Verdachte mag naar zittingszaal komen. Tegen de rechters: 'Respect voor jullie'

De rechtbank in Groningen. Foto: Rob Zijlstra / DVHN

Verdachte J. wilde per se naar de rechtbank komen. Want alleen dan kan hij zijn verhaal vertellen, alleen dan zouden de rechters kunnen begrijpen wat er echt is gebeurd.

De rechters zwichtten voor dit argument en hebben het geweten: de verdachte - voor detentie inwoner van Muntendam - is wereldkampioen praten. Of zijn komst naar de rechtbank heeft geholpen, moet nog blijken. Met een strafeis van twee weken, maar met een bonus van acht maanden erbij, verliet hij na twee uur praten en praten de rechtszaal. Met mondkapje.

J. wordt verdacht van het in bezit hebben gehad van twee wapens, waaronder een nepper, een beetje drugs (cocaïne) en vier valse bankbiljetten. De rechter liet bij aanvang weten dat het gezien de feiten niet een ,,superbijzondere strafzaak’’ betrof. Bijzonder was dat de verdachte in de rechtszaal aanwezig was, in coronatijd is dit niet meer een alledaags iets.

Rechte pad binnen handbereik

J. vindt zijn zaak wel superbijzonder. Voor hem is het een zaak van alles. Na zijn laatste veroordeling (twintig maanden cel, waarvan acht voorwaardelijk) was hij goed bezig. Het rechte pad lag binnen handbereik. Tot zij kwam, tot hij besloot met zijn goede inborst haar te helpen. Nu voelt J. zich genaaid.

Want het was haar rolkoffer in zijn woning waar die twee wapens in zaten. Daar wist hij niks van. En dat valse geld, dat had hij zelf ook gekregen, daar was hij mee betaald. Hij verkocht wel eens wat kleding van Stone Island aan jongens die net vrij waren en niets hadden. Hij had niet de intentie het valse geld zelf ook weer uit te geven.

Een uppertje om even te jumpen

Dat van die cocaïne in de vioolkist , twee gram, dat klopte wel. Vroeger had hij een leven geleefd als een tijger, moeten de rechters weten. ,,Altijd feest.’’ Nu niet meer. Maar af en toe doet hij nog even ,,een uppertje om even te jumpen’’. Ook al vanwege de verschrikkelijke pijn in zijn rechterbeen.

Dat hij vroeger vooral veroordelingen scoorde wegens geweldsmisdrijven en nu alleen wordt verdacht van bezit ziet J. als vooruitgang, als een bewijs dat hij kan veranderen. ,,Ik was goed bezig.’’

In proeftijd

De officier van justitie tilt aan de drie strafbare feiten niet zo zwaar gezien zijn strafeis: twee weken cel. Maar het zijn wel feiten die J. flikte in zijn proeftijd en hem nog acht maanden boven het hoofd hingen. En die hij nu dus moet uitzitten, vindt de officier van justitie.

De advocaat meent dat een straf die gelijk is aan het voorarrest meer dan voldoende is. J. kan dan weer naar huis. De verdachte denkt daar zelf ook zo over. Aan de rechters had hij laten weten: ,,Ik heb respect voor jullie dat jullie mijn zaak ondanks de corona toch willen behandelen.’’

Rechters: ,,Dat is mooi om te horen.’’

Over twee weken is de uitspraak.

menu