Camera op de synagoge in de Folkingestraat.

Veiligheid in tijden van camera's: 'We denken er niet eens meer over na'

Camera op de synagoge in de Folkingestraat. Foto: Duncan Wijting

Camera’s maken de samenleving veiliger, daar zijn veel mensen van overtuigd. Overlast? Diefstal? Agressie? Hang maar camera’s op. Maar helpt het wel altijd? En hoe zit het met de privacy? ,,We denken er niet eens meer over na.’’

De camera’s weghalen? Was de burgemeester van Groningen gek geworden? Ondernemers stonden op hun achterste benen. De burgemeester concludeerde eind 2017 na een jaar cameratoezicht in het gebied tussen het Groninger Museum en de Vismarkt dat het niet hielp tegen de overlast en drugshandel in het gebied.

De burgemeester baseerde zich op cijfers van de politie, maar de ondernemers van de Folkingestraat geloofden er niets van. Zij hadden toch zelf gezien hoe de overlast direct afnam na het ophangen van de camera’s? ,,Ik noem mensen niet graag dom’’, zegt ondernemer Cees Koen. ,,Maar dit besluit was stompzinnig.’’

Voor uw en onze veiligheid

Cameratoezicht is populair. Op allerlei openbare plekken hangen camera’s. In winkels, in overheidsgebouwen, op scholen, in bibliotheken, in supermarkten, op straat in uitgaansgebieden, op stations. ‘Voor uw en onze veiligheid.’

Burgers zijn vaak voor camera’s. Ook privé gebruiken we ze steeds meer. We kopen deurbellen met camera’s, babyfoons met camera’s, auto’s met camera’s op het dashboard, beveiligingscamera’s voor thuis. Gewoon, omdat het kan.

Toch is er iets geks aan de hand. Al sinds de opmars van cameratoezicht en beveiligingscamera’s in de jaren tachtig – toen de techniek enigszins betaalbaar werd – doen wetenschappers onderzoek naar de effectiviteit van cameratoezicht.

Wat blijkt? ,,Het is maar zeer de vraag of camera’s bijdragen aan de veiligheid’’, zegt Gerard Ritsema van Eck van de Rijksuniversiteit Groningen. Ritsema van Eck is rechtsgeleerde en onderzoekt wat de invloed is van surveillancetechnologieën zoals camera’s in openbare ruimtes.

Onderzoeken naar de effectiviteit van cameratoezicht zijn niet eenduidig. Soms helpt het, soms niet, soms werkt het averechts. En bovendien: als camera’s op straat worden opgehangen ter bestrijding van criminaliteit en/of overlast worden vaak tegelijkertijd allerlei andere maatregelen genomen zoals extra inzet van politie en betere verlichting. Wat is dan het effect van de camera? Onmogelijk te meten.

,,Het preventieve effect van camera’s is heel klein’’, zegt Ritsema van Eck. ,,Diefstal wordt vaak gepleegd door verslaafden, die laten zich niet weerhouden door camera’s. Professionele criminelen misschien wel, maar die kunnen zich daarop voorbereiden met bijvoorbeeld bivakmutsen. En als het gaat om agressie op straat of bijvoorbeeld tegen baliemedewerkers, dan blijken daders echt geen oog te hebben voor een camera. De woede komt spontaan op.’’

Weinig veranderingen in Folkingestraat

Oud-burgemeester Peter den Oudsten van Groningen concludeerde eind 2017 dat de overlast en het aantal incidenten in de Folkingestraat en omgeving ondanks het cameratoezicht niet was verminderd. ‘Uit cijfers van de politie volgt dat er weinig verandering is in het aantal incidenten’, schreef hij aan de gemeenteraad. De burgemeester wilde de camera’s daarom weghalen. Dat klinkt logisch.

Toch was de reactie van Cees Koen en andere ondernemers in de straat, die het cameratoezicht graag willen behouden, ook niet zo vreemd. Zij hadden het gevoel dat de overlast afnam meteen nadat de camera’s in oktober 2016 werden opgehangen, bovendien waren politie en gemeente in eerste instantie net zo positief als zij.

De burgemeester vroeg na een paar maanden de gemeenteraad toestemming voor verlenging van het cameratoezicht en liet met cijfers zien dat het aantal incidenten was gedaald.

Waren de camera’s daarbij doorslaggevend? Naast cameratoezicht werd de overlast aangepakt met verblijfsverboden, een samenscholingsverbod, extra aanwezigheid politie en stadstoezicht, een persoonsgerichte aanpak van dealers en overlastveroorzakers, en verbetering van de verlichting.

‘De politie ziet het cameratoezicht als een meerwaarde bij de aanpak van overlast’, schreef de burgemeester aan de gemeenteraad. ‘Overlastplegers blijven minder op straat hangen en opereren vluchtiger omdat er camera’s hangen.’

