De suikerfabriek in Hoogkerk, ten zuidwesten van de stad Groningen.

Waarom de Groningse herfst tóch gewoon naar bietencampagne ruikt

De suikerfabriek in Hoogkerk, ten zuidwesten van de stad Groningen. Foto: Reyer Boxem

Het is in 2020 klaar met de typerende Suikerfabriekgeur in en om Groningen, berichtten tal van media in februari. Maar de laatste weken walmt de bietenlucht bij tijden toch gewoon over de stad. Hoe kan dat?

De eerste keer dacht je: ik beeld me zeker dingen in.

Het was begin oktober of eind september, de lucht begon ten langen leste koel en vochtig te worden en het boomblad geel en bruin. De wind blies een vertrouwde geur je neusgaten in. Wee en kruidig, muf en aards. De onmiskenbare geur van de bietencampagne. Gek. Je meende je nieuwskoppen te herinneren, zocht op Google, en jawel, daar waren ze.

Nóóit meer bietenmeur: bietenpulp wordt niet meer gedroogd

DVHN, NOS, RTV Noord, Sikkom: allemaal berichtten ze in februari dat het nóóit meer naar biet zou meuren in Groningen. De suikerfabriek in Hoogkerk zou de overgebleven bietenpulp namelijk niet meer drogen tot veevoer, maar er biogas van maken. En dat ruikt niet.

Het toch al bizarre jaar 2020 zou verstoken blijven van die typische, goed Groningse geur. Als zelfs TikTok Tammo het zegt in zijn biet’n-video’s, dan is het zo. Dus jij had waarschijnlijk gewoon heimwee naar honderd herfsten van weleer. Of een soort pavlovreactie van de neus, die bij de kou en kleuren van het najaar de bijbehorende geur zelf maar invulde.

Hier zit een lucht aan

De tweede keer dacht je: is die geur soms in de poriën van de stad gaan zitten?

Want je rook ‘m dus echt. Hij bezocht je op het balkon als je even weg was uit je thuiskantoor, vergezelde je op een fietstocht, hing boven de lege terrassen van het Zuiderdiep. Je buren, vrienden en collega’s hebben het ook gemerkt; jij was niet gek. Of iedereen was even gek geworden. Je zou eigenlijk nergens meer van opkijken.

Na de derde keer denk je: hier zit een lucht aan.

‘Elke stap in het productieproces heeft een eigen geur’

Veevoer, biogas, al veranderen ze bieten in feeënstof daar in Hoogkerk: het ruikt écht als vanouds. Zoeken op Google levert geen antwoorden meer op. Hiervoor moeten we naar het centrum van de Groningse bietencampagne: Cosun Beet Company, locatie Vierverlaten in Hoogkerk.

,,Het klopt hoor, dat je ons nog steeds kunt ruiken’’, zegt Frans Caljouw namens de fabriek. Waarom heel Groningen en omstreken dacht dat het niet meer zou kunnen, dat weet Caljouw eigenlijk ook niet. ,,Geen idee hoe dat beeld is ontstaan.’’

Dé suikerfabriekgeur is altijd al een mengeling is geweest van een heleboel verschillende geuren, legt Caljouw uit. Die van de bieten bij de opslag, van het wassen, de waterzuivering. ,,Ook de lucht vanuit de fabriek, die door de dakluiken naar buiten komt, heeft z’n specifieke geur van elke stap in het productieproces.’’

‘De muffe, weeïge geur is er nog gewoon’

Tot vorig jaar zat daar nog een stap bij die nu niet meer plaatsvindt, namelijk het drogen van de pulp. Dat drogen gaf het fabrieksboeket een specifiek, branderig randje. ,,En de lucht van de droger droeg heel ver, die kon je ook buiten de stad goed ruiken’’, stelt Caljouw. ,,Dat branderige is er nu dus af, maar de muffe, weeïge geur, die is er nog gewoon. Zeker dichtbij de fabriek.’’

Waarschijnlijk, vermoedt Caljouw, heeft het in Hoogkerk en de stad altijd al meer naar de fabriek in het algemeen geroken dan naar pulpdrogen. En die geur blijft net zo lang bij Groningen als de bietencampagne zelf.

Die van dit jaar is pas op de helft. Er liggen nog weken in het verschiet waarin je, ergens in de stad, je neus in de lucht kunt steken en die vertrouwde mix van kruidig en wee, muf en aards kunt ruiken. Niet dat die geur an sich nou zo lekker is, laten we eerlijk zijn. Maar soms, en in 2020 helemaal, is het fijn dat er ook dingen bij het oude normaal blijven.

menu