Vrouwe Justitia in de hal van de rechtbank in Groningen.

Zittingszaal 14: Stoffel, Siemen en Sjaak

Vrouwe Justitia in de hal van de rechtbank in Groningen. Foto: DvhN

De meeste misdaden komen voor rekening van de twintigers, zij die vrolijk en wild, maar onbezonnen zijn. Naarmate de leeftijd klimt, neemt de wijsheid toe en daalt het aandeel in de misdaadstatistieken. Alleen zedenmisdrijven zijn van alle leeftijden.

Altijd zijn er de uitzonderingen.

Stoffel

Stoffel is er eentje. Hij is 72 jaar en de wijsheid zou door zijn aderen moeten stromen. Maar het lichaam is hem steeds minder goed gezind, de bloeddruk altijd te hoog. Zijn echtgenote woont niet meer thuis, maar in het verzorgingstehuis waar het onomkeerbare einde nadert. Stoffel vertelt aan de rechters: ,,Als ik om een kusje vraag, krijg ik een klap voor m’n kop.’’

Het emotioneert hem.
Hij bezoekt haar elke dag.

Het was ook daardoor. Zij had toen ze nog thuis was steeds meer hulp en verzorging nodig. Voor de eigen zaak – Stoffel is een vakman – bleef minder tijd over en dat bracht financiële malheur. Het spaargeld verdampte, terwijl het bedrijfspand schreeuwde om een nieuw dak.

Op het internet, zegt hij in de rechtszaal, vond hij de oplossing. En ook hoe het moest.

Toen twee agenten voor de deur stonden, deed hij geen moeite hen om de tuin te leiden. Ze hadden het geroken en Stoffel had de agenten naar de ruimte gebracht waar zijn 250 hennepplanten groeiden dat het een lust was.

Hij had eenmaal geoogst, zei hij. De officier van justitie dacht van niet. Die dacht meer aan negen keer. De politie had het geld gevolgd, valse facturen gevonden, bankrekeningen geanalyseerd en toen uitgerekend dat Stoffel bijna 228.000 euro met z’n planten moet hebben verdiend. Minimaal.

Afgelopen week beslisten de rechters dat de eis van de officier van justitie een passende eis is: drie maanden voorwaardelijke celstraf. Dat als waarschuwing. Daarnaast: het afdragen van 227.291,65 euro. Dat is geen waarschuwing. Betaalt Stoffel niet, niet op tijd, dan kan hij een jaar worden gegijzeld door de Staat der Nederlanden.

Siemen

Siemen is 69 jaar. Hij had 42 jaar tegen een bescheiden salaris voor de baas gewerkt en nooit één dag verzuimd. Drie dagen na zijn pensioen moest zijn been worden afgezet. Daarna overleed zijn vrouw, een harde klap. Hij rolt de rechtszaal binnen en zegt dat hij openstaat voor de straf die hij krijgt.

Het is dat hij twee jaar in therapie is geweest, anders had hij er nog steeds niets van begrepen.

In de Verenigde Staten had een agentschap dat naar kinderporno op het internet speurt een IP-adres onderschept en dat doorgegeven aan de Nederlandse politie. Dat was in 2015. De politie kwam in 2017 in actie nadat de verkregen informatie aan Siemen kon worden gekoppeld. Zijn computer bevatte 14.000 ranzige foto’s waaraan hij zich had verlekkerd. Afgelopen week (2020) was de rechtszaak.

In het begin had hij zich erover verbaasd. Dat die blote kinderen zoiets wilden. En ook dat die kinderen, terwijl ze werden verkracht en van alles moesten ondergaan, soms lachend op de foto gingen. De therapie had hem doen inzien dat die kinderen worden gedwongen en dat er helemaal niets valt te lachen.

Siemen: ,,Ik heb vier kleinkinderen. Ik moet er niet aan denken dat…’’
De stem stokt.
,,Ik vind het verschrikkelijk.’’

De oudste zoon moet er ook niet aan denken. Hij heeft het contact met zijn vader verbroken. Siemen mag twee kleinkinderen niet meer zien. De rechters mogen het best weten: zijn leven is leeg en die leegte is gevuld met schaamte.

De officier van justitie zegt dat voor het bezit van kinderporno gevangenisstraffen worden geëist. Rechters voegen dreigend toe: ,,Die wij dan meestal ook opleggen.’’

Maar goed, de therapie heeft inzicht verschaft, alleen daarom kan wat de officier van justitie betreft worden volstaan met een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke rolstoelgevangenis. Dat is de eis, het vonnis volgt.

Sjaak

De grootste uitzondering moet nog komen. Het is Sjaak, 68 jaar, beroepsinbreker. Drie jaar geleden had hij zijn pensioen aangekondigd met een laatste veroordeling, de laatste van 168 in totaal. De eerste veroordeling kreeg hij toen hij 17 was.

Sjaak had de koevoet al aan de wilgen gehangen, maar vorig jaar kon hij het even niet laten. In één straat had hij twee woningen gedaan, bij de tweede werd hij gezien, achterna gezeten en door een buurtbewoner tegen de grond gewerkt. Geen wonder. De inbrekerscarrière van Sjaak ging gepaard met harddrugs en die hebben flink huisgehouden. Hij heeft de conditie van een glas verschaald bier. Zijn advocaat, ook al weer bijna 40 jaar actief: ,,Sjaak kan het gewoon niet meer.’’

Voor de zevenhonderdzoveelste keer belandde hij op het politiebureau waar hij een halve eeuw veranderingen meemaakte, agenten heeft zien komen en gaan. Na een paar dagen mocht hij naar huis.

Waarom hij kort daarop opnieuw op pad ging, dat weet Sjaak zelf ook niet zo goed. Misschien was hij in de war. Er zijn tekenen die duiden op beginnende dementie. Hij vergeet dingen. En nog wat. Tegen de rechters: ,,Ik wil het er niet op afschuiven, maar ik mis mijn moeder ook heel erg. Ze was altijd een supermoeder.’’

Supermoeder is dood. Net als Nicky die laatst in het plantsoen is gevonden en André van de opvang is er ook niet meer. Sjaak: ,,Al die overledens , ik kan het maar geen plek geven.’’

Uit de laatste woning had hij een mobiele telefoon gestolen. Een iPhone, zo’n ding waar hij geen verstand van heeft. De dochter des huizes wel. Zij weet dat je een iPhone op afstand kunt opsporen. Ze belt de politie en vertelt dat de bij de inbraak gestolen telefoon zich op dat moment in de Groninger Asingastraat moet bevinden, op de hoek.

Bij de politie beginnen spontaan de lichten te zwaaien. Daar op de hoek, dat weet heel het korps, woont de gepensioneerde beroepsinbreker die het niet laten kan. Agenten bellen aan als Sjaak net aan zijn dagelijkse portie cocaïne wil beginnen. Heeft hij een mobiele telefoon buitgemaakt bij een inbraak? Sjaak ontkent. Tot het ding vanuit zijn plantenbak begint te piepen.

De officier van justitie vindt dat veroordeling 169 een gevangenisstraf van tien maanden moet zijn waarvan zes voorwaardelijk mogen. Sjaak wil graag iets minder omdat hij anders zijn woninkje dreigt kwijt te raken. Dan staat hij op straat, waar hij te oud voor is.

Stoffel, Siemen en Sjaak, ze behielden hun onbezonnenheid, maar de vrolijkheid in hun leven is op.

rob zijlstra

menu