Be Quick’er Aron Strengholt passeert WKE-keeper Diederik Bangma in december 2013, in het seizoen dat de Groningers nog wel op het hoogste amateurniveau actief waren.

Waar blijven toch de Groninger hoofdklassers? (Drenthe heeft er net als vorig seizoen liefst zes)

Be Quick’er Aron Strengholt passeert WKE-keeper Diederik Bangma in december 2013, in het seizoen dat de Groningers nog wel op het hoogste amateurniveau actief waren. Foto Jan Willem van Vliet

Drenthe heeft dit seizoen wederom liefst zes hoofdklassers, en Groningen met Be Quick 1887 maar eentje. Hoe kan dat?

Het had niet zo veel gescheeld of de provincie Groningen had dit seizoen niet eens een hoofdklasser gehad. Be Quick 1887 speelde zich op de laatste dag in veiligheid, waardoor de Good Old wederom de Groninger eer verdedigt op het één na hoogste amateurniveau - de tweede divisie geldt voor de KNVB officieel als (semi-)profvoetbalklasse.

Mager

Vorig seizoen was het ook al mager gesteld met de Groningse inbreng in de top van het amateurvoetbal, maar toen speelde tenminste nog Jong FC Groningen in de derde divisie. Hoe kan het dat Drenthe al jaren de boventoon voert bij de topamateurs?

Een mogelijk antwoord op die vraag is gelegen in het enorme aantal amateurvoetbalclubs in de gemeente Groningen: 32 . Dat is veel. In qua inwoneraantal vergelijkbare gemeentes als Eindhoven, Tilburg en Almere zijn het er bijvoorbeeld een stuk minder. Die lappendeken van clubs is er één van de oorzaken van dat by far de grootste gemeente van de provincies Groningen en Drenthe maar met één club (Be Quick 1887) vertegenwoordigd is op het landelijke amateurvoetbaltoneel.

Doorn in het oog

Het is Jan Boonstra, voorzitter van zondageersteklasser SC Stadspark, een doorn in het oog. Maar hij is ook realistisch. ,,Kijk, het heeft natuurlijk alles met financiële middelen te maken. Alleen al een trainer op hoofdklasseniveau kost een vermogen. Dat geld wil ik niet uitgeven, dat kan ik echt niet maken ten opzichte van bijvoorbeeld de jeugdleden. In de dorpen daarentegen kun je het als ondernemer dan weer haast niet maken om de plaatselijke club níét te sponsoren. Dan komt er bijvoorbeeld in Harkema niemand meer in je zaak, haha.’’

32 toeschouwers

32, het is niet alleen het aantal amateurvoetbalclubs in de gemeente Groningen, het is ook het schamele aantal toeschouwers dat op een koude novemberdag maar zo langs de lijn kan staan bij een eersteklasser uit de stad. Bij de clubs in Drenthe lachen ze om die aantallen. Wat dat betreft heeft Boonstra wel een creatief idee. ,,Misschien moeten de beste amateurvoetballers uit de stad maar ondergebracht worden bij één club of in een stichting ofzo. En dat ze dan de recette van de wedstrijddagen met elkaar verdelen. Laat ze er maar voor zorgen dat er 500 man komen.’’ Boonstra beseft zelf ook wel dat zijn idee maar een proefballonnetje is, zeker als clubs als Harkemase Boys en HHC Hardenberg de spelers uit de stad van een vorstelijke vaste beloning kunnen voorzien – bij beide clubs speelt een groot contingent Groningers.

Ouderwetse manier

Bij Oranje Nassau proberen ze het dus nog even op de ‘ouderwetse’ manier. Voorzitter René Bolt schetst de situatie met een anekdote. ,,Een speler van ons stond na een wedstrijd eens te praten met een speler van, ik meen, Putten. Die vroeg wat onze speler verdiende. Nou, onze onkostenvergoeding voor een heel seizoen kreeg die speler van Putten in één maand. Dat willen en kunnen wij niet betalen, maar we zijn wel ambitieus. Het doel is de hoofdklasse.’’

Maar het topamateurvoetbal lijkt toch vooral iets te zijn van middelgrote plaatsen, waarschijnlijk ook omdat in de grote steden de profclubs veel aandacht (lees: geld) opeisen. De vier grootste plaatsen in Drenthe (Assen, Emmen, Meppel, Hoogeveen) hebben allemaal minimaal één club op hoofdklasseniveau spelen. Die lijn doortrekkende zouden bijvoorbeeld Winschoten en Hoogezand de Groningse eer in de hoofdklasse moeten verdedigen – toegegeven, deze plaatsen hebben wel iets minder inwoners dan hun Drentse equivalenten.

Hoogezand

In Hoogezand, bij de plaatselijke vv, lijken ze het meest voortvarend. Kersvers voorzitter Andy Kasto klinkt ambitieus. ,,We zijn net gepromoveerd naar de eerste klasse, dus daar handhaven is op korte termijn de eerste doelstelling. Maar we willen uiteindelijk wel meer. Onze eerste jeugdelftallen spelen op divisieniveau en je ziet nu al jonge jongens doorbreken in het eerste elftal. Maar naast jeugdtalenten hebben we ook een groter financieel budget nodig om goede spelers te behouden en extra goede spelers van buitenaf aan te trekken voor het eerste elftal. We willen graag meer sponsors aantrekken die ons op alle vlakken kunnen naar een hoger niveau kunnen helpen. We hopen er over een jaar of drie klaar voor te zijn.’’

Winschoten

Bij WVV in Winschoten is dat beleid er niet per se. De Winschoters willen vooral een stabiele eersteklasser zijn. ,,Die lijn hebben we zo’n tien jaar geleden ingezet en ik denk dat we daar nu zijn’’, zegt bestuurslid technische zaken Henk Mulder. ,,Die eerste klasse is voor ons, hier in Oost-Groningen, structureel denk ik ook het hoogst haalbare. Dit jaar heeft de selectie gezegd dat ze voor promotie willen gaan, maar dat is iets wat bij ons uit de selectie zelf moet komen.’’ Dus, WVV in 2020-2021 en Hoogezand daarna structureel in de hoofdklasse? We gaan het zien. Tot die tijd is Drenthe dus hoogstwaarschijnlijk nog het amateurvoetbalwalhalla van het Noorden.

Dit is een van de vele verhalen uit de voetbalbijlage van Dagblad van het Noorden , die te koop is bij een groot aantal verkooppunten. Klik hier voor de verkoopadressen.


menu