De energietransitie in Groningen verloopt moeizaam. Wind- en zonneparken leiden bijna steevast tot gemor bij omwonenden. Die weerstand overvalt de overheid, die krampachtig zoekt naar steun voor duurzame energie. „Iedereen worstelt ermee.”

Het is behaaglijk warm in de woonkamer van Rini en Henk Doff in Loppersum. Het echtpaar, dat al 55 jaar aan de Sjuxumerweg woont, ging in 2016 ‘van het gas af’, als een van de eersten in het aardbevingsgebied in Groningen. Nadat de huurwoning was versterkt om beter bestand te zijn tegen aardschokken, ging de cv-ketel de deur uit en werd die vervangen door een warmtepomp. Op het dak kwam een batterij zonnepanelen.

Niet dat ze daar nu zelf om gevraagd hadden, zegt Rini (76). Het werd de bewoners medegedeeld door verhuurder Wierden en Borgen. ,,We hadden geen keus. Ze kwamen gewoon, we hadden niets te vertellen. Er was geen inspraak.’’

In het begin was het wennen, aldus Henk (84). ,,Ze zeiden eerst: je mag geen raam open doen. Later mocht dat wel. Maar bij ons was het in elk geval niet te koud, zoals bij sommige buren. Die kochten elektrische dekens en kacheltjes om warm te blijven.’’

,,Die pomp maakt soms iets meer lawaai dan de vorige installatie. En aan de kokerij moesten we wel wennen. We kregen 250 euro om een paar extra pannen te kopen, voor het inductiekoken. Nu weten we niet anders’’, voegt hij toe.

loading

Dat het echtpaar er het beste van maakte, viel kennelijk de autoriteiten ook op. ,,We hebben minister Blok hier op de koffie gehad, net als commissaris Paas en allerlei Kamerleden, noem maar op. Minister Wiebes is ook op bezoek geweest. En Kamp is destijds nog door onze straat gelopen’’, herinnert Rini zich.

Is het er beter op geworden? Wonen ze comfortabeler? Dat niet per se, zegt Rini. ,,Het is wel goedkoper geworden. We betalen nu veel minder voor energie. De kosten zijn gehalveerd.’’


Het kost veel tijd en overredingskracht

Een flink lagere energierekening - wie wil dat nu niet? Toch verloopt de energietransitie in Groningen allesbehalve voorspoedig. De provincie, gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven moeten alle zeilen bij zetten om groen licht te krijgen voor plannen voor duurzame energie. Dat kost veel tijd en overredingskracht en dan nog is niet te voorkomen dat projecten stagneren of zelfs worden geschrapt na tegenwerking van de bevolking, die bang is voor overlast.

Het windpark aan de N33 bij Meeden is een berucht voorbeeld van een energieproject dat zwaar onder vuur kwam te liggen van omwonenden. Na jaren van felle tegenstand , juridische procedures en heftige protesten is het nog steeds niet officieel geopend, hoewel de molens al draaien. Halfslachtige pogingen de omgeving te betrekken mislukten. De gemeenteraad eiste onlangs dat de turbines worden uitgezet als de geluidsoverlast niet snel wordt opgelost.

Windparken bij Oudeschip, Delfzijl en Roodehaan riepen en roepen eveneens bezwaren op. Plannen voor grote zonneakkers stuiten op onbegrip van bewoners in onder meer Finsterwolde, Stadskanaal, Zuidbroek en Lageland.

loading

Zit Groningen eigenlijk wel te wachten op de energietransitie? ,,Je weet in je eigen omgeving wat je verliest als er een wind- of zonnepark komt. Daarom zien mensen die parken ook altijd veel liever op plekken die ze niet kennen in een andere plaats of provincie’’, denkt de Groninger gedeputeerde Nienke Homan (GroenLinks).

,,Mensen houden niet zo van veranderingen. Je bent gewend aan een bepaald landschap en dan vind je het prettig dat het zo blijft. Dingen die daar sterk afbreuk aan doen, voelen voor velen niet heel fijn’’, zegt adjunct-hoogleraar ruimtelijke planning Christian Zuidema van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).

Maar het is niet alleen het landschap. ,,Het is ook een kwestie van: het is grootschalig, het overvalt ons en ik voel me niet erkend in mijn belang. Als je het puur als een inpassingskwestie ziet, mis je het echte probleem, namelijk erkenning. De burger die zegt: ik wil mijn stem laten horen en serieus worden genomen.’’

loading

Zuidema gelooft dat overheden zijn verrast door de energietransitie, die steeds meer op stoom komt. ,,Het tempo waarmee aanvragen voor zonneweides worden gedaan, is veel hoger dan wat de overheid een paar jaar geleden dacht. Ze worden overvallen, ze zijn er nog niet ervaren in. Ik vind niet dat je kunt zeggen dat de overheid het allemaal fout doet. Het is een traject van leren, er moet veel worden opgebouwd.’’

Gebrek aan betrokkenheid

Niet alleen de inbreuk op de omgeving en mogelijke overlast zorgen voor oppositie. Ook het gebrek aan betrokkenheid stuit velen tegen de borst. Burgers mogen vaak pas in een laat stadium hun zegje doen, iets wat bepaald niet bijdraagt aan de acceptatie van projecten.

Dat komt duidelijk naar voren in onderzoeken die de laatste jaren zijn gedaan door de RUG in de stad en de provincie. Meedenken bij de besluitvorming en financiële compensatie voor de plaatsing van windmolens binnen een straal van 500 meter vergroten het draagvlak , constateren de wetenschappers. ,,Draagvlak, begrip en het eerlijk verdelen van lusten en lasten is essentieel voor het slagen van de energietransitie.’’

Juist in Groningen is een dialoog met de bevolking onmisbaar, zou je zeggen. Het vertrouwen in de overheid heeft er immers een forse deuk opgelopen door de stroperige afhandeling van de aardbevingsschade. En de netelige situatie rond het windpark bij de N33 voelt voor velen in Oost-Groningen als een open zenuw.

,,Het trauma van de gaswinning en de N33 is nog niet vergeten. Mensen staan daardoor op scherp. Maar de overheid is zo druk met de plannenmakerij dat het niet lukt een serieuze dialoog met de omgeving te voeren. De burger komt te laat aan bod, hij wordt vergeten in de onderlinge dynamiek. Als dat de energietransitie is, word ik helemaal niet serieus genomen, denken mensen’’, aldus directeur Jan-Willem Lobeek van de Natuur en Milieufederatie Groningen.

loading

Steun van omwonenden doet wonderen

Dat de steun van de omwonenden wonderen kan doen, blijkt in ’t Zandt. Daar leveren 1500 zonnepanelen op een fraai ingepast zonneweitje van nog geen halve hectare al drie jaar stroom voor zo’n honderd huishoudens. Leden van de energiecorporatie betalen voor hun stroom 5 cent per kilowattuur minder dan bij commerciële partijen. Het ‘Freek Sonneveldpark’ - in april 2018 geopend door cabaretier Freek de Jonge – kwam er pas na een geduldige gang langs alle omwonenden en betrokken dorpelingen.

loading

,,Gewoon praten, huis aan huis, uitleggen wat we wilden. Als mensen ergens een probleem mee hadden, keken we of we daar iets mee konden doen. Zo waren sommigen bang voor het uitzicht. We zeiden: ‘Dan zorgen we dat het park niet hoger wordt dan een meter boven het maaiveld’’, zegt Willem Schaap (64) uit Zijldijk, vicevoorzitter van de energiecoöperatie Zonnedorpen.

,,Niemand heeft last van dit park. Laatst werd ik aangesproken door een paar nieuwe bewoners. Die waren op de fiets gestapt, om de zonneweide te zoeken, maar ze konden hem niet vinden. Dat is toch wel een teken dat we het goed hebben gedaan. Als er overlast is door windmolens, dan heb je die dingen op de verkeerde plek gezet. Dat moet je niet willen.’’

loading

Het zonnepark kwam er niet zomaar, erkent de inwoner van Zijldijk. Er is jaren aan gewerkt. Gedurende de rit veranderden de plannen enkele malen van opzet. Eerst werd begonnen met een mestvergister, maar daar stak de provincie een stokje voor. De NAM zag een flink aantal panelen op het dak van een manege niet zitten – te riskant door mogelijke aardbevingen.

De gemeente hikte eveneens aan tegen het plan. ,,Het zou namelijk een inperking zijn van het jachtgebied van de bosuil. De brandweer merkte op dat er geen bluswater was. Wij vroegen: wat is het gevaar van zonnepanelen? Die bestaan uit silicium en dat is niet erg brandbaar’’, verzucht Schaap.

loading

Alternatief voor het N33-windpark

Het zonnepark in ’t Zandt is bescheiden, de impact op de omgeving gering. Maar ook grote parken worden in Groningen tegenwoordig opgezet door lokale coöperaties. In Meeden werkt energiecoöperatie Eekerpolder aan een mega zonnepark van ruim 150 hectare, gelegen in de gemeenten Midden-Groningen en Oldambt, een investering van 50 miljoen euro.

,,Dit park ligt op een fantastische locatie, totaal uit het zicht. De inpassing is perfect’’, zegt Jaap Keuning (65), die op een steenworp afstand van het verfoeide N33-windpark in Meeden woont. Ontwikkelaar Solarfields werkt samen met de dorpelingen aan het project, waarvoor de grond straks wordt gepacht van boeren.

Het zonneproject werd jaren geleden al bedacht als alternatief voor het N33-windpark. De coöperatie kan het uitwerken met de opbrengst van een eerder geplaatst zonneparkje bij Zuidbroek.

Er komt heel wat kijken bij zo’n plan, weet Keuning, die jarenlang werkte als bouw- en restauratie-expert. ,,Je hebt geschikte vrijwilligers nodig, met een lange adem. Een goede adviseur en een goede bankier. En de gemeente moet meewerken. Voor ons is bepalend dat we voor 50 procent participeren. Zo krijgen we zeggenschap, bijvoorbeeld over de inpassing van de panelen.’’

,,En als het onzin is wat ze beweren, mag je dat ook best zeggen''

Kennis en kapitaal zijn onmisbaar bij dit soort plannen. ,,Je moet zorgen dat je gelijkwaardig wordt aan de projectontwikkelaar. Dus: goed inlezen, bijvoorbeeld over subsidie, adviseurs in de arm nemen, veel overleggen met de wethouder en de gemeente. Een businesscase is belangrijk, die moet je goed doorrekenen. Zodat de bank je serieus neemt wanneer je aan tafel zit.’’

Adviseurs werken niet voor niets, constateert de Meedenaar. Een obstakel voor de ontwikkeling van zonneparken is vaak het gebrek aan middelen voor de benodigde onderzoeken. ,,Adviezen kosten meteen al geld. Net als het opstellen van een businesscase. Dat geld ben je hoe dan ook kwijt, dat is risicodragend. Zo lang daar geen fondsen voor zijn, moeten mensen het zelf ophoesten. In 99 procent van de gevallen komt er dus niets van plannen terecht.’’


Molen voor de coöperatie

Gebrek aan geld en kennis speelde een rol bij mislukte pogingen van de energiecoöperatie Oudeschip & Omstreken om een dorpsmolen te exploiteren in windpark Eemshaven-West in de Oostpolder, tussen het dorp en de Eemshaven. Daar verrijzen nu 21 turbines, maar er komt geen molen voor de coöperatie. Dat lukt mogelijk wel in een tweede park , dat iets verderop wordt ontwikkeld door Vattenfall.

De coöperatie wil gebruik maken van de vergoeding die wordt ontvangen voor het eerste park om een of twee turbines op de nieuwe windlocatie te kunnen betalen, zegt voorzitter Johan van Dalen (66). De provincie eist dat ontwikkelaars per opgestelde megawatt aan windenergie 1054 euro in een gebiedsfonds storten. Dat levert een ton per jaar op. Daar komt in het geval van Oudeschip nog 275.000 euro aan compensatie per jaar bij, omdat de dorpsturbines afketsten.

