Achter het behang #18 (over een gezin in coronatijd): Verplaats nooit een brem

Illustratie: Infographics DvhN

Wekenlang geen school, wekenlang thuiswerken, wekenlang op elkaars lip. Verslaggever Maaike Borst schrijft over haar gezin in tijden van corona.

Nu onze brem bijna losbarst denk ik aan vorig jaar. Aan al de therapeutische uren die ik in de tuin stak. Ik plantte een krentenboompje, een klimroos, een kamperfoelie en allerlei soorten vaste planten die ik kreeg van mijn moeder. Ik ben de namen alweer vergeten.

Het meest blij werd ik van het poten van een brem. Dat kwam door mijn schuldgevoel. Als onwetende tuinder had ik een paar jaar daarvoor bedacht dat ik die mooie ouwe brem wel kon verplaatsen. Slecht idee. Op zijn nieuwe plek perste hij met zijn laatste krachten nog een paar bloemetjes tevoorschijn en gaf me valse hoop. Daarna stierf de brem.

In de lente van vorige jaar had ik alle tijd om te tuinieren omdat ik overspannen thuis zat - en aangezien ik toch al vocht tegen schuldgevoelens was het planten van een nieuwe brem louterend. Wat ik toen vooral wilde was alleen zijn. En vrij. Ik voelde ik me opgesloten, ook al kon ik overal naartoe gaan waar ik maar wilde: mijn vrienden, het café, concerten, de redactie, feestjes, het voetbalveld en zelfs de Alpen.

Ik moet zeggen, toen de scholen drie weken geleden dicht gingen kneep ik hem wel even. Ik was net weer lekker aan de gang, de kleuterschool schonk me een dag voor mezelf en ik deed hard mijn best om werk en privé beter te scheiden. Ineens was alles en iedereen thuis en was er geen ontsnappen meer aan.

Drie weken later zit ik met een biertje in het zonnetje in de tuin en kijk naar de levenslustige jonge brem die nog geen schim is van zijn voorganger. Ik voel me gek genoeg nog steeds niet opgesloten. De jongens, altijd om me heen, stuiteren schreeuwend van trampoline naar schommel en scheren daarbij rakelings langs de gele knoppen.

,,Die brem staat eigenlijk teveel in de loop’’, zegt de systeembeheerder, die ook nooit ver weg is. ,,Misschien moeten we hem verplaatsen?’’

Ik glimlach, neem nog een slok en schud mijn hoofd. Geen ideale omstandigheden, maar hij leert er vast wel mee leven.

menu