Iedereen leek dus blij met het cameratoezicht in de Folkingestraat. Burgemeester, politie, ondernemers en de gemeenteraad die toestemming gaf voor verlenging van cameratoezicht.

Niet zo gek dus dat de ondernemers verbaasd waren toen de burgemeester een jaar later concludeerde dat camera’s niet of nauwelijks effect hadden op de ‘hardnekkige problematiek’ van langdurig verslaafden en de drugsdealers daaromheen.

Veel ondernemers geloofden het niet – ondanks cijfers waar de burgemeester zich op baseerde. ,,Het effect van die camera’s was direct meet- en zichtbaar. En dan zeg je: het doel is bereikt, we halen ze weg’’, zegt Cees Koen.

,,Het is gewoon vanwege al die ophef over privacy, daarom moesten ze weg. Maar is privacy belangrijker dan veiligheid? Ik maak me niet druk over camera’s op straat. Ik heb niets te verbergen.’’

Ook Ellen de Jong, ondernemer in de Folkingestraat, snapte het niet. ,,De overlast was over. Die jongens houden niet van camera’s. Waarom zou je ze niet laten hangen? Het is toch overal Big Brother.’’

De druppel

Dat laatste is volgend sommigen juist het probleem. Individuele burgers hebben inderdaad vaak niet zoveel problemen met camera’s omdat ze zelf niets te verbergen hebben. Maar een maatschappij waar overal controle is, verandert wel, zo stelt bijvoorbeeld filosoof Titus Stahl van de Rijksuniversiteit Groningen.

Mensen gaan zich anders gedragen als ze weten dat ze constant in de gaten worden gehouden, terwijl het voor een democratie essentieel is dat burgers zich vrij voelen om – bijvoorbeeld – te demonstreren.

,,Eén camera is niet zo’n probleem’’, zegt Ritsema van Eck. ,,Maar camera’s zijn overal. Je kunt amper nog in de openbare ruimte zijn zonder te worden gefilmd.’’

Gemeentes bijvoorbeeld, gebruiken camera’s niet alleen voor handhaving van de openbare orde, ze worden soms ook gebruikt voor de naleving van venstertijden (tijdstippen waarop winkels in een bepaald gebied bevoorraad mogen worden door vrachtwagens) of de bestrijding van zwerfafval. In de gemeentelijke gebouwen van Groningen hangen standaard camera’s.

Daar komen alle private camera’s nog bij. Naast de camera van de mobiele telefoon die we allemaal bij ons dragen, hangen op heel veel plekken vaste camera’s die permanent filmen. loading

De techniek is spotgoedkoop geworden, dus iedereen kan beveiligingscamera’s kopen. Winkels doen het massaal. Scholen ook steeds meer, concludeerde de NOS onlangs. Ook de rechtenfaculteit waar Ritsema van Eck werkt, is beveiligd met camera’s.

,,Camera’s zijn normaal geworden. We denken er niet eens meer over na. Het kost niks dus hang maar op. Ook als ze onnodig zijn of niet bewezen is dat het helpt. Gewoon voor de zekerheid. Terwijl het wél de privacy aantast. Ik vraag me af of er een kantelpunt komt. Dat mensen zeggen: nu is het genoeg, dit is de druppel.’’

Dat de overheid al je bewegingen kan volgen is voor sommige burgers dan misschien niet zo’n probleem – we leven hier immers niet in een dictatuur. Het zal snel anders voelen als een onbekende mee zit te kijken op de camera van de babyfoon.

Maar ook dat gebeurt. De vaak goedkope privécamera’s die zijn verbonden met internet, waarmee je lekker makkelijk kunt meekijken in je zaak, voor je voordeur, of in de kinderkamer, zijn vaak slecht beveiligd.

,,Er is een heel naargeestige hoek van het internet waar in dat soort beelden wordt gehandeld’’, zegt Ritsema van Eck – zelf een jonge vader die nóóit een babyfoon met camera zou kopen.

De regels

Overheid en politie zijn niet blind voor de schaduwkant van camerabeveiliging. In de privacywetgeving zijn regels opgesteld over hoe om te gaan met camerabeelden. Niet voor niets moet een burgemeester de gemeenteraad steeds opnieuw toestemming vragen voor cameratoezicht. Privépersonen of bedrijven mogen weliswaar hun eigendom beveiligen met zoveel camera’s als ze willen, maar ze mogen geen beelden maken van de openbare weg.

Beelden mogen niet langer dan vier weken worden opgeslagen. Je moet bezoekers duidelijk laten weten dat ze gefilmd worden, zodat ze een keuze hebben om een pand met cameratoezicht niet te betreden – alhoewel dat bij een school, overheidsgebouw of supermarkt best lastig kan zijn. Iemand die is gefilmd heeft recht om de beelden op te vragen.

