Volleyballer Sander Scheper heeft succesvolle jaren in de eredivisie achter zich. Maar nu is het tijd voor zijn maatschappelijke carrière

Sander Scheper smasht de bal namens Lycurgus. Inmiddels komt hij uit voor Sudosa in Assen. Foto: Frank Nab

Het kwam aan het eind van vorig volleybalseizoen niet geheel onverwacht dat Sander Scheper na vijf succesvolle jaren in de eredivisie stopte bij Lycurgus. Lichamelijk malheur en de drang om een maatschappelijke carrière op te bouwen waren de redenen voor zijn keus.

Met de Groningse eredivisionist werd Scheper drie keer landskampioen, won twee keer de nationale beker en pakte vier keer de Supercup. Doordat hij minder tijd kwijt is aan trainingen speelt hij nu bij Sudosa in Assen, dat uitkomt in de topdivisie, het op één na hoogste niveau in Nederland.

Andere studie

Scheper heeft inmiddels voor zijn maatschappelijke carrière gekozen. Nadat hij vorig jaar zijn bachelor natuurkunde met goed gevolg had afgerond, pakte hij een andere studie op: Energy & Environmental Sciences. Dat betekende een totaal ander leven, want jarenlang stond dit compleet in het teken van de volleybalsport.

Dat begon al op jonge leeftijd. Tot z’n dertiende woonde hij in Ruinerwold, waarna hij in Meppel terechtkwam. Hij begon te volleyballen bij Meppel AZ. „We hadden daar een leuk jongensteam, maar ik viel daar al op vanwege mijn lengte. Ik denk dat ik toen al 1,95 meter was. Daar is ondertussen nog een centimeter of tien bij gekomen. Na de jeugd kwam ik al snel in het eerste team. Daar heb ik twee jaar in gespeeld; in het tweede jaar kwam ik ook in het Talentteam van de volleybalbond terecht, in Amsterdam. Ik speelde toen nog wel competitiewedstrijden in Meppel.”

Toen hij definitief voor het Talentteam koos, betekende dit ook dat hij er wedstrijden voor ging spelen; eerst in de topdivisie en daarna in de eredivisie. „In dat jaar werden we met de talenten zevende in de competitie. Toen mijn lichting plaats moest maken voor nieuwe talenten ben ik naar Lycurgus gegaan. Daar heb ik vijf jaar met veel plezier en succes gespeeld”, zegt hij tevreden.

Geweldig sterk team

Dat Scheper hoofdblokkeerder werd, was vanwege zijn lengte en sprongkracht niet zo vreemd. „Ik ben altijd hoofdblokkeerder geweest. In het eerste jaar bij Lycurgus hadden we een geweldig sterk team. Ik heb toen heel veel opgestoken van Dennis van der Veen, een volleyballer met ontzettend veel ervaring. Doordat hij vanwege zijn leeftijd niet altijd kon spelen, kwam ik in het team terecht en kreeg veel speeltijd. De euforie was groot toen we dat jaar de eerste prijzen voor Lycurgus pakten.”

De Groningers sleepten liefst drie prijzen in de wacht: de Supercup, de nationale beker en het landskampioenschap. „Ja, dat was een geweldig jaar en voor mij als jonge speler helemaal iets bijzonders. We plaatsten ons ook voor de CEV-Cup en speelden twee keer in Siberië. Ook dat was een ontzettend mooie ervaring. Daarna hebben we nog allerlei prijzen gewonnen en speelden we om de Europa Cup. Jammer genoeg zijn we nooit verder gekomen dan de voorronden omdat we altijd sterke tegenstanders troffen, zoals Maaseik uit België. Achteraf denk ik dat clubs in het buitenland grotere stappen hebben gezet dan wij in Nederland.’’

Schouderblessure

In de laatste twee jaar bij Lycurgus maakte de geboren Drent minder minuten in de hoofdmacht. De reden daarvan was een vervelende schouderblessure. „Ik kon wel trainen en spelen, maar nooit meer voluit en dat werkt natuurlijk niet. Zo zit ik ook niet in elkaar. Als ik iets doe, wil ik dat ook goed doen. Dat is voor mij uiteindelijk wel de reden geweest om op het hoogste niveau te stoppen. Daar kwam nog bij dat ik haast wilde maken met mijn nieuwe studie, want ik wil me graag zo snel mogelijk inzetten voor de energietransitie.”

Als je al van jongs af aan volleybalt, kun je die sport natuurlijk niet helemaal loslaten. Dat geldt ook voor Sander Scheper. En dus meldde hij zich aan bij topdivisionist Sudosa in de Drentse hoofdstad. „Assen is voor mij prima te doen. Een kwartiertje reizen en dan sta ik vanuit Groningen bij de sporthal in Assen. Het grote voordeel is dat ik niet meer zeven keer, zoals bij Lycurgus het geval was, maar nog maar drie keer hoef te trainen. Dat is veel beter voor mijn fysiek. En het grootste voordeel is dat ik veel meer tijd aan mijn studie kan besteden. Het is een leuk team, maar jammer genoeg valt er in deze tijd weinig te volleyballen. Het houdt op met wat krachttraining. Gelukkig heb ik zelf nog geen last van corona gehad. Nu maar hopen dat het allemaal snel achter de rug is.”

menu