Tabarek Saleh, moeder Inaam, Maysam, Nabaa, vader Saleh en Sama.

Van Irak naar Groningen: het nieuwe leven van de familie Saleh. Over doorzetten en het afdwingen van geluk

Tabarek Saleh, moeder Inaam, Maysam, Nabaa, vader Saleh en Sama. Foto: Reyer Boxem

Ze trokken in 2008 uit Irak naar Nederland: vader Saleh, moeder Inaam Saoudi en hun zes dochters Maysam, Balsam, Dina, Nabaa, Tabarek en Sama. Nu wonen ze in Groningen, hebben banen, studeren. Een familieverhaal over doorzetten en het afdwingen van geluk.

Even voorstellen? Maysam: Bouwkundige. Balsam: Tandprotheticus. Dina: civieltechnisch ingenieur. Nabaa: rechtenstudent aan de Hanzehogeschool. Tabarek: rechtenstudent Hanzehogeschool. En Sama: Havo Augustinuscollege, wil ‘misschien iets met economie’, later.

Dit zijn de zusjes Saleh, dochters van vader A. Saleh en moeder Inaam Saoudi. Ze komen van ver: uit Irak. En ze weten nog dat de velden bedekt waren met rijp, op die eerste dag in Nederland, nu twaalf jaar geleden. Wauw, zeiden de zusjes tegen elkaar, zou het koud zijn in dit nieuwe, onbekende land?

Het was wennen, zeggen ze nu, en ze beseffen pas achteraf hoe zwaar die eerste jaren zijn geweest. Zoals zovelen trokken ze van azc naar azc, in afwachting van een verblijfsstatus; Ter Apel, Alkmaar, Eindhoven, Bellingwolde, Pekela: als asielvrager leer je de topografie van Nederland wel kennen. Alles was anders in het nieuwe land. In het oude, dat ze hadden verlaten, was hun vader werkzaam geweest als natuurkundeleraar, hun moeder, afgestudeerd in business management, werkte jarenlang voor het Ministerie van Handel in Irak.

Moed en ambitie

Dit is het verhaal van de familie Saleh. Een verhaal over moed, ambitie en doorzettingsvermogen in hun zoektocht naar nieuwe vergezichten, een weg die zoveel nieuwkomers afleggen. Een verhaal dat laat zien wat familiekracht vermag. ‘Wees een voorbeeld voor je zusjes’ hielden de ouders hun dochters voor. En dat deden ze, zo goed en kwaad als dat ging.

Of ze in dit nieuwe land konden blijven, was vijf jaar lang maar de vraag, want tussen droom en daad staan asielprocedures in de weg. Het leven in de azc’s zette hun leven op de kop. Er waren altijd huilende kinderen, nauwelijks rustige plekken om je te concentreren op de lesstof in die nieuwe taal. Die ze eerst zo lelijk vond, bekent Sama (17). ,,Die lange woorden: ‘Verantwóóóórdelijk’. Die harde g’s. ‘Gggggggezelliggggg’; terwijl dat best een mooi begrip is.’’

,,De keren dat je rustig huiswerk kon maken waren op een hand te tellen’’, zegt Tabarek (19). ,,Ik leerde dus alles de avond van tevoren en dan bleef ik tot 4 uur ’s nachts zitten tot ik het af had.’’

Te oud voor school

Voor hun twee oudste zusjes, Maysam (30) en Balsam (29), was het helemaal vreemd: zij waren 18 geweest, en waren wettelijk gezien te oud voor taalonderwijs. Maar ze wilden zo graag naar school!

,,Mijn jongere zusjes mochten samenvattingen schrijven’’, zegt Balsam. ,,Dan haalde ik ’s nachts stiekem hun boeken uit hun tas en las tot het bijna licht was. Dan legde ik de boeken terug. Later zeiden ze: als we dit geweten hadden, hadden we extra boeken voor je gehaald in de bibliotheek!’’

Ze leerde Nederlands van haar zusjes. Huis. Boom. Deur. Dat ze tegenwoordig een ruime boekenkast heeft, en net als haar moeder alles leest wat los en vast zit, komt door de psycholoog in Alkmaar, die haar verdriet aanhoorde. Ik wil alleen maar naar school, zei ze tegen hem. Waarop de man een paar telefoontjes pleegde en zei: laat dit meisje toch gewoon bij de lessen zitten. Toen was alles heel snel opgelost. Tot ze naar Bellingwolde moesten, waar geen school was, alleen een computerlokaal.

Wachten op de klap

Wachten. Toch doorgaan en je best doen. Een voorbeeld zijn voor je zusjes. En dan toch die onzekerheid. Het was wachten op de klap, zegt Balsam. ,,Soms vroeg ik mijn vader: we worden toch niet teruggestuurd? Wanneer valt de klap?’’

Die klap kwam in de vorm van een explosie van vreugde, toen ze in 2013 te horen kregen dat ze een verblijfsstatus kregen. Ze betrokken een iets te krap bemeten huis in de wijk Vinkhuizen in Groningen. De zolderverdieping moest worden uitgebouwd om het hele gezin te kunnen herbergen. Vader Saleh solliciteerde op de banen waarvoor hij als wis-en natuurkundeleraar was opgeleid, maar kreeg nul op het rekest. Om frustratie te voorkomen – ook in het azc had hij niet mogen werken - begon hij in 2014 een winkel in de Korrewegbuurt; Saleh Market. Het ondernemen was hem niet vreemd. Ook in Irak dreef hij een handel in noten, omdat het lesgeven niet genoeg verdiende.

Hardwerkende Nederlanders

En nu, in 2020, kijken ze met trots en voldoening naar wie ze zijn geworden. Vrouwen met goede banen, studenten met toekomstperspectief. Ze zijn, kortom, de hardwerkende Nederlanders naar wie in talloze rapporten wordt verwezen. ,,We zijn andere mensen geworden’’, zegt Dina (25). ,,Ik ben geïnteresseerd in de Nederlandse samenleving, we staan heus nog dicht bij onze eigen cultuur, maar het feminisme bijvoorbeeld, dat vrouwen rechten hebben, dat zie je hier meer dan in onze eigen cultuur. Wij zijn geëmancipeerd. Voordat we hier naartoe kwamen, werden we al gepusht om het goed te doen op school. Ik kwam hier op mijn 14de en ik wist: ik ga een knop omzetten, ik ga me aanpassen want ik wil verder.’’

Ze leerde de taal in zeven maanden. Werd naar het vmbo gestuurd, ondanks het feit dat ze in Irak al drie jaar middelbare school had gevolgd, en daarna deed ze havo en hbo. ,,Ik wist dat ik iets met bouw wilde doen. Onze straat in Irak was niet geasfalteerd, als kind wilde ik dat zo graag, ik wilde de straat netjes maken. Maar tijdens mijn studie in Nederland kwam ik iets tegen dat nog leuker was dan asfalteren: weg-en waterbouwkunde.’’

Haar afstudeeronderzoek naar slibdeeltjes in de Eems-Dollardregio dat ze in samenwerking met de provincie en Rijkswaterstaat verrichte, werd twee jaar geleden door de Hanzehogeschool verkozen tot beste van het studiejaar. Nu werkt ze bij een adviesbureau als civieltechnisch ingenieur.

loading  

Verder en omhoog

Ze willen verder, verder en omhoog, dat is wat de Salehs drijft. Dina en Balsam zijn de rekenwonders van de familie, maar Dina is rustiger dan de kritische Balsam, net als Tabarek. Sama is temperamentvol als haar zus Balsam, maar ook geduldig als haar oudste zus Maysam, die met toewijding werkt aan haar carrière binnen de gemeente Groningen, waar ze bouwprotocollen bewaakt en processen ontwikkelt. Ze studeert nog steeds: de komende maand begint ze een studie bedrijfsvoering.

Nabaa en Tabarek zijn de vechters voor gelijkwaardigheid. Ze volgen allebei een HBO-Rechtenstudie aan de Hanzehogeschool. Nabaa (24) wil bedrijfsjurist worden. Ze zoekt een stageplek. ,,Maar dat is momenteel lastig. Ik moet begeleid worden in het bedrijf zelf, maar veel bedrijven hebben nu te maken met de economische gevolgen van de coronacrisis, weten niet of ze failliet gaan. En ik wil een goede stage lopen, niet alleen voor de punten gaan.’’

Tabarek moest, zeiden ze, maar naar de Kader Leerweg van het vmbo, een laag niveau waarvan de leraar vreesde dat ze het niet zou halen. Na een half jaar stoomde ze door naar de Havo en slaagde. Ze wilde geneeskunde studeren, maar Rechten klikte beter. Ze wil officier van justitie worden. Jongste dochter Sama doet international business studies aan het Noorderpoortcollege.

Vader Saleh werkt in zijn winkel. Zijn gezondheid neemt af, zijn vrouw en dochters springen bij. De crisisuitkering voor zelfstandige ondernemers van de gemeente sloeg hij dit jaar vriendelijk af. Ik kan werken, zei hij. Ik hoef geen geld.

Blauwe ogen?

Hun moeder is blij dat haar dochters hier relatief veilig over straat kunnen, dat ze zich ’s avonds geen zorgen hoeft te maken als ze na hun tentamens naar huis gaan. De Salehs zijn hier gekomen om dromen te verwezenlijken en daar zullen ze keihard voor werken. Toch moeten de zusjes Saleh zich harder bewijzen om hetzelfde voor elkaar te krijgen als hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten. Ze spreken accentloos Nederlands, maar het begrijpen en toepassen van, bijvoorbeeld, jurisprudentie, is voorwaar geen sinecure. En wat moet je nou met een uitdrukking als ‘ik vertrouw je op je blauwe ogen’ als je ogen bruin zijn?

In hun zoektocht naar het vervolmaken van hun toekomstdromen stuiten ze geregeld op discriminatie en seksisme, op de onuitgesproken vraag: wat doe je hier? Bij elke bouwstage te horen dat het zo raar is, een vrouw in de bouw; Maysam was het wel eens zat. Vooral toen ze tijdens een sollicitatieprocedure te horen kreeg dat het bedrijf in kwestie bang was zijn klanten te verliezen als ze haar aannamen.

Maar ze zetten door. ,,We hebben geleerd dat we geen man nodig hebben’’, zegt Sama. ,,Nou…’’ nuanceert Tabarek, ,,Alleen als het kan. Je moet als vrouw niet afhánkelijk worden van een man.’’

Not amused

Moeder Inaam was not amused toen dochter Balsam aankondigde dat ze een kind verwachtte en ging trouwen met de jeugdvriend uit Irak, die ze in Nederland had ontmoet. Haar een na oudste dochter zat nota bene vlak voor haar eindexamen van de studie tandprothetiek. Hoe moest dat nou? Je diploma is je wapen, zo luidt een goed Arabisch gezegde. Haar dochters hoefden niet te koken, niet af te wassen, maar wel een diploma halen in iets waar ze uit eigen beweging voor hadden gekozen. Een diploma baant de weg naar het zelfstandige leven waarop ze hun dochters hadden voorbereid.

Balsam beviel van haar zoontje Reyan op 30 mei. De dag voor dat eindexamen, digitale prothesedesign, in Almere. ,,Ik had al gezien dat er geen herkansing mogelijk was. Dus ik moest erheen. Ik moest. Ik wist: ik heb een man, een kind, een eigen huis en ik ben bíjna afgestudeerd. De vroedvrouw zei, mevrouw dat kan niet, zo stopt uw borstvoeding. Toen heb ik midden in de nacht een kolfapparaat geregeld en ben de volgende morgen naar Almere gegaan.’’

Ze slaagde.

Lang en bochtig

Ze kwamen van ver, de weg was lang en bochtig, het was niet hun keus om hun verleden, hun jeugdvrienden, hun speelgoed, hun hele verleden achter zich te laten. Maar het was het waard, zeggen ze. Ze zijn gelukkig. Ze hebben succes. Ze zijn ambitieus. Ze houden van elkaar, stimuleren elkaar, helpen elkaar. Ze gaan het maken. De horizon is breed voor wie dat echt, écht wil zien.

menu