Die compensatie voor opgestelde windmolens is overigens niet vastgelegd in de wet. Dat geldt net zo goed voor de financiële participatie in windparken, iets dat ook wordt bepleit door Groningen. In feite heeft de provincie geen wettelijke bevoegdheid om compensatie en participatie af te dwingen, waardoor die vrijwillig is.

loading

Maar in de Oudeschip zijn ze blij met de vergoeding. Ze vinden het ook terecht dat die er komt. ,,We zitten hier immers in het middelpunt van de energietransitie’’, zegt Van Dalen, terwijl hij uit zijn keukenraam een blik werpt op de oprukkende Eemshaven en een uitdijend woud van draaiende windturbines. Hij vergelijkt de energietransitie met een monster dat het dorp verslindt.

,,We waren eigenlijk allemaal tegen nieuwe windmolens. De mensen hier hebben de afgelopen jaren al zoveel voor hun kiezen gekregen. We hebben de coöperatie opgezet vanuit de visie dat we het park toch niet tegen konden houden. We wilden iets met de vergoeding. Er was teleurstelling dat de molens in het eerste park niet doorgingen. Bewoners hier snappen ook wel dat twee eigen molens beter is dan alleen een vergoeding. Als je eigenaar bent, heb je invloed. Je doet dan echt mee, je hebt meer te zeggen over je omgeving.’’


We doen het zelf

Akkerbouwer Jan Berends (72) uit Oudeschip heeft 100 hectare in de Oostpolder, waar hij onder meer aardappelen, tarwe en mais verbouwt. Hij is bestuurslid van Waddenwind BV, dat eigenaar wordt van twaalf turbines in het windpark in de polder.

De boeren doen het in Oudeschip liever zelf dan zich uit te leveren aan projectontwikkelaars, zegt Berends ,,Die heb je altijd en overal. Als er iets aan de hand is, proberen ze afspraken te maken. Als er wat mogelijk is kom je bij mij, zeggen ze dan. We hebben met dertien boeren gezegd: we doen het zelf. Als er toch een windpark moet komen, kun je dat het beste zelf ontwikkelen. Dan heb je het zelf in de hand, bepaal je zelf hoe het loopt. Er zijn genoeg partijen die kunnen helpen, zoals adviseurs.’’

loading

Participatie in windenergie is niet zo eenvoudig, zegt de boer terwijl hij koffie aanbiedt in de keuken van zijn flink bemeten boerderij. ,,De hele energietransitie is niet iets van: we doen het even leuk met alle mensen. Dat gaat zo niet werken.’’

Berends heeft veel tijd gestoken in het bijpraten van de dorpelingen en adviseerde de energiecoöperatie. Hij sloeg geen bijeenkomst van de klankbordgroep over. ,,Dat betekent dat je ook commentaar en kritiek hoort. Maar je duikt niet als mensen mopperen. Hoe meer afstand er is tussen de projectontwikkelaar en de bewoner, hoe lastiger het is. Mensen laten zich niet voor de gek houden, ze willen antwoorden op vragen. Ze willen dat hun zorgen gehoord worden. En als het onzin is wat ze beweren, mag je dat ook best zeggen.’’

,,Mensen laten zich niet voor de gek houden, ze willen antwoorden op vragen''

Hij zegt, onder verwijzing naar de vergoeding die omwonenden van het park ontvangen, dat de compensatie serieus is genomen. ,,Als je kijkt naar de andere windparken in Nederland zijn wij royaal, we geven aanzienlijk meer dan elders.’’

De energiecoöperatie in Oudeschip kwam er mede op aandringen van de provincie, die ook meewerkte aan de komst van de al genoemde klankbordgroep, waarin de projectontwikkelaars en overheden met bewoners overlegden over het geplande windpark.

loading

Draagvlak krijg je niet na één bijeenkomst

Michiel Mulder, destijds werkzaam bij de Natuur- en Milieufederatie Groningen, was geruime tijd voorzitter van het overlegorgaan. ,,Er komt een windpark in je achtertuin: dan ben je niet blij. Je vraagt je af: hoe ziet het er uit? Heb ik er straks last van? De eerste reactie van mensen is altijd: liever niet. Bovendien speelt er in de omgeving van de Eemshaven al ontiegelijk veel.’’

loading

Doel van de gesprekken in het dorpshuis was volgens hem niet om de bewoners over te halen het park te accepteren. Er werd vooral informatie gegeven. Bovendien konden deelnemers hun hart luchten. ,,Maar ja, als je windmolens niks vindt, accepteer je ze ook niet als je meer informatie krijgt. Draagvlak krijg je niet na één bijeenkomst. Dat kost heel veel tijd.’’

,,Belangrijk is dat je het eerlijke verhaal vertelt. Dus zeg niet: jullie krijgen er geen last van. Maar wel: wat houdt het voor jullie in? Zo win je vertrouwen. Het zijn heel lastige processen.’’

Zijn de zorgen in Oudeschip afgekocht door de sessies in het dorpshuis? De pleuris brak immers niet uit nadat de grootschalige windplannen werden gepresenteerd. Iets wat overigens onlangs wel gebeurde toen de provincie bekendmaakte dat in de Oostpolder tussen de nieuwe windmolens ook 600 hectare industrieterrein komt, tot ontzetting van de inwoners, die van niets wisten.

loading

,,Afkopen? Nee, dat vind ik te kort door de bocht. Er is vertrouwen in elkaar uitgesproken. Er was een lang proces dat we samen hebben gevolgd, met ups-and-downs. Dit is het eindresultaat’’, vindt Mulder. Maar, voegt hij toe: ,,Je moet het gesprek veel eerder voeren.’’

Dat is ook de constatering van de Noordelijke Rekenkamer, die vorig jaar een onderzoek publiceerde over de verdeling van kosten en baten rond wind- en zonneparken in Groningen. De onderzoekers constateren dat Oudeschip pas mocht aanschuiven nadat de plannen waren uitgewerkt.

,,De belangrijkste beslissingen, namelijk dat de windmolens er zouden komen en in welk gebied, waren toen al genomen. Er was voor omwonenden geen mogelijkheid meer om de turbines tegen te houden, of om fundamentele wijzigingen in de plannen aan te brengen’’, aldus de Rekenkamer.


Wat is echte participatie

,,Je ziet vaak, ook in de Oostpolder, dat ze wel vroeg wil beginnen, dan is er al een plan. Dan gaat het er meer om acceptatie te bereiken van het bestaande plan en dat een klein beetje te tweaken . Eigenlijk is het veel mooier als het gaat over de aanvaardbaarheid van het project zelf. Of de omgeving daar achterstaat, zonder dat je het probleem deels bij de omwonenden legt’’, vindt RUG-planoloog Esther van der Waal.

Van der Waal, die in maart is gepromoveerd op een onderzoek naar de rol van lokale energiecollectieven, stelt dat een klankbordgroep niet per se betekent dat het proces eerlijker is.

,,Je zet bewoners in zo’n groep met vertegenwoordigers van een projectontwikkelaar en anderen die, bijvoorbeeld vanuit een gemeente, daar fulltime aan werken. Een bewoner moet proberen dat allemaal bij te houden in de avonduren. Dan is de kans aanwezig dat die onder de tafel wordt gepraat. Echte participatie is meer dan een groep bij elkaar brengen en een beetje aanhoren wat mensen te zeggen hebben en wat hun voorkeuren zijn. En daar vervolgens mee doen wat minimaal aanvaardbaar is.’’

loading

Ze vindt dat er strenge regels voor procesparticipatie moeten komen. ,,Die moet helemaal aan het begin plaatsvinden en niet aan het eind, als er al een conceptplan is. Ook het lokaal eigendom moet daar in zijn opgenomen. En voorts iets over een draagvlakstudie. Op bepaalde momenten in het proces moet er contact zijn met de omgeving.’’

Wanneer dit alles niet gebeurt, dreigen sluimerende tegenstellingen in de samenleving versterkt te worden door de transitie, vreest Van der Waal. ,,Bijvoorbeeld tussen rijk en arm, tussen boeren en burgers.’’

