Wilbert van de Kamp had vrij baan in landhuis Oosterhouw.  Foto’s Carleen de Jong

Wilbert van de Kamp (28) haalde mensen uit heel Nederland naar Leens

Wilbert van de Kamp had vrij baan in landhuis Oosterhouw. Foto’s Carleen de Jong

Een jaar geleden, toen Wilbert van de Kamp (28) van Amsterdam verhuisde naar Leens, zat hij vol grootse plannen. Hij nam zijn intrek in het landhuis Oosterhouw , waar tot dan toe eigenaar en tuinarchitect Klaas T. Noordhuis en zijn partner, scenograaf Christiaan Klasema, woonden. Van de Kamp ging op het huis passen en ervoor zorgen dat het in goede staat bleef, maar kreeg verder vrij baan. Hij stelde het landhuis open voor iedereen die maar wilde komen.

Oosterhouw is een statig Italiaans huis midden tussen de akkers en bij binnenkomst valt de enorme verzameling antieke spullen meteen op. Het is als een betoverende stap terug in de tijd. En dan is daar Wilbert van de Kamp, druk bezig in de keuken. Volgens hem is dat een grote verrassing voor veel mensen: “een oud huis vol geschiedenis waar een 28-jarige gast woont die feestjes organiseert, dat is nieuw en gek.”

Alles door elkaar

In november is het – naar eigen zeggen – meest bijzondere jaar tot nu toe van Van de Kamp’s leven weer voorbij. Hoe kijkt hij erop terug? Welke plannen zijn gelukt en welke niet?

Tot 5 november – Van de Kamp’s laatste dag in Leens – blijft het druk op Oosterhouw. Tijdens het interview zijn de voorbereidingen van een bruiloft de volgende dag in volle gang en die avond schuiven twintig mensen aan voor een diner. Volgens Van de Kamp gaat het altijd zo op Oosterhouw; “er zijn altijd verschillende groepen mensen, alles loopt door elkaar heen. Rare aaneenschakelingen van dingen die anders helemaal niet op dezelfde plek gebeuren, vind je hier best vaak.”

loading  

Donker, koud en stil

Die drukte was welkom, want het kon volgens Van de Kamp nogal “donker, koud en stil” worden op Oosterhouw. Dan was het fijn om in het gezelschap van anderen te zijn. Daarom stelde hij het huis open en is het nu al een paar maanden zo dat er elke avond wel iemand komt eten, een drankje komt doen of komt logeren.

Wie al die gasten dan waren? Ze kwamen volgens Van de Kamp uit heel Nederland; “Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, het zuiden en natuurlijk uit de provincie Groningen.” Er was ook bijna altijd een artist in residence op Oosterhouw. In de zomer was dat bijvoorbeeld columnist James Worthy van het Parool, hij kwam een boek schrijven. Worthy publiceerde een column over Oosterhouw, maar er werden ook foto’s en een podcast gemaakt en mensen plaatsten posts op social media, wat de landelijke bekendheid van het landhuis vergrootte.

loading  

Al die gasten – dus ook de artists in residence – droegen allemaal een steentje bij in het huis. “Iedereen doet op zijn eigen manier dingen in het huis, wat die persoon leuk vindt of waar die goed in is. We wilden ook echt samenleven met de artists in residence , niet dat iedereen alleen maar zijn eigen ding doet. Dat maakt het leuker.”

Eigen verhaal

Daardoor waren alle evenementen op Oosterhouw samenwerkingen van alle mensen die er waren en die meededen. “Iedereen bedenkt wat die wil doen, bijvoorbeeld op een krijtbord schrijven hoe duur de wijn is of bloemen verzamelen uit de tuin. Zo wordt het iets waarbij mensen het echt samen deden.” Hij vertelt over de evenementen die hem zijn bijgebleven; Midzomernacht – een diner met wijn, heel veel vrienden en simpel eten uit de buurt –, een leesclub van uitgeverij DasMag en het Zwarte Zielen Festival – een “droevig festival in plaats van een festival over blijdschap.”

In het begin ging het anders. “Toen ik hier net kwam, zag ik Oosterhouw als deel van mijn eigen verhaal en wilde ik alles zelf doen - het huis onderhouden, alle evenementen zelf bedenken en organiseren en mensen naar Oosterhouw halen. Ik kwam er al snel achter dat dat veel te zwaar was. Dan stond ik bij een evenement van dertig mensen in mijn eentje af te wassen. Daar ben je snel klaar mee.”

Raar, maar mooi

Toen werd het roer omgegooid. “Mensen die hier iets wilden organiseren, mochten dat zelf komen doen. Sindsdien is er veel meer van de grond gekomen en werd het veel leuker.” Van de Kamp’s rol bestond vanaf toen vooral uit koken, een aanspreekpunt zijn en er door middel van pr voor zorgen dat mensen Oosterhouw kenden en ernaartoe kwamen.

loading  

“Ik wilde zoveel mogelijk verschillende mensen hiernaartoe trekken, laten zien wat voor mooie dingen je kunt doen in een krimpgebied als dit en dat culinair interessante dingen ook buiten Amsterdam gebeuren. Het gaat hier niet alleen over aardbevingen en gezeik. Ik denk dat het voor veel mensen van buiten de provincie de eerste keer was dat ze daar achter kwamen, op Oosterhouw. Daarom is het voor de provincie belangrijk om verhalen zoals Oosterhouw te hebben,” vertelt Van de Kamp. “Dit was een van de meest bijzonder jaren uit mijn leven. Er kan nog veel komen, maar zo raar als dit wordt het niet meer.”

5 november is de laatste open dag op Oosterhouw. Kijk op www.oosterhouw.nl voor meer informatie.

menu