Projectleider Anouk Junius, mentor Carolina Reynaert en jongere Ethan Wildeman

Van lui naar ambitieus:KANS050 helpt al 10 jaar Groningse jongeren op weg

Projectleider Anouk Junius, mentor Carolina Reynaert en jongere Ethan Wildeman

De afgelopen tien jaar hielpen mentoren van het Groningse mentorprogramma KANS050 zo’n 650 jongeren weer op de rit. „Ik heb een poos langs de rand van de afgrond gelopen.”

Een gebrek aan zelfinzicht valt hem in elk geval niet te verwijten. „Ik vond er niks aan, school. Was hartstikke lui, deed niks. Hooguit af en toe in de klas, zo in de groep, dan voelde ik de druk wel.”

Naar huis gestuurd

Ethan Wildeman (24) uit Delfzijl zegt het monter en met zelfspot. Onder de mouw van zijn zwarte t-shirt piept een tatoeage uit. Zijn ogen kijken rustig en nieuwsgierig de wereld in. Dat zijn zelfbenoemde luiheid nog eens zou veranderen in onverbloemde ambitie, zou hem een aantal jaren geleden als een bijna onhaalbaar doel in de oren hebben geklonken.

Het was de tijd vóór mentor Mark. En voor mentor Pim. En voor de directeur van het Alfacollege, die op een goede dag tegen hem zei: beste jongen, misschien wil jij wel helemaal niet naar school. Wildeman: „Op den duur was ik zo vaak bij hem geweest, dat hij me naar huis stuurde. Met een folder van KANS050.”

Zwemmen, niet watertrappelen

KANS050 is een mentorprogramma in de provincie Groningen (zie kader) dat al tien jaar lang jongeren helpt om (weer) op de rit te komen. Om overzicht te scheppen. Om te leren zwemmen in plaats van te blijven watertrappelen. Jongeren die het sociaal lastig hebben, jongeren met geldproblemen, jongeren met moeilijkheden op school. Zoals Ethan, bij wie het leren niet lukte.

„De eerste twee jaar van de middelbare school gingen nog oké. Daarna was het mis. Het is eigenlijk een wonder dat ik een diploma heb. Ik heb een poos langs de rand van de afgrond gelopen.”

Op Wildemans route: weinig huiswerk, geklier in de lessen, geruzie met ouders, gedonder met leerkrachten. En, ergens onderweg, dat besef. „Ik wist wel dat ik hulp nodig had. Ik moest iets. Mijn ouders hadden op een gegeven moment ook zoiets van: ga eens wat doen. Dus ik dacht: ik stel me open.”

Frisse tegenzin

Wildeman meldde zich aan bij KANS050. Een mailtje met zijn naam en nummer was genoeg voor een kennismakingsgesprek met mentor Pim, aan wie hij gekoppeld werd door een van de coördinatoren van het programma. Voor Wildeman het wist, zat hij op een zonnige zomerdag in brasserie De Koning van Groningen in Appingedam. Met een man die qua leeftijd zijn vader had kunnen zijn.

En met frisse tegenzin. Maar hij was er. Wildeman: „Je denkt toch: wie ga ik zo ontmoeten? Kan ik diegene vertrouwen? Gaat het helpen?”

Het hielp. Een dik jaar sprak Wildeman gemiddeld eens per week met Pim af. Ze wandelden. Ze praatten. Mark luisterde. Over van alles en nog wat ging het. En vooral: over andere dingen dan school. „Eerder ging het altijd over school”, zegt Wildeman. ,,School, school, school. Daar raakte ik heel gefrustreerd van.”

Ruimte en afstand

Bij Pim, door schade en schande levenswijs, was er ruimte. En afstand. Hij blies het stof van Wildemans verantwoordelijkheidsgevoel en leerde hem relativeren. „Doordat hij zo open was over wat hij zelf had meegemaakt, zag ik in dat er mensen zijn met vele ergere problemen.”

Na een jaar rondde Wildeman het mentortraject met Pim af. Samen met zijn nieuwe mentor Mark werkte hij nog een half jaar aan zijn plannings- en organisatorische vaardigheden. Wildeman verruilde zijn opleiding sociaal agogisch werk voor pedagogisch medewerker kinderopvang en behaalde zijn diploma. Hij is bezig om gastouder te worden.

(Niet) met de pet gooien

Over zijn belangrijkste les hoeft Wildeman niet lang na te denken. „Verantwoordelijkheid nemen.” Hoe het kan dat hij het traject wel volhield en met school al die jaren zoveel moeite had?

Hoe dat precies zit, weet Wildeman ook niet zo goed. Er was een beetje motivatie, heel diep van binnen. „En dan is er zo iemand als Mark, bijvoorbeeld. Die kwam zelfs naar school om me te helpen. Elke week. Reed-ie met zijn auto van Loppersum naar Appingedam. Dan kun je wel denken: ik gooi er met de pet naar, maar ja, dan was hij gegaan. Dat wilde ik niet.”

menu