Hij ving als Amsterdams bioloog slakkendodende vliegen, belandde bij de Waddenvereniging en ging daar nooit meer weg. Hans Revier (66) over het belang van onderzoek en de toekomst van het Waddengebied. ,,Er is een gerede kans dat het hier over vijftig jaar niet meer bestaat.’’

Beestjes, hij raakt er niet over uitgepraat. Neem de snoerworm, een onooglijk geval dat door de zandbodem kruipt in de Waddenzee. De snoerworm kan in één beweging zijn complete darmkanaal naar buiten spuwen om zijn voedsel te grijpen.

,,We weten daar eigenlijk heel weinig van’’, zegt Hans Revier. ,,Zoals er zó veel is dat we nog niet weten.’’

Vanwege zijn vertrek bij de Waddenvereniging zette hij zijn favoriete Waddenflora en -fauna op een rijtje. De snoerworm (,,Een enorme rover’’) maakt daar ontegenzeggelijk deel van uit.

Zeekraal, het baardmannetje (,,Vanwege zijn leuke geluidjes’’), de steenloper en de grijze zeehond vervolmaken de top vijf. De laatste vanwege zijn brute karakter; mannetjes van de grijze zeehond zijn grote rovers. Een bruinvis of een gewone zeehond - ,,Ze pakken alles wat ze pakken kunnen’’.

Revier sloeg deze week in Harlingen de deur van de Waddenvereniging achter zich dicht nadat hij daar op 1 juni 1985 binnenkwam als ,,de spreekwoordelijke Amsterdamse bioloog.’’ Hij werd er in 1995 directeur, maar ontdekte na tien jaar dat daar zijn hart niet lag. ,,Ik ben meer bioloog dan manager.’’

Hij werd hoofdredacteur van het Waddenmagazine en lector Mariene Wetlands Studies. In die hoedanigheid bracht hij de laatste jaren studenten van hogescholen de liefde bij voor het Wad.

Sjors en de Rebellenclub

Revier is een verhalenverteller. Hij groeide op in hartje Amsterdam. Zijn opa was huisschilder en schilderde veel in de groenere buitenwijken. ,,Hij kende heel veel vogels en wist veel van het weer. Hij had een volkstuin en hield van vissen. En van lege ruimtes.’’

Dat wekte Hans’ belangstelling. Hij ging biologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn diensttijd werd hij voorzitter van soldatenvakbond VVDM. Het was in de beginjaren tachtig, een periode die hij kwalificeert als Sjors en de Rebellenclub. Hij leerde er lobbyen en actievoeren en sloot zich aan bij de Vredesbeweging.

Werk vinden was lastig, zeker voor een afgestudeerd bioloog. Revier deed in opdracht van het Zoölogisch Museum onderzoek naar de taxonomie van slakkendodende vliegen.

,,Daar zijn vijftig soorten van’’, grinnikt hij. ,,Ook in het Waddengebied. Ik heb hele verzameltochten gemaakt, gewapend met een vlindernetje, om vliegen te vangen. Of langpootmuggen. In 1985 zijn we zelfs in China geweest. Dat land zat toen nog half op slot.’’

Eén vlieg die hij ving was een nieuwe soort voor de wetenschap. ,,Het is fascinerend als je beesten vangt die niemand ooit eerder heeft gezien.’’ Al is enige relativering op zijn plaats, tekent hij aan. ,,Het is een kwestie van: naar een gebied gaan waar niet veel mensen zijn geweest, en vervolgens dingen vangen waar nooit iemand naar kijkt.’’

Zijn afstudeerrichting was aquatische ecologie, zijn hoofdvak was macrofauna; beestjes die je met het blote oog kunt zien.

Revier had bijna bij de Wegenwacht gewerkt toen iemand hem wees op een advertentie in de krant. De Waddenvereniging in Harlingen zocht een staffunctionaris annex actiecoördinator. Hij reisde af en werd aangenomen.

NAM-leiding

Het waren andere tijden. Het grootste probleem was de waterverontreiniging. De Waddenvereniging streed tegen militaire activiteiten op het Wad en er was een hoogoplopend geschil over de komst van de F3-leiding van de NAM die gas en olie dwars door het gebied naar land zou brengen.

,,Het water was te vies, de zeehondenstand was abominabel laag, er waren nog voldoende wilde mosselbanken, en verder werd er niet zo goed gekeken naar de kwaliteit van natuur en milieu.’’

Er is in vijfendertig jaar een hoop ten goede veranderd. Het verbeteren van de waterkwaliteit is een succesverhaal. ,, Dat is redelijk snel opgelost met het vergunningenstelsel voor het lozen op oppervlaktewater in 1987. In een periode van tien jaar is de vervuiling met 80 tot 90 procent afgenomen.’’

Als gevolg daarvan schoot het aantal zeehonden omhoog en werden de vogelpopulaties gezonder. Defensie had minder oefenruimte nodig. De Noordvaarder op Terschelling werd gesloten, wat veel geluidhinder scheelde, en het cavalerieschietkamp op Vlieland ging dicht.

Dat is allemaal positief.

Maar verder?

,,De visstand is laag. Met de broedvogels gaat het niet goed. We weten veel te weinig van de onderliggende situatie. Waaróm gaat het met de broedvogels niet goed? Dat weten we niet. Daarvoor moeten we het hele onderliggende voedselweb beter begrijpen.’’

Kort snaveltje

De kanoet is een vogeltje dat wetenschappers voor raadselen stelt. Door de klimaatopwarming in de broedgebieden wordt zijn snaveltje korter. Hoe sneller de zeespiegel stijgt en de zeebodem zakt, des te lastiger de kanoet aan zijn eten komt.

In de Waddenzee wordt nog maar 10 procent van de hoeveelheid vis gevangen van veertig jaar geleden. De schol is verdwenen. ,,Waarom? We weten het niet.’’ De eidereend, de blauwe kiekendief en de tapuit hollen zienderogen achteruit. ,,Ze zeggen wel eens: het Waddengebied is het best onderzochte gebied van de wereld. Maar het ontbreekt ons aan oorzaak-gevolg-analyses.’’

,,Zandsuppleties hebben effect op de zandspieringen. Zandspieringen zijn het voedsel voor sterntjes en visdiefjes. Maar wat is precies het effect van zandsuppleties op die zandspieringen? Dat weten we niet.’’

Nog een voorbeeld. ,,Het wordt warmer. Dat betekent dat de garnalen eerder terug zijn uit de Noordzee. Daardoor kunnen ze nog nét die larven van schelpdieren opeten voordat die zich vasthechten aan de bodem. En dat betekent dat het broedsucces van schelpdieren steeds verder afneemt, en dat er dus steeds minder mossels en kokkels voorkomen in de Waddenzee. Daar moet je op anticiperen. Ook als het gaat om oogsten uit het gebied.’’

Te weinig onderzoek naar insecten

Revier had zelf meer onderzoek willen doen naar het insectenleven. De aanwezigheid van voldoende insecten in kwelders is immers essentieel voor de overlevingskans van jonge kuikens.

Misschien, nu hij met pensioen gaat, komt het er van. ,,Toen ik op het Zoölogisch Museum werkte waren daar twee oude lieden die de wantsenfauna van Terschelling bestudeerden. Het probleem is alleen dat ze daar nauwelijks iets over hebben opgeschreven.’’

Hij wijst op de kieviten die steeds lastiger hun jongen kunnen grootbrengen. ,,Dan geven we de schuld aan de vossen, steenmarters, bunzingen en kraaien. Terwijl een kievit die uit het ei komt insecten nodig heeft. En die zijn er niet meer, in die groene woestijnen.’’

Kleine fauna valt in Nederland tot zijn spijt al snel onder het kopje ‘niet-relevant onderzoek’. ,,We vinden al gauw: een mug is een mug. Maar het is van belang. En het is ook gewoon leuk, he.’’

Holwerd aan Zee

Nadat bioloog Revier zijn directeurschap bij de Waddenvereniging opgaf werd hij op 5 april 2007 geïnstalleerd als bijzonder lector Marine Wetlands Studies bij NHL Stenden en de Hanzehogeschool. Dat gebeurde in Lauwersoog. Hij hielp studenten met praktijkgericht onderzoek, ofwel vanuit hun studie toerisme bij Stenden, ofwel vanuit hun studie bouwkunde/civiele techniek en vastgoed aan de Hanzehogeschool.

Revier vond het machtig. Zo was hij vanaf het begin betrokken bij Holwerd aan Zee en lanceerde hij een project als Waddengastronomie. Hij vertelt over die civieltechneuten die natuur maar een lastig ding vonden omdat ze telkens met al die broedvogels rekening moesten houden. Hij nam hen een paar keer mee naar de kust. ,,Uiteindelijk zei er eentje: ik heb een vogelboekje gekocht.’’

Een groep masterstudenten nam hij mee naar de Engelmanplaat. Een student uit India meldde zich prompt aan als vogelwachter.

Somber over de toekomst

Over de toekomst van het Waddengebied is hij gematigd somber. ,,Er zal hier altijd een natuurlijk systeem blijven bestaan. Maar het voedselweb verarmt en onze grootste zorg is hoe het systeem zich overeind houdt onder de klimaatopwarming. Er is een gerede kans dat de zeespiegelstijging zo snel gaat dat het hier straks niet meer bestaat. Dan krijg je een lagune.’’

Wat hem steekt?

,,Iedereen houdt van het Werelderfgoed Waddenzee. Het is een uniek gebied, maar vanuit Den Haag is er nauwelijks coördinatie. Het Waddengebied wordt in een zuigend moeras gestort van ingewikkelde overlegstructuren. Blijkbaar zijn de belangen van de delfstoffen, van de visserij, van de landbouw te groot.’’

Vijfendertig jaar na zijn aantreden is er opnieuw gedonder over een transportleiding, dit keer voor duurzame energie.

De gas- en zoutwinning gaat onverminderd door.

,,Op het ministerie van Landbouw en Natuur zit voor het Waddengebied anderhalve man en een paardenkop. Telkens opnieuw is het de natuur die moet bewijzen dat zij ergens last van heeft. En dat is lastig, omdat langjarige monitoring ontbreekt.’’

Als voorzitter van soldatenvakbond VVDM kreeg Revier alle Tweede Kamerstukken op zijn bureau. Hij weet nog hoe hij in 1981 de Nota Waddenzee onder ogen kreeg. ,,Daar stond in: de hoofddoelstelling is de bescherming van de natuur. Toen dacht ik: wow! Maar we zijn 39 jaar verder. En eigenlijk zitten we nog steeds in dezelfde discussie.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen