Aad Nieveen (59) was nog maar net terug uit Libanon toen hij hoorde dat Jamila (4) was overleden bij een bombardement. De veteraan uit Stadskanaal staat op 4 mei in het erecouloir voor de Nationale Herdenking. Extra bijzonder is dat hij zij aan zij staat met zijn zoon Gert (35), die hen aanmeldde voor de erehaag.

Veteraan Aad Nieveen (59) uit Stadskanaal bereidt zich voor op een bijzondere herdenking op 4 mei. Samen met zijn zoon Gert (35) is hij onderdeel van het erecouloir, de erehaag van veteranen. Die is dit jaar online vanwege de pandemie.

Op een speciale website zijn de verhalen van 60 veteranen te lezen. Van Nieveen en zijn zoon wordt bovendien een miniserie gemaakt.

Daar is hij trots op, maar bovenal vindt Nieveen het belangrijk dat wordt stilgestaan bij vrijheid en hoe kwetsbaar die is. Zoals hijzelf ervoer in 1982. Hij was dienstplichtig, maar wilde ook bijdragen aan de UNIFIL-missie in Libanon. Het land was in een constante staat van oorlog nadat Israël het was binnengevallen en verschillende facties om de macht streden.

‘Oorlog kende ik alleen van het journaal’

Aan de 19-jarige Nieveen en zijn collega’s van Dutchbat (1979−1983) de taak om de aftocht van Israël te controleren, de vrede te bewaren en Libanon te helpen bij het herstellen van de macht. Het Nederlandse bataljon had de zorg voor een gebied in Zuid-Libanon. Soldaten uit landen als Fiji, Senegal en Ierland bewaakten andere gebieden.

,,Van wat er op de mooie plaatjes van Beiroet stond, was weinig terug te zien’’, herinnert Nieveen zich. Op weg naar de basis zag hij kapotgeschoten huizen en auto’s. Het land lag in puin. ,,Het was onwerkelijk. Wij kenden oorlog alleen van het journaal.’’

Nieveen moest patrouilleren, controleposten bewaken en het contact onderhouden met inwoners van Jabel al Butem. Zo ontmoette hij ook het jonge nichtje van de burgemeester daar, Jamila. Het was een onwerkelijke situatie, zegt hij. Overdag dronken de Nederlanders thee met de lokale bevolking. Maar als het na 18.00 uur donker werd en de avondklok inging, konden diezelfde mensen gericht op de wacht schieten.

Terugschieten mocht Nieveen alleen met toestemming. ,,Op zo’n moment vind je dat heel vreemd, maar je weet niet wat er gebeurt als je wel terugschiet.’’ Het kon maar zo zijn dat er dan wraak zou worden genomen op een post verderop.

Toch heeft hij dat risico weleens gelopen. ,,Er was iemand die vanuit een huis de hele avond op ons schoot. Op een gegeven moment was ik er zo flauw van, dat ik drie kisten .50 (grote kogels, red.) heb afgeschoten. Puur uit frustratie.’’ De volgende ochtend bleek van het huis niets over.

Kameraadschap

Een andere aanslag op zijn leven ging op een halve meter links én een halve meter rechts na, maar net goed. Kogels floten langs hem heen. De redding was een schutterspoort van een pantservoertuig; het volgende moment lag hij ondersteboven op de vloer van het ding. ‘Klik, klik, klik’, klonk het om hem heen. Het geluid van de veiligheidsvergrendeling van de geweren van zijn collega’s. ,,Iedereen stond stijf.’’

Het is een bijzonder gevoel om als eenheid op elkaar aangewezen te zijn, zegt Nieveen. ,,Er is een heel hechte band en vertrouwen onderling. Je zit 24/7 bij elkaar op de lip in dezelfde situatie. De kameraadschap is heel sterk. Je weet: als ik links kijk, is rechts van mij gedekt.’’

Ongeacht zijn bewapening voelde Nieveen zich ook onmachtig in Libanon. ,,Op een gegeven moment vonden we wapens bij een controle. Toen we die wilden inleveren, moesten we ze weer teruggeven. Dat snap je dan niet. En nog steeds niet, trouwens.’’

,,Toen we net terug waren in Nederland, hoorden we dat een vluchtelingenkamp met kinderen uit ‘ons’ dorp gebombardeerd was.’’ Daarbij overleed ook Jamila. ,,Ik heb nog één foto waar zij op staat. Het greep mij ontzettend aan. Je bent net weg, en dan gebeurt dit.’’

4 mei

De Nationale Herdenking heeft altijd een speciale plek in zijn hart gehad. Niet alleen omdat hij het belang ervan vanuit zijn moeder meekreeg − zij maakte het bombardement op Rotterdam in 1940 mee −, maar ook omdat hij weet hoe kwetsbaar vrijheid is, hoe anderen die onder druk kunnen zetten en wat dat kan kosten.

Hij bleef in het leger en gaf dat door aan zijn zoon Gert. Nieveen grinnikt: ,,Dat liep op een gegeven moment wel een beetje uit de hand. Ik had het gezin ’s ochtends bijna op appel op de overloop.’’

Gert ging driemaal op missie in het buitenland. ,,Ik vind het een eer om met hem in het erecouloir te staan. Dat ik dit samen met mijn zoon mag doen, overtreft alles.’’

Nieveen staat stil bij de mensen die omkwamen door oorlogsgeweld, denkt aan Jamila en de veteranen uit Libanon. ,,Daarvoor ontbreekt toch nog enige mate van erkenning.’’

De mini-documutaire over vader en zoon Nieveen is te zien op nlveteraneninstituut.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen