Veel mensen zijn de kluts kwijt over de bouw van de nieuwe Zuidelijke Ringweg in Groningen. In een poging om uit te leggen wat er aan de hand is, kun je het project Aanpak Ring Zuid misschien vergelijken met de verbouwing van een buurthuis met dienstwoning. Waar de conciërge met zijn gezin tijdens de bouw kan blijven wonen.

Nog even flink doorwerken om zoveel mogelijk vertraging in te lopen. Dat zou je verwachten van de bouw van de nieuwe Zuidelijke Ringweg in Groningen. In plaats daarvan doet de bouwer − in afwachting van financiële afspraken − een stap terug. Met uitzondering van de Partij voor de Dieren en éénpersoonsfractie Van Kooten Arissen steunde de Twee Kamer deze week een motie van Wytske Postma (CDA). Daarin roept ze de regering op in actie te komen om een dreigende structurele impasse rond de ringweg (en gevolgen voor andere infraprojecten) te voorkomen.

Terug naar de vergelijking met het buurthuis met dienstwoning. Buurthuisbestuur (provincie), dorpsraad (minister/Rijkswaterstaat) en activiteitencommissie (gemeente) willen de capaciteitsproblemen van het dorpshuis oplossen. Ze besluiten er samen tegenaan te gaan en huren een groep experts (projectgroep Aanpak Ring Zuid) in om te kijken hoe het allemaal moet. Het buurthuisbestuur heeft geluk: de dorpsraad heeft geld en reserveert dat voor het gebouw, bovenop het bedrag dat het daar toch al voor opzij had gelegd.

loading

Alles kan worden vernieuwd

De activiteitencommissie is verrast dat opeens alles kan worden vernieuwd. De experts komen tot de conclusie dat een nieuw gebouw niet nodig is. De rijen voor het buffet en de garderode verdwijnen ook wel met een flinke uitbreiding van zowel de grote zaal als andere ruimtes, waaronder de keuken en de toiletgroep. Er kunnen straks heel wat meer mensen in het pand. En er komt een peuterbadje, zodat kinderen voor zwemles niet meer hoeven te reizen.

Een architect maakt er in opdracht van de expertgroep en de drie opdrachtgevers wat moois van. Een deel van het gebouw blijft staan, er komt een extra verdieping op, een nieuwe kelder onder en een uitbouw met veel glas naast. Het huis van de conciërge wordt ook gerenoveerd. Omdat ze weten dat architecten de bouw soms wat optimistisch berekenen, houden ze een flinke reserve achter de hand.

De gunstigste prijs-kwaliteitverhouding

Bij de keus voor de bouwer zoeken experts de gunstigste prijs-kwaliteitverhouding. Ze vallen met hun neus in de boter: de aannemer die het plan voor het beschikbare bedrag wil uitvoeren, komt uit het dorp (goed voor de werkgelegenheid). Hij belooft dat bijna alle activiteiten tijdens de bouw gewoon doorgaan (op een paar keer na) en dat ook de conciërge met zijn gezin er kan blijven wonen. Ze hoeven alleen kortstondig even de deur uit.

Ze steken de loftrompet over de aannemer als hij vertelt dat de omliggende buurt door slimme innovaties nauwelijks wordt gehinderd, en ook nog een paar extraatjes voor eigen rekening neemt. Daardoor komt er ook nog een kinderboerderijtje, een nieuw dak op de vrijstaande schuur en een vijver bij de conciërgewoning.

loading

Samenwerken met concullega’s

Omdat het al met al voor zijn doen toch wel een grote klus is, gaat de aannemer samenwerken met concullega’s uit de streek en twee grote bouwers uit de stad. Die hebben ervaring met de moeilijke technische onderdelen.

Tijdens de aanbesteding laat de activiteitencommissie alvast zoveel mogelijk nieuwe kabels en leidingen aanleggen. Daar heeft de buurt al flink veel last van, maar zo heeft de bouwer er straks geen omkijken meer naar. Hij krijgt een jaar de tijd om het ontwerp uit te werken in technische constructietekeningen. Na dat studiejaar geeft hij nog een keer aan dat het écht lukt om alles over 5 jaar op de afgesproken manier gereed te hebben. En maakt met een enorme kaalslag korte metten met alle bomen die in de weg staan.

