen, zij en haar man Johannes moesten acht monden voeden. Christien mocht dan wel het oudste meisje zijn, ze moest niet denken dat ze ook maar iets te zeggen had. En Nederland was zich in de jaren vijftig aan het heroprichten, maar in De Krim merkten ze daar nog niks van. Schrapen was het, en roeien met de riemen die je had.

Toegegeven, dat akkefietje met die lakschoenen was natuurlijk niet in haar voordeel geweest. 3 was ze geweest, toen haar moeder haar twee lakschoentjes had aangetrokken. Prachtig! En zo glimmend! En ze roken zo lekker! Het enige was, dat dat ene schoentje zo klemde. En toen ze langs het water had gelopen, ja, ze weet niet waarom, maar toen lag ineens een van die schoentjes in het water. Per ongeluk.

Die blik van haar moeder zou ze nooit vergeten.

Opoe was een lieverd

Ze woonden op een ark in het water van de Tippe, op een plek die iedereen De Kikkerhoek noemde, schuin tegenover het huis van opa Gerrit en opoe Lammina Snippe. Kikkerhoek was een goeie naam. Het water zat vol met die groene krengen, Christien had er een bloedhekel aan.

Vaak ging ze naar opoe, even de loopplank af, langs de bomen het steegje in, langs waakhond Prins naar de warme keuken, waar opoe koffie stond te zetten in haar groene emaillen kan. Kreeg ze een bakje. Met melk, vers van een van de vier koeien.

Opoe was een lieverd. ,,Je hoeft niet naar school mien kind’’, zei ze tegen haar kleindochter. ,,Je kunt nog genoeg leren in het leven.’’ Soms kwam haar moeder kijken waar ze was. Een keer verstopte opoe haar in de kast. En moeder maar zoeken.

Opoe beschermde haar. En het was natuurlijk niet zo dat ze een speciale voorliefde voor Christien had, maar toch… als ze jarig was, kreeg alleen zij, de oudste kleindochter, altijd een paar centen. De anderen niet. Opoe had zoveel kleinkinderen, daar kon ze niet aan beginnen.

Haar moeder was een strenge vrouw

Wel lastig was het, als je zo van kleren hield als Christien. Zo was er de kwestie school. Je kon niet naar de Christelijke school van meester Oostenrijk in Nieuwlande als je voor spot bij de weg liep. Dus knipte haar moeder haar eigen mooie bordeauxrode mantel in stukken en naaide jasjes voor haar dochters.

Haar moeder was een strenge vrouw. Gezellig een verhaaltje vertellen, zoals de moeders tegenwoordig doen, was er niet bij. Ze kon haar stem niet goed gebruiken, ze fluisterde vaak. Soms fluisterde Christien dan ook, gewoon, uit solidariteit. Was haar moeder niet van gediend. Toch hield ze van haar kinderen, Christien weet het zeker. Maar de zorgen waren groot, het kroost nog klein en talrijk en in een wereld waarin alles nog op de bon was, was het hard sappelen.

De kinderen sliepen met z’n allen in één bed

Ze hadden het krap. Ook in ruimte, op het schip. Johan en Allie Snippe sliepen in het vooronder, waar ze zelf een bed hadden getimmerd. De kinderen sliepen met z’n allen in het bed in de enige slaapkamer die de woonark bezat. Allemaal op een rijtje: Christien, Miny, Henny, Anny en Femmy.

Later, toen ze in een huis op de wal gingen wonen, kwamen er nog drie bij: Gerrit, en de kleine zusjes Magda en Thea. Die laatste twee namen mocht Christien verzinnen, haar ouders wisten zeker niet meer en zo kon je toch een beetje zien dat zij de oudste was.

Er was weinig te doen op de plek waar de boot lag. Er was water. En een pad erlangs. Verder niks. Als je naar school liep, moest je naar de eerstvolgende klapbrug lopen en dan helemaal langs het water weer terug; een beste tippel.

Ze hielp thuis flink mee. Boenen, schrobben, luiers spoelen en elke dag was er wel iets te wassen. Het was een heel gedoe om de lakens tussen de waslijnen op het dek te knopen, gelukkig was ze flink sterk in de polsen.

Naar één moment van de week kon Christien dagenlang verlangen: als ze de Solex hoorde naderen van Riesmeijer met zijn mand vol tweedehandsjes. Hij kwam zowat elke week langs, kiepte dan zijn mand met kledingschatten uit op de vloer van de boot. En zij maar zoeken. 2 of 3 cent per kledingstuk kostte het; best veel geld was dat. Soms kreeg haar moeder wat gratis.

Vader was minder bits

Haar vader was heel anders dan haar moeder. Minder bits. Een mooie man. En hij vond zijn oudste dochter ook mooi. Och, die keer dat hij haar meenam naar modewinkel De Zon, waar hij een grijs plissérokje voor haar kocht met een grijze coltrui erbij. Kriebelen dat dat ding deed. Maar dat gaf niks. Onderin het rokje zat een rijgdraad. Die mocht je er niet uithalen, anders waren de plooien weg.

En dan die andere keer dat hij een roze rokje voor haar gekocht, met een kanten bloesje erbij. Je bent een mooi meisje, had hij tegen haar gezegd, en jij verdient het om er mooi uit te zien.

Haar moeder neep haar mond, toen ze al dat fraais zag. Soms dacht Christien wel eens dat ze jaloers was.

Dat was allemaal vroeger.

Ze had willen worden als Marilyn Monroe

Tegenwoordig woont Christien in een huis in Coevorden, tussen glanzend gewreven biedermeier-meubels. Aan de wand hangen portretten van een blonde knappe vrouw met lange benen: Christien in hotpants, Christien met een zwarte strik in haar haar. Marilyn Monroe staart levensgroot vanaf het behang de kamer in. Had ze wel willen worden, zo iemand als Marilyn.

Maar het leven liep anders. Ze kreeg twee dochters en twee zoons, van wie een, Johnny, maar een dag heeft geleefd.

Haar dochters stak ze altijd fraai in de kleren. Mooie kleren zijn een daad van liefde. Nachten heeft ze achter haar naaimachine gezeten, prachtige witte jurkjes uit Knippie (tijdschrift voor zelfmaakmode) maakte ze voor ze, mooie strik erbij voor in het haar; ja, zo kon ze haar meisjes wel de wereld insturen.

Wat bleek? Wilde de jongste, Manuela, alleen maar spijkerbroeken dragen. Spijkerbroeken!

Christien schudt het hoofd in verbazing. Heb je geld, kun je jezelf eindelijk eens goed in de kleren steken, wil je ze niet!

Christien niet gezien. Laatst was ze in Eelde op de rommelmarkt. Hield een vrouw haar staande. Zei ze: wat ben jij een mooie vrouw!

Dat was een fijn moment.

menu