De Autoriteit Persoonsgegevens is verantwoordelijk voor de bewaking van persoonsgegevens, en dus ook voor de naleving van de regels voor camerabeveiliging. Die heeft daarvoor veel te weinig middelen, zegt Ritsema van Eck. ,,Dat is één kantoortje in Den Haag, daar werken ze keihard en moeten ze bijvoorbeeld ook Google en Facebook in de gaten houden.’’

loading

Camera in Beeld

Een paar weken geleden werd er ingebroken in de Folkingestraat. ,,Kwam de politie vragen of wij misschien camerabeelden hadden’’, vertelt een medewerkster van een zaakje aan de overkant. ,,Ik zeg: wij mogen de straat toch niet filmen? Maar als zij er iets mee kunnen is dat blijkbaar toch anders.’’

De politie is vooral blij met al die camera’s in de openbare ruimte. Om nog beter gebruik te maken van die privécamera’s heeft de politie een database: Camera in Beeld. Wie een camera bij de zaak of bij huis heeft kan zich aanmelden. Bij een misdrijf weet de politie dan meteen waar in de buurt camera’s hangen. ‘Zo beschermt uw camera niet alleen uw eigen bezit, maar helpt u tegelijkertijd uw buurt veiliger te maken’, aldus de politie.

Politiewoordvoerder Paul Heidanus kan niet zeggen hoeveel camera’s in het Noorden zijn geregistreerd bij Camera in Beeld. Maar dat het aantal camera’s in de openbare ruimte toeneemt is duidelijk, en dat is voor de politie heel handig.

,,Wij gebruiken die camerabeelden voor de opsporing. Soms kunnen beelden dienen als bewijs, soms brengt het je op een spoor en kun je de zaak met ander bewijs rond maken. Als we beelden hebben van een dader die we niet kennen, kunnen we die – met toestemming van de officier van justitie – naar buiten brengen en veel mensen mobiliseren om met ons mee te kijken.’’

In de oproep om camera’s aan te melden bij Camera in Beeld wijst de politie erop dat de openbare weg in principe niet gefilmd mag worden. Maar, schrijft de politie, als u bijvoorbeeld een carport filmt en het is onvermijdelijk dat daarbij een stuk stoep in beeld komt, mag het wel. ‘Enige overlap is soms onvermijdelijk’.

Heidanus maakt zich niet druk over de privacy-discussie, die al speelt zolang als hij bij de politie werkt. ,,Als we aan de eisen voldoen mogen we die beelden gebruiken. De wet is de wet, en daar zullen wij ons zeker aan houden.’’

Waar camera’s minder goed helpen om criminaliteit te voorkomen dan vaak wordt gedacht, hebben ze voor opsporing meer nut, zegt ook Ritsema van Eck. ,,Hoewel de kwaliteit van beelden vaak ook weer zo slecht is dat je er weinig uit kunt opmaken.’’ Als het gaat om drugshandel of overlast weet de politie vaak allang wie de daders zijn, daar zijn geen camera’s voor nodig. loading

Verantwoordelijkheid

Ook al is de effectiviteit van camerabeveiliging niet bewezen, de techniek is onmiskenbaar een succes. De marketingstrategie is simpel. Vrijwel ieder mens gelooft dat camera’s de omgeving veilig maken. Ga maar na bij jezelf: zou jij stelen als er een camera op je gericht stond?

Aan de andere kant: het overgrote deel van de mensen doet dat ook niet zonder cameratoezicht. De vraag is hoeveel junkies, criminelen, psychiatrische patiënten, inbrekers, drugsdealers zich van camera’s aantrekken? Dat zijn degenen die overlast en onveiligheid op straat veroorzaken.

Ritsema van Eck vindt dat zeker openbare bestuurders de verantwoordelijkheid hebben om terughoudend te zijn met camera’s. ,,Ze zouden zich wel drie keer achter de oren moeten krabben. Willen we dit? Is het echt nodig? Zeker als het gaat om scholen, of openbare gebouwen.’’

Cameratoezicht is een verleidelijke techniek. Het geeft een veilig gevoel, het is relatief goedkoop en snel te realiseren. ,,Maar je moet je altijd afvragen: wie is hiermee gediend? Soms is dat alleen de cameraverkoper.’’

Cees Koen heeft sinds kort camera’s in zijn eigen zaak in de Folkingestraat hangen. Van die bolletjes aan het plafond. Nadat hij een keer een jongen vanachter de kassa had weggeplukt en later een verward figuur tegen zijn jonge medewerksters riep ‘ik wil neuken, nu!’, was hij het zat.

,,Kijk, ik ben zelf 100 kilo en 1 meter 91. Voor mij hoeft het niet. Maar als die meiden daar alleen staan vind ik het wel een prettig idee dat er camera’s hangen.’’

loading  

menu