René Oosterhuis van Het Groninger Landschap waakt over de oeverzwaluwen in de Lettelberterpetten.

Woningnood voor oeverzwaluw in Lettelbert opgelost

René Oosterhuis van Het Groninger Landschap waakt over de oeverzwaluwen in de Lettelberterpetten. Foto: DvhN/Gerdt van Hofslot

De oeverzwaluw doet het zo goed in de Lettelberterpetten dat Het Groninger Landschap dit jaar extra nestgelegenheid heeft aangelegd. Het ijsvogeltje is er ook blij mee.

Voorzichtig richt beheerder René Oosterhuis van Het Groninger Landschap in de vogelkijkhut in de Lettelberterpetten zijn telescoop op de betonnen wand, die zo’n 80 meter verderop tegen de oever staat. Hij beweegt de Swarovski langzaam van links naar rechts en terug. En stopt. ,,De ijsvogel zit er weer. Die zoekt waarschijnlijk ook nestgelegenheid tussen de oeverzwaluwen. Voor hem is dit een mooie plek.’’

Inderdaad verdwijnt de blauw-oranje vogel − zonder twijfel de fraaist gekleurde in ons land − even later pardoes in een nestholte. Tientallen oeverzwaluwen zwermen intussen zacht kwetterend rond de zwaluwenwand die door Het Groninger Landschap is geplaatst aan de rand van een waterpartij bij de Lettelberterpetten. De zwaluwen komen graag naar het gebied. Er is voedsel in overvloed rond het Leekstermeer en in de natte Onlanden, en door de kunstmatige nestgelegenheid ook nog eens woonruimte te over.

Woningnood

,,Afgelopen jaar was er woningnood. Zowel de betonwand als de zandoever die ernaast ligt zat vol met nesten. Daarom hebben we onlangs een extra nestkast geplaatst, waar ook zo’n zestig zwaluwen terechtkunnen. Het is een houten bak die aan de voorzijde met beton is afgesmeerd. Er zitten met zand gevulde gaten in, waar de oeverzwaluwen hun nest uitkrabben. Aan de achterkant hebben we toegang tot de nesten. Zo kunnen we vogels ringen en kijken hoe de broedresultaten zijn’’, zegt Oosterhuis.

Die activiteiten trokken wel de aandacht van een hongerige bruine rat, die een flink aantal eieren in de zandwand opvrat. ,,Hij kan gelukkig niet bij de nesten in de betonwand en in de nieuwe nestkast komen. Daar zijn de dieren min of meer veilig voor predatie. Al zal er wel eens een zwaluw worden gegrepen door een sperwer.’’

Grondboor

In het voorjaar maken vrijwilligers de nestholtes keurig schoon. ,,Ze boren ze uit met een grondboor, halen de resten van de nesten en het gebruikte zand eruit en doen er weer nieuw, schoon zand in’’, licht Oosterhuis toe.

Door die goede zorgen neemt het aantal huiszwaluwen dat er broedt snel toe. ,,In 2018 hadden we zo’n vijf paar, afgelopen jaar ruim zestig en dit jaar hopen we op nog meer vogels. Er is nu plek voor 120 paar.’’

De oeverzwaluw is met een lengte van zo’n 13 centimeter de kleinste van de vier in ons land voorkomende zwaluwen. De dieren arriveren in de loop van het voorjaar in de Lettelberterpetten, brengen er één of twee legsels groot en vertrekken in augustus weer naar het zuiden. Ze overwinteren in de West-Afrikaanse Sahel. Is het daar erg droog, dan komen er het jaar daarop minder zwaluwen naar ons land.

Soms nestelen er honderden oeverzwaluwen in een kolonie bij elkaar, zoals in het Lauwersmeergebied of bij Amerika in het Drentse Een.

Uitwisseling

,,Het zijn rare vogels. Als ze hier komen, zijn ze vooral bezig met het zoeken van broedgelegenheid. Er is ook uitwisseling tussen kolonies; veel dieren blijven niet het hele seizoen hier hangen. Door het ringen hopen we daarover meer te weten te komen’’, zegt de terreinbeheerder. Afgelopen jaar voorzag hij een dertigtal vogels van ringen, maar er is er nog geen enkele teruggemeld.

Terwijl we teruglopen naar de parkeerplaats, wijdt Oosterhuis uit over het bijzondere gebied, dat al sinds de jaren vijftig eigendom is van Het Groninger Landschap en waar de natuur haar gang kan gaan. Het ligt tussen de Drentse zandgronden en de Groninger klei, precies tussen de A7 en het 335 hectare grote Leekstermeer. Tussen natte weilanden en plassen groeit een fraai elzenbroekbos. In het verleden werd in de streek veen gewonnen. Door het baggeren ontstonden er petgaten, die volliepen met water.

Beruchte slak

In het reservaat komt de bedreigde libellensoort groene glazenmaker voor, net als de zeldzame zeggekorfslak. Oosterhuis: ,,Dat is de beruchte slak waarvoor jaren geleden in Limburg de A73 moest worden omgelegd. Hier komt hij nog in flinke aantallen voor. Je vindt er soms wel vijftig in een graspol.’’

De afgelopen jaren zijn er vier kunstmatige petgaten uitgegraven, die nu vol zitten met vissen, insecten en amfibieën. Er komen nog twaalf bij in de komende jaren.

Oosterhuis verklapt dat de waterhuishouding tot hoofdbrekens leidt. Het gebied moet nat blijven om de kwetsbare flora en fauna te behouden. ,,Door de droge zomers is dat steeds moeilijker. We voelen er niet veel voor water uit het voedselrijke Leekstermeer binnen te laten. Maar wat dan? Daar wordt nu onderzoek naar gedaan.’’

menu