Maar bewoners alleen betrekken bij een plan is niet genoeg, denkt Brenda Harsveld van de Groninger Energiekoepel, waarvan 34 energiecoöperaties lid zijn. ,,Wij geloven heel erg in zeggenschap, in meeprofiteren. Als er een zonnepark naast je dorp ligt, moet je dat op zijn minst terugzien op je energierekening. Dat maakt het een stuk draaglijker. En het mag niet alleen een feestje zijn van de grote partijen, ook de gewone man moet mee kunnen doen.’’

‘Acceptatie is niet afdwingbaar’

Veel ontwikkelaars zien inmiddels in dat ze meer moeten doen om de omgeving van een wind- of zonnepark mee te krijgen. Eenvoudig is dat niet, erkende Joost Pellens onlangs op een webinar in Groningen. Hij is ontwikkelaar duurzame energie bij energiereus RWE, mede-exploitant van het windpark N33.

,,Het gevoel dat mensen kunnen meedenken is onmisbaar. Acceptatie is niet afdwingbaar, het is iets van de omgeving. Je moet het verdienen in een proces, door een dialoog te voeren. Een goed evenwicht tussen lusten en lasten bieden. Maar hoe je het precies doet, is heel lastig. Iedereen zoekt ernaar, worstelt ermee. Er is geen silver bullet , geen garantie dat je het echt voor elkaar krijgt. Je moet wel informatie snel en goed geven, anders gaan mensen zelf zoeken. En wat ze dan vinden, is vaak niet de beste informatie.’’

Pellens, die windenergie het ‘werkpaard van de energietransitie’ noemt, zegt dat RWE omwonenden ook probeert te informeren door ze een excursie naar een bestaand windpark aan te bieden. ,,Laat het park dat er moet komen beleven. Lijden doet een mens het meest van het lijden dat hij vreest, zeggen wij altijd. Na de excursie zijn deelnemers vaak opgelucht en verrast. Het is niet zo erg als ze hadden gedacht.’’

loading

RWE maakt overigens een onderscheid tussen procesparticipatie, waarin de buurt in het traject naar een windpark kan meepraten, en projectparticipatie. Bij dat laatste kunnen bewoners een aandeel nemen in het park, iets wat de overheid steeds meer aanmoedigt. ,,Niet iedereen zit daar op te wachten. Veel mensen zeggen: ik heb geen tijd en kennis of geen zin. In dat geval komt er een gebiedsfonds voor de omgeving.’’

Projectontwikkelaars halen participatie tegenwoordig graag van stal om hun plannen te realiseren, zien onderzoekers van de TU Delft die zich buigen over conflicten bij de energietransitie . Het idee is dat dit leidt tot acceptatie en conflicten met omwonenden voorkomt.

Maar, waarschuwen ze: ,,Participatie is geen wondermiddel om conflicten te vermijden. Er zullen altijd groepen zijn die zich buitengesloten voelen. Bovendien draait een conflict over een lokaal energieproject zelden alleen om het project, het heeft meestal bovenlokale componenten.’’ Door goed te luisteren naar tegenstanders kan vaak waardevolle informatie worden opgehaald, waardoor problemen later in het proces worden voorkomen, denken de onderzoekers.

Lobeek van de Milieufederatie plaatst ook vraagtekens bij pogingen van ontwikkelaars om draagvlak te zoeken. ,,De grootste angst van projectontwikkelaars is dat ze veel tijd in een project moeten steken dat vervolgens niet vlot of helemaal niet doorgaat.’’

loading

Door burgers te betrekken hopen ze dat te voorkomen, zegt Lobeek. Maar zo lang projectontwikkelaars de energietransitie domineren, blijft het schuren tussen hen en de plaatselijke bevolking, voorspelt hij. ,,Je moet niet uitgaan van grondposities, maar van de regionale energiebehoefte.’’


Taaie tegenstellingen tussen de gemeenten

De term participatie duikt ook veelvuldig op bij de Regionale Energie Strategie (RES), waar in Groningen al twee jaar over wordt gepraat door overheden en maatschappelijke organisaties. Net als in 29 regio’s elders in ons land. In het plan staat hoeveel groene energie er in de provincie moet worden opgewekt. Maar hoe belangrijk de overheid participatie ook zegt te vinden, duidelijke spelregels om de bevolking bij de plannenmakerij te betrekken ontbreken. Evenmin is er wet- en regelgeving waarop teruggevallen kan worden.

