In het UMCG blijven de maatregelen strikt.

Versoepeling van de coronaregels lucht op, maar schuurt ook. Wat als het te vroeg komt?

In het UMCG blijven de maatregelen strikt. Foto: Duncan Wijting

Voor de ogen van de verpleegkundige die van dichtbij zag wat het virus kan aanrichten, brengt de versoepeling het leven terug op straat. Zij begrijpt dat het moet: ,,Je kunt mensen niet nog langer binnenhouden.’’

Haar mondkapje is hemelsblauw. Op de stof die door iemand, misschien zijzelf, zorgvuldig tot mondkapje is genaaid staan vrolijke witte schaapjes - het motief is als het behang van een kinderkamer.

De jonge vrouw stapt uit voor het UMCG in Groningen. Ze was de enige in de bus die een mondkapje droeg. De kapjes zijn in het openbaar vervoer pas verplicht vanaf 1 juni, maar deze vrouw neemt zo min mogelijk risico. In het ziekenhuis ligt haar moeder.

Inhouden om te knuffelen

Het is de week van de versoepeling. Rondom het UMCG, in de binnenstad van Groningen, komt het leven steeds meer op gang. Uitgelaten kinderen worden bij het hek van basisschool De Kleine Wereld afgezet door opgeluchte ouders. De oude man met zijn uitgegroeide kapsel - ‘als het nog langer had geduurd was ik met de tondeuse aan de gang gegaan’ - pompt desinfecterende zeep bij kapsalon Academia Hairstyling. Schoonheidsspecialiste Erika Savic moet zich inhouden om haar vaste klant bij het weerzien te knuffelen, zoals dat eigenlijk hoort bij hun ‘tutsessies’.

Na acht weken strikte regels heeft de overheid de teugels iets losgelaten. Dat lucht op, maar het schuurt ook. Want waarom mag het een wel en het ander niet? Wat als het te laat is en onze welvaart gaat aan gort? Wat als het te vroeg komt en de tweede golf is nog veel erger?

loading

Spanningsveld rond UMCG

Rond het UMCG komt het spanningsveld samen. Middenin de jongste stad van Nederland, die altijd snakt naar actie, staat het ziekenhuis waarin een verpleegkundige zag hoe een coronapatiënte van de ic afkwam en niet eens meer een vinger kon optillen.

,,Als je dat hebt gezien, ga je anders denken.’’ Karin Meijwes houdt pauze voor de ingang van het ziekenhuis. De verpleegkundige zal Covid-19 niet meer onderschatten zoals ze in het begin deed (‘ach, een griepje’), en zoals sommigen nog steeds doen. Voor haar trekt de stad weer voorzichtig voorbij en dat snapt ze best. ,,Je kunt mensen niet nog langer binnenhouden.’’

Achter haar, aan de oranje balustrade boven de parkeergarage van het ziekenhuis, wappert een vastgebonden en achtergelaten mondkapje in de wind.

In de risicogroep

Het risico. Als iemand zich daar bewust van is, dan is het schoonheidsspecialiste Erika Savic wel. Ze heeft diabetes type-2 en valt dus in de risicogroep. Maar bang is ze niet meer - ‘als je maar normaal nadenkt’ - en ze was dolblij dat ze weer mocht werken. Handschoenen en mondkapjes gebruikte ze altijd al, schoonmaken en desinfecteren doet ze nóg grondiger dan normaal. Ze volgt alles wat de klant aanraakt en denkt steeds: doe ik het wel goed?

Het is wennen. ,,Maandag was zó raar: net alsof mijn brein het niet meer deed.’’

loading

Jong, sterk en onbezorgd

De schoonheidsspecialiste mag weer aan de slag, anderen staan nog in de wacht. Op de openbare sportplek vlak achter het ziekenhuis fitnessen gespierde mannen haast zij aan zij omdat de sportscholen nog dicht blijven. Soms komt de politie langs om te zeggen dat het nu echt te druk is - prima, dan gaan er een paar weg.

Zij zijn jong, sterk en onbezorgd. Tegenover de sportplek hangen spandoeken waarop staat: ‘Live your life, forget your age’. Leef je leven, vergeet je leeftijd. Kon het nog maar.

Niet snel ongelukkig

Ook Jan Hoeve moet nog even wachten. Hij staat in zijn kluskloffie op een keukentrap en installeert de nieuwe terrasverwarming van café de Negende Cirkel - ‘van het terras zullen we het moeten hebben’. De stroomdraden steken uit de verdeeldoos en de schroevendraaier bungelt in zijn hand als hij praat over noodverordeningen, protocollen, vierkante meters, de hoeveelheid gasten aan een tafeltje.

Veel is nog onduidelijk voor de mogelijke opening op 1 juni. ,,Maar ik ben niet snel ongelukkig’’, zegt Hoeve met de relaxte grijns van een horecaman. Zonder economie is er ook geen ic, dus versoepeling zal vroeg of laat, hoe dan ook, verdergaan. Ooit beslaat de damp van opeengepakte warme mensenlichamen zijn ramen weer.

loading  

Verwarrend, niet alleen voor de kleuters

Ooit. Voorlopig zetten we, om elk fysiek contact te mijden, onze kleuters nog af bij het hek van school. Jeremiah James Voll kijkt zijn kind reikhalzend na totdat hij, klein mannetje met rugtas, in de grote gang van basisschool De Kleine Wereld uit het zicht verdwijnt.

Voll kan zijn zoontje van vier onmogelijk uitleggen wat er gebeurt, hij heeft zelf al moeite genoeg om de wegen van het kabinet te volgen. ,,Ik zou zeggen: doe het goed, of doe het zoals in Zweden.’’ Dit is verwarrend. Zo was het eerst nog maar de vraag of het poolcentrum waar hij bedrijfsleider is op 1 juni weer open mocht. Horeca voor dertig mensen mag, maar binnen sporten niet - hoe zit het dan met poolen, darten, snooker?

Ze gaan open, en Voll kijkt ernaar uit. Al is hij niet gerust op de gevolgen van de versoepeling. ,,Ik hoop dat er geen tweede piek komt. Ik denk het wel.’’

Wachten op oma als verrassing

Niemand is er gerust op, maar het verlangen is groot. Op een bankje voor het UMCG houdt een jonge vrouw de ingang in de gaten. Ze weet dat haar oma straks een dagbehandeling ondergaat - de gewone zorg komt weer op gang - en dat haar ouders haar brengen. Ze heeft ze alle drie niet meer gezien sinds het begin van de coronacrisis. Dat zij hier wacht is een verrassing.

loading

Nog niet klaar

Op een bankje verderop zit ziekenhuispatiënt Rob Vrolijk uit Urk. Hij heeft zijn infuus, dat om de haverklap begint te piepen vanwege een foutmelding, mee naar buiten genomen en draait een shagje. Het Noorden is nonchalant, vindt hij. ,,Jullie denken: het valt hier wel mee, ons kan niks gebeuren. Nou, het is nog niet klaar.’’

De hand van Vrolijk woelt door de donkere lokken die hem veel te lang zijn geworden. Wat nou zo jammer was, afgelopen dinsdag had hij eindelijk een afspraak bij de kapper staan. ,,Moest ik zaterdag ineens in allerijl hiernaartoe!’’

menu