Vijf vragen over: HIV en aids

Het is dinsdag Wereld Aids Dag. Het is de dag waarop de strijd tegen HIV/aids wereldwijd in de schijnwerpers staat. Nog steeds stijgt het aantal ziektegevallen. Ook in Nederland. Dagblad van het Noorden zet de belangrijkste vragen over de ziekte op een rijtje.

Hoeveel Nederlanders zijn besmet?
Uit de meest recente cijfers van mei 2015 blijkt dat in Nederland 18.355 mensen geregistreerd staan als HIV-positief. 206 van hen zijn 18 jaar of jonger. Het merendeel van de nieuwe besmette mensen in 2014 - 69% - zijn homoseksuele mannen. Opvallend genoeg is een kwart van de nieuwe patiënten 50-plus.

Het aantal nieuwe HIV-diagnoses daalde sinds 2008. De afgelopen jaren bleef het aantal echter schommelen rond 1000 nieuwe besmettingen per jaar. De cijfers worden bijgehouden door de Stichting HIV Monitoring.

Wat zijn HIV en aids?
HIV is een virus. De afkorting HIV staat voor Human Immunodeficiency Virus. Het virus dringt het afweersysteem binnen en tast het aan. Dat systeem zorgt ervoor dat het menselijk lichaam beschermt blijft tegen bacteriën, virussen en ziektekiemen. Wiens systeem slecht functioneert, wordt sneller ziek en minder snel beter. Oorspronkelijk zou het virus van apen afkomstig zijn.

Aids (Acquired Immuno Deficiency Syndrom) is een verzamelnaam voor allerlei ziekten die zich openbaren als een afweersysteem niet meer functioneert. Het syndroom is niet erfelijk. Een HIV-besmetting veroorzaakt naar verloop van tijd aids.

Op welke manieren wordt HIV overgedragen?
HIV kan op vier manieren van mens tot mens worden overgedragen. Allereerst kan de overdracht door besmet bloed. Als bloed van een gezond mens in aanraking komt met HIV-besmet bloed, is de kans aanzienlijk dat diegene ook besmet raakt met het virus. Ook kan HIV overgedragen worden door besmette naalden.

Seksueel contact is een derde manier waarop iemand met HIV besmet kan raken. Het virus zit namelijk in sperma, maar ook in vaginavocht. Hoewel het risico niet erg groot is, is seks wel de grootste bron van HIV-besmetting. Tot slot wordt het virus van moeder op kind overgedragen. In 30% van de gevallen treedt besmetting op. Ook na de geboorte loopt een baby risico: via moedermelk kan nog steeds besmetting optreden.

Het virus wordt niet overgedragen door speeksel, urine, voedsel of water.

Wat is het ziektebeeld van HIV/aids?
De scheidslijn tussen het HIV-virus en het syndroom aids is niet geheel duidelijk. Wanneer het virus in het syndroom transformeert kan nooit precies worden gezegd. Artsen hanteren vier stadia van HIV. Het laatste stadium van het virus is aids.

Iemand met HIV kan jarenlang zonder ziekteverschijnselen rondlopen. Vaak begint de besmetting met een griepje. De eerste paar jaar is het afweersysteem nog niet dusdanig aangetast dat een patiënt echt ziek wordt. Na verloop van tijd kunnen steeds meer ziekten en infecties het lichaam aantasten. Daaraan overlijdt dan iemand, niet aan het syndroom opzich.

Zijn HIV en aids te genezen?
Nee, beiden zijn niet te genezen. Bovendien kunnen mensen niet ingeënt worden tegen het virus, zoals bij griep. Er is geen vaccin. Maar, er zijn wel medicijnen die de ontwikkeling van HIV-virus vertragen, zogenaamde aidsremmers. Door de medicijnen is de kans op overdracht ook veel kleiner.

De GGD in Amsterdam doet momenteel een proef met de zogenaamde PrEP-pil. Dat is een medicijn die HIV-besmetting voorkomt bij mensen die geen HIV hebben. De proef wordt gedaan onder mensen die een verhoogd risico lopen op besmetting: homomannen en transgenders.

Foto: Archief DvhN

Info HIV Nederland

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.