Applaudisseren voor het zorgpersoneel in het UMC Groningen.

We noemen artsen ‘helden’ en hebben het over ‘de strijd tegen corona’. Waarom gebruiken we oorlogstaal tijdens deze crisis?

Applaudisseren voor het zorgpersoneel in het UMC Groningen. Foto: Geert Job Sevink

Als je het nieuws over het coronavirus leest, is het alsof er een oorlog woedt. Haast automatisch hebben we het over ‘strijd’, ‘helden’ en ‘overwinnen’ terwijl we ‘ziekte’, ‘artsen’ en ‘beter worden’ bedoelen. Hoe komt dat?

„Daar zou een mooie scriptie in zitten”, zegt mediahistoricus Huub Wijfjes op die vraag. Hij is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en expert op het gebied van journalistieke geschiedenis.

Sinds individualisering hebben we helden nodig

Onze oorlogstaal rondom corona past bij uitstek in een culturele trend, denkt Wijfjes. „Vroeger, zeg maar vóór de ontzuiling, was ziekte iets dat je overkwam. Dat moest je ondergaan en in je privésfeer verwerken. Niemand had het over ‘overwinnen’ toen een remedie tegen tuberculose gevonden werd.”

Gedurende de twintigste eeuw groeide in de westerse samenleving het individualisme. Private emoties kwamen vaker in de openbaarheid - en in de media. En we kregen behoefte aan helden: heel gewone mensen die ongewone dingen kunnen.

Dokter wordt held bij uitbraak van AIDS

„Neem bijvoorbeeld onze omgang met sport”, zegt Wijfjes. „Hoe we van elke competitie een epische strijd maken, waarbij de winnaar een grote held is en de verliezer, nou ja, een loser .”

De dokter als held duikt volgens Wijfjes voor het eerst op bij de AIDS-epidemie van de jaren ‘80. „Toen kreeg je ook de eerste fakkeltochten, voor de slachtoffers. Geen ‘zieken’, maar ‘slachtoffers’; dat hoort ook bij oorlogsretoriek. En de dokters als moedige strijders die de ziekte moesten verslaan. Dat vonden de dokters zelf trouwens maar raar, ze ergerden zich er een beetje aan.”

Oorlogstaal is niet per se verkeerd

Het is ook best raar, vindt Wijfjes. „Dokters doen gewoon hun werk, soms genezen hun patiënten en soms niet. Je kunt als individu meestal niet echt iets doen om een ziekte als corona te overwinnen. Daarbij: als je overlijdt, of je patiënt wordt niet beter, wat ben je dan? De verliezer?”

Moeten we de strijdtaal dan maar taboe verklaren? „Het is niet per se verkeerd om oorlogsmetaforen te gebruiken rondom corona”, denkt RUG-taalkundige Jana Declercq. „Ze maken het abstracte en onbekende behapbaar, en ze motiveren tot actie.”

Oorlogsbeeldspraak komt vaak voor in medisch discours, weet Declercq. „Dat is goed gedocumenteerd in onderzoek. In het politieke domein wordt oorlogstaal ook veel gebruikt. De medische wereld en de politiek komen in de coronacrisis eigenlijk samen.” Logisch, dus, dat we nu zo vaak naar gevechtstermen grijpen.

#ReframeCovid: houd de taal divers

Toch heeft dat ook een keerzijde: „Oorlogsdiscours kan mensen bang en emotioneel maken. En geen enkele metafoor is helemaal perfect.” Declercq maakt zich daarom, samen met collega’s over de hele wereld, hard voor meer diversiteit in onze coronataal. In het online project #ReframeCovid verzamelen ze alternatieve beeldspraken, gebruikt door journalisten, politici of deskundigen.

Zo kun je de coronacrisis ook omschrijven met taal uit de categorie ‘natuurramp’. „Woorden als ‘storm’, ‘golf’ en ‘indammen’ worden veel gebruikt”, merkt Declercq. Reis- of sporttaal (tackelen, de wedstrijd winnen) komen ook geregeld voor. „Ik las in De Standaard laatst een soort combinatie van reis en sport: ‘In plaats van een steile bergbeklimming staan we voor een lange steppetocht’.”

Toch blijft de oorlogstaal verleidelijk. De Publieke Omroep maakt een programma over cruciale beroepen, en noemt het Frontberichten . Sociale media staan bol van berichten over ‘de helden in de zorg’ - ongeacht wat de helden daar zelf eigenlijk van vinden.

Politici weten: Never waste a good crisis

Het is niet echt iemands schuld, denkt zowel Declercq als Wijfjes, dat we over het coronavirus praten in termen van strijd en oorlog; het zit nu eenmaal in onze cultuur gebakken, we zijn eraan gewend. Er is wel een groep die bovengemiddeld van alle oorlogstaal kan profiteren: politici.

„Het is in de Amerikaanse politiek een soort gezegde: never waste a good crisis ”, zegt Wijfjes. „Voor de politiek is een crisis op een bepaalde manier heel fijn, of het nou een economische crisis is, een oorlog of een pandemie. De gebruikelijke tegenstellingen vallen weg en je kunt veel krachtdadiger optreden. Rutte wordt nu als sterke leider gezien, daar profiteert hij straks bij de verkiezingen van.”

„De politiek kan oorlogsretoriek gebruiken om middelen te legitimeren die anders twijfelachtig zijn in een democratisch systeem”, waarschuwt Declercq. „Daar moeten we wel voor oppassen.”

menu