Wiebes begeeft zich in het hart van Ik Wacht

In de eeuwenoude kerk van Zeerijp zitten meer dan 90 van de 101 huishoudens die hun verhaal hebben gedaan voor het boek 'Ik wacht'. Foto Corné Sparidaens

Wachten en morren gaan hand in hand, bleek tijdens de boekpresentatie van 'Ik Wacht' op maandag 17 juni. Het is een goedmoedig, Gronings morren. Of de aanwezige minister Wiebes daar anders van wordt?

Geroezemoes in de bomvolle kerk van Zeerijp zwelt aan tot rumoer. Het loopt tegen achten. Groningers die in het boek Ik Wacht hun verhaal over de aardbevingen hebben gedaan, kijken op.

Wiebes in da house!

Dus toch.

,,Dat ‘ie hier durft te komen!”

,,Hebben we tomaten bij ons?”

,,Wat gaan we nu doen?’’

Niks. Zitten en wachten op wat komen gaat. Door de aanwezigheid van de minister is de boekpresentatie - populair gezegd - direct aan. Nu hij er is, líjkt het of er echt iets staat te gebeuren. Of: hoe een boekpresentatie in een klap spannend is.

101 seconden

De film draait. De film van 101 seconden waarin de 101 aardbevingsgedupeerden uit Groningen twee woorden uitspreken. Ik wacht, zeggen ze.

loading

Is het boek Ik Wacht al een gecomprimeerde versie van de aardbevingsellende, van de bureaucratische slangenkuil, van overheidsfalen, van David tegen Goliath - de film van 101 seconden overtreft dat. Die 101 seconden zouden integraal op de Nederlandse televisie uitgezonden moeten worden, verplicht kijken en by the way : schaf dan ook het boek aan mensen, dan weet u wat er speelt.

Het filmpje is misschien wel het meest ontroerende onderdeel van de boekpresentatie. Of het is Zeerijp zelf, het weggetje er naartoe over het groene stille Hogeland, de heldere zomeravond die welhaast een belofte in zich heeft: hier is nooit iets aan de hand.

Kafka hield huis in Groningen

Maar hier is wel degelijk iets aan de hand. Hier schudt de aarde keer op keer. In januari 2018 trilde die heel hevig. Een jaar later bedacht de redactie van Dagblad van het Noorden om terug te gaan naar Zeerijp, om het verhaal op te tekenen van een gedupeerde. Hoofdredacteur Erik Wijnholds bedacht om de volgende dag wederom een gedupeerde aan het woord te laten, de dag erop weer en zo ontstond de serie Ik Wacht .

Die had effect. Niet alleen voelden de wachtende Groningers zich gehoord; ook in bestuurlijk Groningen en Nederland kwam de serie binnen. Klip en klaar werd duidelijk dat Kafka huishield in Groningen. Journalist Bert Wagendorp roemde de serie in de Volkskrant , uitgeverij Balans zag er een boek in.

Stikken

En daar in de eeuwenoude kerk van Zeerijp zitten meer dan 90 van de 101 huishoudens die hun verhaal hebben gedaan. Die Wiebes in de gaten houden.

Hij krijgt het eerste exemplaar van het boek in handen. Of hij iets wil zeggen.

En of hij dat wil.

Hij steekt van wal. Hij noemt het publiek een zeer geacht publiek. Hij geeft alle gedupeerden groot gelijk. Al gauw begint hij over Den Haag en dan gaan direct twee of drie protestbordjes de lucht in. Wiebes is niet blind, die ziet wel wat daarop staat. Dat de overheid faalt. Dat Groningen kan stikken.

De noodklok

Wiebes reageert er kort op, zegt dat hij erop terug komt, houdt het verhaal dat hij wil houden. Over kolossale weeffouten en de traagheid. Hij kan zijn verhaal dromen. En het publiek kan dat ook.

Het publiek mort. Roept soms. Onderbreekt hem. Eén meneer steekt zijn vinger in de lucht en weet hem vier minuten omhoog te houden. Straks buiten, belooft Wiebes.

Het muzikale duo Pé en Rinus brengt een nummer over de Lopster toren ten gehore, waarna de kerk leeg loopt.

Buiten in de zon klinkt klokgelui. Laten we het de noodklok noemen. Aan de voet van de kerk houdt Wiebes woord. Hij praat met de meneer die vier minuten zijn vinger omhoog hield. En met tal van anderen. Voelen ze zich nogmaals gehoord.

loading  

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen