De leerlingen van de St. Vitusschool in Winschoten willen graag zo snel mogelijk weer gewoon naar school.

Weer naar school? Zowel kinderen als docenten willen dolgraag, maar het wordt echt heel lastig

De leerlingen van de St. Vitusschool in Winschoten willen graag zo snel mogelijk weer gewoon naar school. Foto: Jaspar Moulijn

Kinderen willen niets liever dan weer naar school, en de leerkrachten willen hen ook dolgraag weer in levenden lijve zien. Maar het lijkt nog erg lastig, ook in het Noorden.

„Ik mis je lessen, juf Femke. Groetjes, Jens (en Bjarne).” Wat de leerlingen van de Sint Vitusschool in Winschoten betreft mag de school meteen wel weer open. Ze lieten dat woensdag duidelijk merken door doeken met dit soort teksten bij het hek van de school op te hangen.

Veters strikken

„Zodra het kabinet zegt dat het kan, gaan we meteen weer van start”, zegt leerkracht Dorothé Wijers van deze school. Al heeft ze er net als vrijwel al haar collega’s een heel hard hoofd in hoe ze die vermaledijde 1,5 meter afstand in haar groep 1 in acht moet nemen. „Het is gewoon niet te doen als je bij kleine kinderen met een snottebel de veters moet strikken.”

Iedereen in het onderwijs kijkt reikhalzend uit naar de beslissingen van het kabinet over de periode na 28 april. Premier Mark Rutte zinspeelde er woensdag in zijn persconferentie op dat de scholen dan voorzichtig weer open kunnen. „Dat kan weer ruimte geven bij gezinnen.” Maar hij waarschuwde gelijk dat het dan weer drukker kan worden op straat en in het openbaar vervoer.

Het wachten is ook op een onderzoek van het RIVM naar de mate waarin kinderen bijdragen aan de verspreiding van het coronavirus.

Kan het hier niet sneller?

De uitbraak van Covid-19 lijkt zeker in Noord-Nederland redelijk onder controle. Er gaan stemmen op om hier eerder dan elders in het land de lockdown te versoepelen. Maar volgens leerkrachten en bestuurders in het onderwijs is er nog te veel onduidelijk om de kinderen te kunnen beloven dat ze binnenkort hun geliefde leerkrachten weer kunnen zien.

Want die leerkrachten zijn er nog lang niet gerust op dat het veilig is om de scholen te openen. Dit bleek dinsdag al uit een enquête van onderwijsbond AOb. In Drenthe en Groningen is de bezorgdheid net zo groot als in in Brabant of Limburg, zegt woordvoerder Simone van Geest van de AOb. Want hoe moeten ze in hun klas die richtlijnen van het RIVM handhaven? En hoe zorgen ze ervoor dat ze zelf niet ziek worden?

Geen hart onder de riem

De directeuren van de openbare basisscholen in de gemeente Tynaarlo en de vroegere gemeente Haren (verenigd in stichting Baasis) vergaderen hierover donderdag, vertelt directeur Susanne de Wit van Baasis.

Volgens De Wit onderzoeken de scholen nu hoe ze toch weer gedeeltelijk kunnen open gaan, door bijvoorbeeld een deel van de kinderen ‘s morgens te laten komen en een deel ‘s middags.

„De leerkrachten missen de kinderen en elkaar”, zegt De Wit. „Je kunt nu niet even bij elkaar naar binnen lopen, elkaar een hart onder de riem steken.”

Dit beaamt Leonie Magnin, directeur van openbare scholen in Tynaarlo en Yde. „Ik had niet verwacht dat onze leerkrachten zo snel onderwijs op afstand zouden realiseren en dat dit nog zo goed zou verlopen”, zegt ze. „Maar we missen de leuke dingen. Ik denk ook dat we daar weer mee moeten beginnen als de scholen weer open gaan. Zorgen dat we onze contacten weer goed krijgen, dat het weer leuk wordt. Zodra het kan, moeten we weer schoolreisjes gaan maken.”

Taalachterstanden

De coronacrisis heeft menigeen wel de ogen geopend voor wat er op digitaal gebied allemaal mogelijk is. Toch waarschuwt leerkracht Wijers voor achterstanden bij kleuters, bijvoorbeeld als hun ouders de Nederlandse taal niet machtig zijn. „Zij moeten op school onze taal oppikken. Als de school een paar weken stilligt, halen ze het wel weer in, maar het moet niet te lang duren.”

Immense beren op de weg

Niet alleen in het basisonderwijs, ook in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zijn er nog immense beren op de weg. Voor deze leerlingen is het contact met leeftijdgenoten zo mogelijk nog belangrijker dan voor kleine kinderen. Voor jongvolwassenen is 1,5 meter afstand houden ‘onnatuurlijk’, zegt Van Geest. „We hebben de afgelopen weken al gezien dat de politie veel jongeren moest waarschuwen om op afstand te blijven. Stel: de middelbare scholen gaan open, moeten leerkrachten dan steeds waarschuwen als de leerlingen die afstand even vergeten?”

„We hebben uitvoerig overlegd en willen het liefst dat het kabinet voor één duidelijke lijn kiest”, zegt Marcel Klaverkamp, voorzitter van de raad van bestuur van het Dr. Nassau College, een scholengemeenschap in Assen, Beilen, Norg en Gieten. „We zijn bevreesd voor een mengvorm, dat een deel van de leerlingen naar school komt en een deel thuis digitaal onderwijs krijgt. Dat is voor de docenten niet te doen.”

Niet meer samen pauze

Klaverkamp denkt dat de 1,5 meter-regel op school niet te hanteren is. „Dan kunnen leerlingen niet meer met elkaar naar de kantine. Het is allemaal te organiseren, maar waarom zou je het doen als je juist het sociale aspect van school zo belangrijk vindt? Ik denk dat we beter tot de zomervakantie door kunnen gaan met het digitale afstandsonderwijs. Dat loopt bij ons soepel.” Hij hoopt dat de leerlingen daarna weer gewoon naar school kunnen.

In het middelbaar beroepsonderwijs in Groningen en Drenthe speelt nóg een probleem. Vakbondsvrouw Van Geest wijst erop dat veel studenten op het openbaar vervoer aangewezen om op school te komen. En hoe je daar elke dag op tijd komt als de bus en trein maar voor een derde gevuld mogen zijn? Geen mens die het weet.

menu