Het proces verloopt moeizaam. Er zijn taaie tegenstellingen tussen de gemeenten. Sommigen vinden dat ze slachtoffer worden van de ambities van de gemeente Groningen, dat veel duurzame energie wil maar zelf nauwelijks iets opwekt. ,,Het windpark Meeden is ons door de strot geduwd. Wat doen we als er geen draagvlak is voor de RES?’’ vroeg de Pekelder wethouder Jaap van Mannekes zich onlangs af. ,,De lokale gemeenschap wil er ook een goed gevoel over hebben.’’

Anderen vinden het tempo te hoog. ,,Er is in het verleden heel veel mis gegaan. We moeten hier niet nog een keer zo’n drama over ons heen krijgen’’, waarschuwde wethouder Hans Ronde van Eemsdelta vorige maand tijdens een raadscommissie. ,,Voor wie gaan we die energie opwekken? En in welke verhouding staat die tot ons eigen verbruik?’’

Ronde gelooft niet dat de komst van duurzame energie veel werk oplevert. ,,Bij zonneparken is er totaal geen werkgelegenheid. Ze worden geïmporteerd uit China. Ze liggen op een stuk open grond en worden schoongemaakt door robots. Voor ons is de vraag vooral: hoe en waar leg je die dingen neer zonder gedonder met de bevolking. Daarvoor moeten we bij de volgende fase van de RES met de inwoners praten. Bij het eerste plan konden die zeggen wat ze willen, het resultaat was nihil.’’

loading

In een notitie over de RES constateert het college van Eemsdelta dat er veel op het spel staat. De kans is immers groot dat Groningen straks wederom fors wordt aangeslagen voor nieuwe wind- en zonneparken. Er is ruimte, de grond is er relatief goedkoop en de bevolkingsdichtheid is veel lager dan in West-Nederland.

,,Voor zowel bestuurders, volksvertegenwoordigers als inwoners is de kernvraag: waar willen we in de regio Groningen de volgende zonneparken en windturbines bouwen? Hoe verdelen we de ruimte en de hinder? Hoe zorgen we dat hogere overheden (Rijk en provincie), waterschappen en commerciële bedrijven ons niet dwingen méér te accepteren dan we willen?’’

Dries Zwart, fractievoorzitter van de Partij voor het Noorden in de Groninger Staten, is bezorgd over de manier waarop de energiestrategie tot stand komt. Volgens hem loopt het Groninger landschap grote averij op, terwijl de bevolking nauwelijks meepraat.

,,Het gaat allemaal veel te snel. Haal nu eerst die druk er eens af. Als je tegen mensen zegt: willen jullie een zonnepark achter Veendam, zegt iedereen: prima. Maar als je duidelijk maakt wat er allemaal al staat en wat er nog komt, ontstaat er een heel ander beeld. Dan realiseren mensen zich dat het heel dichtbij komt, dat het straks grenst aan hun achtertuin.’’

Meer dan een economisch vraagstuk

Is het eigenlijk wel realistisch de bevolking mee te laten praten over ingewikkelde en langlopende processen, zoals de energietransitie? Zo duurt het vijf tot twaalf jaar voor een windpark is voltooid en stroom produceert.

Het gesprek moet in elk geval anders, stelt Harsveld. ,,Vroeger ging het tussen de overheid en bedrijven. Dat zijn we gewend. Nu komt er een nieuwe speler bij: de burger. Die wil gelijkwaardig zijn en dat geeft transitiepijn bij de overheid en het bedrijfsleven. In feite gaat die transitie niet alleen over energie. De regels tussen de overheid en de bevolking veranderen. Maar het kan niet zonder de burger.’’