Bij de eerste de beste klus gaat het mis

Kort nadat het contract definitief is beklonken en met champagne besprenkeld, gaat het bij de eerste de beste klus mis. Als de zolderverdieping eraf gaat, blijkt dat de muren van de begane grond niet zwaar genoeg zijn om een extra verdieping te dragen. Ze moeten aangepast worden en de aannemer − die uitging van informatie van het dorpshuisbestuur en de experts − is bang dat hij voor de kosten opdraait. Er ontstaat ruzie die escaleert als het hem even later niet lukt om de toekomstige uitbouw (met de nieuwe kelder) op de plek van de inmiddels afgebroken keuken te plaatsen.

De conciërge, die inmiddels op butagas kookt in de huiskamer en op de vliering boven de garage slaapt, is het chagrijn aan te zien. De bouwer ergert zich groen en geel aan de voortdurende aanwezigheid van de conciërge en de vele toezichthouders die maar blijven herhalen dat niemand last van de werkzaamheden mag hebben, zeker de buurtbewoners niet.

Het peuterbad dreigt in de grond weg te zakken

Dan ontdekt de aannemer dat behalve de muren ook de volledige vloerfundering geen extra gewicht kan dragen. Op hetzelfde moment dreigt het peuterbad in de grond weg te zakken: er ligt daar geen zand in de bodem, zoals aangegeven, maar veen. Dakgoten, die hergebruikt zouden worden, blijken verrot en er moet een extra buitenmuur worden gesloopt om de oude walk-in closet in de dienstwoning te vernieuwen.

loading

Op de bouwplaats verliezen opdrachtgevers en bouwers het vertrouwen in hun partners, en al helemaal in elkaar. Het werk wordt stilgelegd voordat het goed en wel op gang komt. De vraag wie de meerkosten moet betalen − ligt het aan de voorbereidingen of blijft de bouwer in gebreke − wordt maar niet beantwoord. Buurthuisbestuur, dorpsraad, activiteitencommissie en aannemer hopen dat een populaire dorpsoudste, met veel verstand van zaken in de bouw, een oplossing kan verzinnen.

Overlast vele malen groter van gedacht

In het rapport Waar een wil is, is een dorpshuis beschrijft hij de oplossing. Met de aanleg van het peuterbad en de uitbreiding van het sanitair mag iedereen bewijzen dat het goed komt. Dat lukt, maar op straat zie je weinig verschil. Net als het dorp het gevoel krijgt dat de aannemer er een potje van maakt, past hij de plannen aan en gaat volop aan de slag.

Overal rond het dorpshuis staan containers, bouwmateriaal, afzettingen, schaftketen, dixi’s en af en aan rijdende busjes, kranen en vrachtwagens. Buurtbewoners moeten via een omweg naar huis. Voor thuiswerken of ziek zijn is de overlast vele malen groter dan zij en de activiteitencommissie ooit voor mogelijk hielden.

Om verdere vertraging te voorkomen − de oplevering is al met drie jaar vertraagd −, ziet het buurthuisbestuur voorlopig af van boetes en gaat het werk door. Specialisten zoeken uit wat er precies loos is met de fundering van het gebouw. Ondertussen onderhandelen beide partijen verder over de vraag wie wat betaalt. Het is nu duidelijk dat het project heel veel duurder wordt.

Reservepotje is leeg

Dorpsraad en aannemer slagen er in anderhalf jaar niet in om financiële afspraken te maken. De expertgroep vindt dat hij zich aan het contract moet houden, de bouwer wil extra geld omdat hem nooit eerlijk is verteld wat hem te wachten stond.

Inmiddels is duidelijk dat het reservepotje, dat zo riant leek, leeg is voordat de bouw goed en wel begint. Het buurthuisbestuur maakt bekend dat minstens drie andere plannen daardoor niet doorgaan. Tijdens de patstelling geeft de aannemer eerst nog even blijk van goede wil door alles uit de kast te halen. Hij breekt zoveel mogelijk delen van het oude gebouw af om straks − als er een akkoord ligt − direct door te bouwen en zijn nieuwe deadline te kunnen halen.

Maar dan duurt het hem te lang en haalt hij zijn personeel weg. Hij voert alleen nog maar het hoogst nodige uit: onderdelen die cruciaal zijn voor de voortgang van het project. Die is meer dan ooit onduidelijk. Twee jaar na de komst van de mediator vervliegt de hoop dat het dorpshuis klaar is voor de kerstvoorstelling van 2024.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen