Sluiting dreigt voor tabaksfabriek Niemeyer in Groningen. Vroeger was het niet de vraag of je zou gaan roken, de kwestie was vooral: wát ga je roken?

Een werknemer in Tabakfabriek Niemeijer in 2011. Foto: Archief DVHN/Kees van de Veen

Het einde lijkt nabij voor tabaksfabriek Niemeyer in Groningen. Het ging er al langer moeizaam. Uit het archief van Dagblad van het Noorden: een verhaal uit 2007. 'Roken is uit. En als het dat niet is, verboden. Het gevolg laat zich raden: er wordt minder tabak geproduceerd en verkocht.'

Het lijkt nog maar zo kort geleden. Twintig, hooguit dertig jaar geleden was het voor een jongere eigenlijk geen vraag of je zou gaan roken. De kwestie was veeleer: wát zou je gaan roken. Er waren Samson-middelbare scholen en Drummiddelbare scholen. Merken waren het verlengstuk van je persoonlijkheid.

Roken, shag roken, hoorde bij de jeugd als lange haren, jeans en onafhankelijkheid. Het symboliseerde de geest van de jaren zestig. Che Guevara aan de muur, een visnet aan het plafond en het pakje Samson nonchalant in het borstzakje van je jeansjack.

Wie herinnert zich niet de tijdschriftreclames? Mooie, jonge, gezonde mensen op de ijsbaan. Lachend, een warme kop chocola van de koek en zopie en een shaggie tussen de vingers. Samson, een leeuw van een shag.

De omslag

Hoe anders is de praktijk van 2007. Nog steeds wordt er shag gemaakt in Groningen. In de terminologie van moederbedrijf BAT, British American Tobacco, de op één na grootste tabaksproducent van de wereld heet het nu ’roll your own’ of ’make your own’. RYO en MYO, waarbij met laatstgenoemde het zelf vervaardigen van filtersigaretten wordt bedoeld, met apparaatje en filterhuls.

Op wereldschaal is voor BAT het shagaandeel in de totale productie van tabaksproducten relatief klein. ”Slechts in een paar markten is het roken van shag populair”, zegt Joost Keulen, woordvoerder van BAT. Nederland is koploper, uiteraard, met zo’n 45 procent shagrokers. In markten als Duitsland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië is het aantal shagrokers ook nog aanzienlijk. In de andere van de 40 markten waaraan Niemeyer levert, gaat het om kleine aantallen.

”Nederland is het enige land in de hele wereld waar shagroken in alle lagen van de bevolking is geaccepteerd”, stelt Keulen. ”Van bouwvakker tot hoogleraar, van kantinejuffrouw tot minister.”

Tabaksmarkt gehalveerd

Maar toch, in drie decennia is de totale tabaksmarkt gehalveerd. ”In de hele westerse wereld krimpen de tabaksmarkten”, weet Keulen. Het heeft alles met het overheidsbeleid te maken. ”Men ontmoedigt het roken, daar is al van alles aan gedaan. Kijk naar het verbod op reclame, de rookverboden, het accijnsbeleid. Roken is duur geworden. Zonder reclame is concurreren in deze markt moeilijk en is de prijs, waarvan het overgrote deel naar de overheid gaat, een belangrijker element geworden.”

Alleen binnen de vier muren van een tabakswinkel mogen producenten nog aan reclame-uitingen doen. ”Dat zijn 1500 zaken. Ook dat zijn er ooit veel meer geweest,” aldus Keulen.

Het is allemaal onvermijdelijk en ook niet per definitie slecht, vindt de tabaksproducent. Keulen wijst erop dat de industrie al veel aan zelfregulering deed. ”Wij vinden ook dat jongeren niet moeten roken. We wilden zelfs een leeftijdsgrens van 18 jaar. Nog steeds. En wereldwijd hanteren we international marketing standards, die we met concurrenten zijn overeengekomen. Nóóit roken en sport met elkaar in verband brengen, nooit op de jeugd richten, nooit appelleren aan zakelijk of seksueel succes enzovoort. Tabak is geen doorsnee product. Maar dat wil niet zeggen dat we het met alle overheidsmaatregelen eens zijn.”

