Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra.

Zittingszaal 14: Niet het laatste verhaal

Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra. Foto: Marcel Jurian de Jong

Het gaat op deze plek over mannen, en soms een vrouw, die in zittingszaal 14 terecht hebben gestaan. Zelden gaat het over hen die nog moeten en komen gaan.

De verdachten die dit jaar nog komen, hebben – mits schuldig – hun misdaad al gepleegd. Zij die dit jaar nog een criminele activiteit uitvreten, moeten er ernstig rekening mee houden dat zij pas ergens volgend jaar aan de beurt zijn. Sneller gaat het niet.

Met de coronacrisis heeft dit niets te maken. In februari had ik dit kunnen opschrijven en dan was het ook zo.
In Groningen zijn zeker tweehonderd strafzaken in zaal 14 uitgeroepen die vervolgens zijn aangehouden (uitgesteld). In de rechtbanken van Assen en Leeuwarden is dat niet veel anders. Er liggen voor de onderbezette rechtbank Noord-Nederland (afdeling straf) honderden zaken op planken te wachten.

Bij het Openbaar Ministerie zijn ze te vriendelijk om publiekelijk lelijke woorden over de rechtbank uit te storten, maar ze balen daar natuurlijk als stekkers. En maar werken, werken en overwerken, eindeloos vergaderen, voorlichten, iedereen altijd maar druk, druk, druk, maar hun dikke strafdossiers kunnen ze niet kwijt: geen zittingscapaciteit heet het.

Het gaat niet om de cijfers. In een strafdossier zit een verdachte en vaak een of meer slachtoffers. Veel verdachten zitten niet in het gevang, maar zijn gewoon thuis in afwachting van de dagvaarding waarvan ze weten dat die komt. Maar nooit wanneer. Moet je na anderhalf jaar vrijheid in onzekerheid alsnog voor een jaar naar de gevangenis.

Voor slachtoffers is het ook beroerd. Zij wachten niet alleen op rechtvaardigheid, maar willen ook een punt kunnen zetten achter een nare tijd. Dat kan alleen – dat hoor ik zo vaak – nadat die rotzak zijn verdiende loon heeft gekregen.

Er bestaan ook misdaden die al zijn gepleegd maar die zonder verdachten blijven. Dat zijn de onopgeloste zaken, de misdaden die de rechtszaal nooit zullen halen.

En er is één buitencategorie: Robert Dawes. De misdaad is gepleegd, er is een slachtoffer, er zijn nabestaanden, de man zit vast, maar hij wil maar geen echte verdachte worden.

Ik schreef vaker over deze Engelsman. Hij zou als opdrachtgever betrokken zijn bij een liquidatie in Groningen. De prangende vraag is niet alleen of deze verdenking op overtuigende wijze kan worden bewezen. De vraag is ook of rechters de kans krijgen om er een oordeel over te vellen.

In november 2002 werd de 52-jarige onderwijzer Gerard Meesters in de hal van zijn woning in Groningen in koelen bloede doodgeschoten. Reden: zijn zuster had in Spanje duizend kilo hasjiesj gestolen van de criminele organisatie waarvoor ze werkte. De baas van die organisatie: Robert Dawes.

Schutter Daniel S. is door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot de levenslange gevangenisstraf. Het was een moord in opdracht, concludeerden de rechters. De naam van Dawes werd genoemd. Daniel S. gaf toe dat hij werkte voor Dawes en dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoorde.

De schutter zou Dawes als opdrachtgever kunnen aanwijzen, maar dat doet hij niet. Daniel S. ontkent eenvoudigweg de schutter te zijn. Tijdens het strafproces vroeg hij begrip voor zijn ontkenning. Bekennen zou vergaande consequenties kunnen hebben. Voor bijvoorbeeld familieleden. Het was een niet ongebruikelijke werkwijze van de organisatie: wie de regels overtrad moest rekening houden met wraak op onschuldige familieleden.

Dat het zo werkte, was in Groningen akelig duidelijk geworden.

In de jaren na de liquidatie groeide Robert Dawes uit tot een van de grootste drugscriminelen van Europa. Zijn werkterrein: de aarde. Uiteindelijk ging hij onderuit. In 2015 werd Dawes opgepakt in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk waar hij werd verdacht van het smokkelen van 1300 kilo cocaïne vanuit Venezuela. In december 2018 stond Dawes als hoofdverdachte terecht in wat door de Franse media werd omschreven als het grootste drugsproces uit de Franse geschiedenis.

Ik was bij een deel van het proces in Parijs aanwezig, samen met Koen Meesters, de zoon van. Het proces had plaats in Salle Voltaire, de zittingszaal 14 van Parijs. Salle Voltaire is gehuisvest in een majestueus gebouw dat onderdeel is van een groot, monumentaal complex met verheven rechtbanken in alle soorten en maten.

Is zittingszaal 14 opgetrokken uit grijs beton en zorgen tl-buizen voor het licht, Salle Voltaire is een eeuwenoude zaal met kroonluchters en middeleeuwse wandtapijten vol met ridders. Robert Dawes zat met medeverdachten – leden van de maffia uit Napels – en gewapende bewakers in een glazen ‘kooi’.

Door de rechtszaal banjerden de advocaten, aangevoerd door Éric Dupond-Moretti, een in Frankrijk gevreesd raadsman, recordhouder vrijspraken en getrouwd met een beroemde zangeres. Als marktkooplieden smeten ze hun Franse woorden luid door de zaal, ook als ze niet aan de beurt waren, onderwijl lurkend aan blikjes Coca-Cola.

Op dag negen van het proces deed de rechtbank uitspraak, het is daar boter bij de vis. Dupond-Moretti ten spijt, Robert Dawes werd veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf, een boete van 30 miljoen euro en zijn bezit werd verbeurd.

Een jaar eerder – in november 2017 – hadden de nabestaanden van Gerard Meesters aangifte gedaan tegen Robert Dawes. De schutter mag dan levenslang hebben gekregen, de opdrachtgever mag in hun ogen de dans niet ontspringen.

Tijdens het drugsproces in Parijs lag er een plan B klaar. Zou Dawes worden vrijgesproken, dan zou hij niet op vrije voeten komen, maar worden gearresteerd in verband met de ‘Groninger kwestie’. De Groningers hadden dat met de Fransen afgesproken.

Door de veroordeling kon plan B van tafel. Ondertussen doet de politie al ruim twee jaar onderzoek – heronderzoek – naar de betrokkenheid van Dawes bij de moord op Meesters. Op grond van dit onderzoek moet het Openbaar Ministerie vandaag of morgen beslissen of Robert Dawes strafrechtelijk wordt vervolgd.

Als die vervolging er komt, dan is het aan de rechtbank om het recht te laten zegevieren. Dat kan ook vrijspraak zijn. Of dit dan in zittingszaal 14 zal geschieden is een vraag. De zwaarbeveiligde Bunker in Amsterdam, waar schutter Daniel S. in 2006 tot levenslang werd veroordeeld, maakt meer kans.

Even leek het erop dat plan B weer uit de kast moest worden gehaald. Over een week zou in Parijs het strafproces in hoger beroep tegen Robert Dawes dienen, met ongewisse afloop. Maar het plan kan voorlopig weer in de kast. De magistrat chargé de communication et relations presse van het cabinet de la procureure générale liet weten: proces uitgesteld vanwege de epidemie.

Dit is niet het laatste verhaal.

menu