Onderzoekers uit Wageningen snuffelen in Drents-Groningse natuurgebieden Friesche veen en Onlanden

De Onlanden, met op de achtergrond de skyline van Groningen Archief Jan Willem van Vliet

Onderzoekers van Wageningen Universiteit gaan broeikasgassen meten in de Noorddrentse natuurgebieden De Onlanden en het Friesche Veen. Ze willen in kaart brengen hoeveel gas wordt opgenomen en uitgestoten.

Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van de Vereniging Natuurmonumenten, die eigenaar is van polder Camphuis bij het Friesche Veen tussen Haren en Paterswolde en tevens eigenaar en beheerder van grote delen van De Onlanden tussen Peize en Groningen.

De natuurorganisatie wil meer zicht krijgen op de bijdrage van natte natuur aan de opslag van CO2-gas. Gezien de omvang van waterberging en natuurgebied De Onlanden, ruim 2500 hectare, leent het zich goed voor een dergelijke studie.

Wetenschappers nemen aan dat jonge, zich nog uitbreidende moerassen zoals De Onlanden grote hoeveelheden broeikasgas kunnen vastleggen in restanten van planten, die op de bodem van het natte gebied liggen. Dat materiaal bestaat vooral uit koolstofverbindingen. De opname van CO2 in bossen en moerassen helpt zo dus bij het tegengaan van klimaatveranderingen.

Afgebroken

Aan de andere kant stoten moerassen ook methaangas uit, een sterk broeikasgas. Ook komt er CO2 vrij wanneer het veen of dood plantenmateriaal wordt afgebroken. Of een moeras echt bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering hangt onder meer af van het waterpeil en de weersomstandigheden, zoals de temperatuur, luchtvochtigheid en de windkracht.

Binnenkort gaan Wageningse onderzoekers bepalen hoeveel CO2 er in De Onlanden en polder Camphuis door de bodem en de vegetatie wordt opgenomen en weer uitgestoten. Ook wordt bijgehouden hoeveel methaan er in de atmosfeer verdwijnt. Hiervoor wordt gevoelige meetapparatuur geplaatst.

Het onderzoek duurt zo’n drie jaar. Er wordt steeds gedurende korte perioden van enkele weken gemeten.

menu