De rechtbank in Groningen.

Zittingszaal 14: Om te huilen

De rechtbank in Groningen. Foto: DVHN

Het strafrecht sleept zich voort als een slak over schuurpapier. Het recht zegeviert tenenkrommend traag. Met zorgvuldigheid of corona heeft dat niets te maken. Deze week nog wierp een officier van justitie in de rechtszaal de armen wanhopig in de lucht en jammerde dat er in Nederland veel te veel strafzaken zijn.

Het strafrecht verschiet soms in de kleuren van onverschilligheid en willekeur, het allerlaatste wat de rechtsstaat wil. Het ligt niet aan de mensen die het recht met liefde bedrijven. Het zijn de systemen. Op papier zien die er best goed uit, in de praktijk zijn ze verworden tot gedrochten.

Wekelijks worden nieuwe rechtszaken met verdachten en slachtoffers in de zittingszalen uitgeroepen om vervolgens onbehandeld te worden aangehouden. Deze zaken belanden op stapels. Er verdwijnen meer zaken dan er worden behandeld.

Steeds meer stapels.

Zo nu en dan valt er een gat in het zittingsrooster. Een officier van justitie klimt dan de zolder op waar al die strafzaken liggen te verstoffen. Op goed geluk trekt zij een dossier uit een stapel, veegt het spinrag eraf en stuurt vervolgens een dagvaarding naar de bijbehorende verdachte. Gat gedicht, het systeem functioneert.

Zo kwam het dat deze week de 66-jarige mevrouw Hannah in zittingszaal 14 zat. Ze is net een paar maanden met pensioen, maar heeft nog geen dag genoten van haar welverdiende rust. Haar dagen zijn gevuld met stress, want ze heeft iets ontzettend doms gedaan.

Ze keek niet goed uit.

Ze pakte een portofoon van de bijrijdersstoel. 1, 2 seconden was ze afgeleid, niet bezig met het verkeer om haar heen. De fietser die er wel was, zag ze niet. Een luidde knal. In het ziekenhuis werd gevreesd voor het leven van de vrouw op de fiets.

Mevrouw Hannah vindt het vreselijk dat zij de oorzaak is van veel geleden pijn en al dat andere leed. Schuldbewust zit ze in de verdachtenbank, zakdoekje voor de tranen in haar hand. Vlak achter haar zit de vrouw die ernstig gewond raakte maar het gelukkig overleefde. Zij zit er met heel haar gezin, ze houden elkaars handen vast.

Mevrouw Hannah lette heel even niet goed op, 1, 2 seconden niet. De officier van justitie zegt dat als je 30 kilometer per uur rijdt en 1 tot 2 seconden niet oplet, dat je dan over een afstand van 8 tot 16 meter in het stadsverkeer een gevaar op de weg bent. Dat de auto een gevaarlijk ding is. Dat de Wegenverkeerswet er niet voor niets is. Dat je als onvoorzichtige bestuurder gevangenisstraf kunt krijgen.

Allemaal waar.

Het ongeluk dat mevrouw Hannah veroorzaakte had plaats op 4 juli 2018. Nu pas was er de rechtszaak. Advocaat Niek Heidanus vraagt zich af wat het strafrecht hier nog te zoeken heeft? Wat voegt een straf na meer dan twee jaar in deze toe? Heidanus: ,,He-le-maal niks.’’

De advocaat zegt dat het Openbaar Ministerie (het systeem) geen notie heeft hoe zwaar het is te moeten wachten op de behandeling van een strafzaak. „Die onzekerheid, zoiets heeft een enorme impact.”

Mevrouw Hannah bezocht het slachtoffer, zij bood haar excuses aan, excuses die zijn aanvaard. Het had mevrouw Hannah geraakt.

Op de dag van het ongeluk reed ze in de scanauto van de gemeente Groningen om foutparkeerders op te sporen. In haar werk bij Stadstoezicht trof ze zo vaak boze en onredelijke mensen. Maar de mevrouw van de fiets en haar gezin hadden haar warm ontvangen. Zegt: „Ze waren niet boos.”

De officier van justitie – hij die de armen in de lucht smeet – vindt ook dat het niet zo lang had mogen duren. Maar dat het feit daarmee niet minder strafbaar is. Mevrouw Hannah mag wel een korting. De aanbieding: een werkstraf van 110 uur in plaats van 120 uur.

De advocaat: ,,Geachte rechters. Hier wordt nodeloos extra leed toegevoegd.’’

Deze lelijkheid staat niet op zichzelf. En er is nog een ander probleem. Ik weet niet of het ooit wetenschappelijk is onderzocht, maar de praktijk van de rechtszaal leert dat herinneringen aan kwade zaken het geheugen rap verlaten. Dat komt de waarheidsvinding – corebusiness in de rechtszaal – bij oude zaken niet ten goede.

Eddie (50) uit Drenthe wordt verdacht van bedrog. Tussen september 2016 en mei 2018 zou hij tussen de drie- en vierhonderd digitale decoders hebben ontfutseld van Ziggo. Hij had drie- tot vierhonderd valse e-mailadressen aangemaakt en wist het zo te besodemieteren dat hij de kastjes ontving terwijl anderen betaalden. Ook deze oude zaak werd recent aan de rechtbank voorgelegd.

Er is bewijs zat. Bij de afhaalpunten van pakketjes in Meppel begon Eddie een bekende verschijning te worden. Toen hij bij de politie als verdachte in beeld kwam, werden bij de afhaalpunten camera’s opgehangen. Ze zagen hem keer op keer.

Onderzoek leerde dat er op zijn bankrekening 339 keer 35 euro was bijgeschreven. Dat er aan de muur van zijn woning een televisietoestel hing met een waarde van 7200 euro. En dat op zijn slaapkamer 24 dozen stonden met daarin evenzoveel Humax-decoders.

Hoe dan, vroegen ook de rechters, ook al omdat Eddie in die tijd in de schuldsanering zat en moest zien rond te komen van 40 euro weekgeld.

Schuldig? Dat leek hem sterk. Eddie kon het zich niet herinneren. Zo lang geleden. Dat hij tweehonderd keer een doos bij de Readshop in Meppel had opgehaald? 339 stortingen op zijn rekening? Een tv van 7200 euro? ,,Wat voor een toestel moet dat wel niet zijn geweest dan?’’ In zijn woningen 24 dozen? Geen idee. Drie keer per jaar naar Gran Canaria? „Ik kan het me niet herinneren.”

Rechters: „Houdt u zich nou van de domme?
Eddie: „Dat weet ik niet, maar we worden allemaal wel een dagje ouder.”
De officier van justitie: „Tien maanden gevangenisstraf.”

Zoveel decoders hij ontving – driehonderd tot vierhonderd – zoveel particuliere slachtoffers maakte hij. En het gaat misschien wel om het topje van een ijsberg. Waarom het langer dan twee jaar heeft moeten duren voordat Eddie zich moest verantwoorden, blijft een raadsel.

In de rechtszaal wordt de vraag niet gesteld. Rechters zijn het misschien wel normaal gaan vinden dat het strafrechtsysteem zich als een slak voortbeweegt. Dat rechters vinden dat wat zij doen ook maar werk is.

Aan Eddie vroegen de rechters nog wel of hij de strafeis begreep.

Eddie, nonchalant: „Kunt u het in jip-en-janneketaal uitleggen?”
Rechter: „Tien maanden gevangenisstraf.”
Eddie: „Oei.”

Dat ‘oei’ was grappig.
Maar dit verhaal is om te huilen.

menu