Totaal verbod op roken in de horeca?

Er staan de tabaksindustrie nog meer maatregelen te wachten. Een totaal verbod op roken in de horeca bijvoorbeeld. Verdere accijnsverhogingen. Mogelijk naast de gezondheidswaarschuwingen ook nog afschrikwekkende foto’s van aangetaste longen op de pakjes. Maatregelen die ongetwijfeld tot een verdere krimping van de markt zullen leiden. ”

Maar het voortbestaan van de industrie staat niet ter discussie”, stelt Keulen. ”Ook niet van deze fabriek. Niemand maakt mij wijs dat er over honderd jaar geen rokers meer zullen zijn.”

De maatregelen jagen de producenten wel op kosten. De 14 verschillende gezondheidswaarschuwingen moeten bijvoorbeeld rouleren, zodanig dat te allen tijde pakjes met verschillende waarschuwingen in de winkelschappen liggen. Een ingewikkeld logistiek proces, te meer daar het voor alle 40 afnemende landen geldt.

Verschillende kleinere merken zijn daarom al met stille trom verdwenen. BAT voert een aantal global drive brands, wereldmerken als Pall Mall, Lucky Strike, Kent en Dunhill. Sterke merken shag zijn Samson en Javaanse Jongens. Maar kleinere merken zijn reeds verdwenen of zullen het veld moeten ruimen.

Roxy, ooit Niemeyers succesnummer op de sigarettenmarkt, is bijvoorbeeld sinds 2005 weg. Daar staat tegenover dat van sterke sigarettenmerken met succes shagpendanten zijn gelanceerd. Pall Mall en Lucky Strike kun je tegenwoordig zelf rollen. Daarnaast neemt de prijsgevoeligheid toe. BAT Niemeyer produceert verschillende huismerken voor de supermarkten.

De prijs

Prijs is toch meer bepalend voor de omzet dan je bij een verslavend product zou verwachten. ”De overheid rekent zich ook te vaak rijk”, vindt Keulen. ”Als ze de accijns te sterk verhogen, stoppen in één klap zoveel mensen dat de overheid er uiteindelijk niks mee opschiet. Bovendien leidt prijsverhoging tot criminaliteit.”

Smokkel en namaak drukken in toenemende mate hun stempel op de handel. ”Kan ook niet anders als je nagaat dat een pakje sigaretten in Nederland 4 euro kost, in Noorwegen 8 euro en in het Oostblok soms nog geen euro. Bij namaak is bovendien de kwaliteit in het geding”, aldus Keulen.

Toch, Niemeyer, probeert mee te werken. ”Ook wij willen het allemaal goed reguleren”, zegt Keulen. ”Wij verkopen niet het roken, wij verkopen merken. Aanzetten tot roken, als we daar al invloed op zouden hebben, is zeker niet ons doel. Nooit geweest ook. Dan maar wat minder omzet.”

Er is een voorzienbare toekomst voor de shagproducent, denkt Keulen. ”Sinds de jaren zestig is er sprake van een heel geleidelijke teruggang. Vergeleken met toen is de markt gehalveerd. Maar het bestaansrecht van Niemeyer staat absoluut niet ter discussie. We willen open kaart spelen naar onze medewerkers en relaties. Ingrijpende maatregelen zijn niet uit te sluiten. Het gaat niet alleen om kosten, ook om kwaliteit, flexibiliteit en betrouwbaarheid. Daarmee blijf je in de gratie bij je klanten. Je moet de zaakjes op orde hebben.”

Dit verhaal verscheen op 22 september 2007 in Dagblad van het Noorden.

menu