Dat is ook de analyse van Zuidema. ,,Energie is nooit vanuit de ruimte en de samenleving aangevlogen, maar altijd vanuit economie en technologie. Dus: wat is de meest efficiënte manier om het uit te rollen en niet: hoe landt het in de samenleving? We hadden eerder moeten beseffen dat deze transitie niet zozeer een economisch vraagstuk is, maar meer een maatschappelijke, ruimtelijke en sociale kwestie. Dit is zo’n grote gebeurtenis, je moet de burger gewoon meekrijgen. Anders lukt het nooit die windmolens en zonneparken uit te rollen.’’

,,Niets is slechter voor een gemeenschap dan wanneer de een meer krijgt dan de ander''

Hij denkt dat een project beter haalbaar is wanneer het belang voor de omgeving duidelijk is. ,,We moeten wel heel kritisch kijken naar het vraagstuk waar nu eigenlijk al die subsidie heengaat voor die grote projecten. Op het moment dat het naar buitenlandse consortia verdwijnt, profiteert een ander van de belasting die wij betalen en van het feit dat wij ons landschap ingrijpend veranderen. Dat is niet slim. Hoe kunnen we er voor zorgen dat het geld beter in de regio landt?’’

Schaap deelt die mening. ,,Je ziet nu handel in grondposities. Geld vloeit weg naar Zweden, het Ruhrgebied en China. Dat is een verkeerde ontwikkeling. Er worden vergunningen afgegeven waarbij sommige mensen heel veel krijgen en de meesten niks. Bij degenen die heel veel krijgen zitten vaak projectontwikkelaars en boeren. Dat geeft scheve ogen. Niets is slechter voor een gemeenschap dan wanneer de een meer krijgt dan de ander.’’

loading

De oplossing

Maar zelfs als de opbrengst grotendeels in de regio blijft en een dorp of gemeenschap tijdig mag meepraten over de komst van duurzame energie, dan nog zullen er tegenstanders blijven. Hoe weeg je hun belang af?

,,Moeten we de energietransitie niet meer zien als een algemeen belang? Net als de dijken? Die zijn ook kostbaar, maar onmisbaar’’, vindt Mulder.

,,Er is niet één one size fits all oplossing’’, zegt Van der Waal. ,,Bespreek het en zoek toenadering. We hebben duurzame energie nodig. Het is onvermijdelijk dat er locaties zijn waar de inpassing moeilijk is, maar ook waar het niet zal lukken.’’

Het duurt even, maar dan heb je ook wat

Zuidema stelt dat er na een zorgvuldig proces waarbij bewoners oprecht zijn betrokken, doorgepakt moet worden. ,,Je moet de 10 of 20 procent die tegen is serieus nemen, dat is evident. Maar je moet ze op het moment dat het er op aan komt in een democratische samenleving ook kunnen parkeren.’’

Nu kan dat vaak niet, zegt hij, omdat de bevolking onvoldoende is betrokken bij projecten. ,,Idealiter moet je projecten uitzetten, voor zon, wind of geothermie en waar ze komen. Als je dat niet met elkaar al voor een deel hebt beklonken, dan heb je ook niet de legitimiteit om op een gegeven moment tegen een tegenstander te zeggen: u heeft pech.’’

Aan de worsteling van Groningen met de energietransitie komt zo te zien voorlopig geen einde. Het verbaast Lobeek allerminst. ,,Een transitie is altijd chaos. Mensen denken: hoor ik nu bij het oude, of hoor ik bij het nieuwe? Dat dingen niet goed gaan in een overgangssituatie hoort er bij.’’

Gedeputeerde Homan wil geen tijd verliezen. ,,Nee zeggen kan niet meer. We hebben vette haast, mensen voelen dat ook. Het is bijna 2030, kom op, aan de slag met zijn allen.’’

Zuidema kijkt vooral naar het resultaat. ,,Waar staan we over twintig jaar? Als we het goed doen, wordt het best leuk. Meer mensen die in een gerenoveerd huis wonen met een goed energielabel, meer zonnepanelen op de daken. Elektrisch rijden, stil en schoon, een waterstofeconomie die op gang komt, waardoor we voorop lopen in Europa. Klimaatneutraal, technologisch geavanceerd, dat voelt goed. Dat vind ik een coole provincie om in te wonen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Het Nieuwe Noorden