Lenie 't Hart in haar kleurrijke huis net buiten Termunten.

Zoenen met prins Bernhard en zeehonden knuffelen met Brigitte Bardot: het tegendraadse leven van Lenie 't Hart

Lenie 't Hart in haar kleurrijke huis net buiten Termunten. Foto: Jan Zeeman

Gedreven. Tegendraads. Als boegbeeld van de zeehondenbescherming geliefd en versmaad: Lenie ’t Hart is het allemaal. Nu is er een boek over haar leven, Zo onafhankelijk als een zeehond , een biografisch portret, geschreven door Nina van den Broek.

Op naar Termunten.

Er hangen twee bokshandschoenen voor haar raam. „O die”, zegt Lenie ’t Hart. „Die kreeg ik van Arnold Vanderlyde. Wil je koffie? Ik drink het zelf nooit, maar dan doe ik gewoon zo’n ding in dat apparaat, dus ik denk dat ’t allemaal wel zal lukken.”

Het huis van Lenie ’t Hart, even buiten Termunten, hangt vol parafernalia; kleurrijke getuigen van een veelbewogen verleden en een hectisch heden, schijnbaar achteloos naast en door elkaar heen gegroepeerd. Een kerstboom in de kamer. „Heb ik van mijn zoon. Hij wou ’m wegdoen na de kerst, ik zeg, zet ’m hier maar neer. Vind je ’m niet leuk?”

Een Pippi Langkous in die kerstboom. „Ik ben toch een anarchist in de dop.” Ze toont haar rood-zwart-wit gestreepte sokken, onder haar gebloemde legging; „Mooi hè? Gekocht onderweg naar een gala. Ik had koude voeten. Ik had geen jurk aan hoor, ik heb maar één jurk, een zilverkleurige en daar kan gewoon een broek onder. Heb je het koud trouwens? Zal ik de verwarming even hoger zetten?”

Buiten zwermen de spreeuwen over het land. Praten met Lenie ’t Hart is alsof je samen in zo’n zwerm zit; het is een zwenkend gesprek.

Waarom drievoudig Europees bokskampioen Vanderlyde haar zijn bokshandschoenen schonk, laat zich raden. Boksen is vechten en incasseren, zowel tussen de touwen als daarbuiten.

Nou, vechten en incasseren, daar weet ze alles van en ze heeft ook kniepertjes bij de koffie. Met slagroom.

Biografisch portret

Nu is er dat boek over haar leven. Een boeiend verteld, goed gedocumenteerd biografisch portret van Lenie ’t Hart met de welsprekende titel Zo onafhankelijk als een zeehond , waarin schrijfster Nina van den Broek op zoek gaat naar de vrouw achter de mythe. Hoe kan iemand, zo schrijft Van den Broek in haar introductie, tegelijkertijd zo geliefd en zo versmaad zijn?

Wie is deze vrouw die de zeehondencrèche in Pieterburen oprichtte, in de jaren 70 de milieuproblematiek hoog op de politieke agenda bracht, generaties kinderen het besef bijbracht zorg te dragen voor de natuur en de dieren? Wie, kortom, is Lenie ’t Hart? ‘Nou’, had Lenie haar op deze vraag geantwoord, ‘dat zou ik zelf ook weleens willen weten, mien wicht’.

Het boek ligt op tafel. En even voor de duidelijkheid, zegt ze, het was niet haar idee, maar dat van Iran-correspondent Thomas Erbrink, die ze kent sinds hij als kleine jongen de zeehondencrèche in Pieterburen bezocht. In 2018 benaderde uitgeverij Prometheus haar met het voorstel. „Ik heb ja gezegd. Ik dacht: mijn kleinkinderen zijn nog klein, ik doe het zodat zij weten wat voor rare opoe ze hebben gehad. ”

Zelf lijkt ze op haar opoe Leentje. „Die bemoeide zich ook altijd overal mee.”

loading

Terugkijken op het leven

Terugkijken op het leven, ze kan het iedereen aanraden. „Ik heb zoveel shit over me heen gehad, maar als ik dan zie wat ik gedaan heb, hoeveel lol ik heb gehad, dat is toch geweldig? Ik vind het aan de ene kant heel gewoon, want het ging vanzelf, maar als ik dit lees denk ik: tjésus, dat deed ik toch maar allemaal.”

Dat ze de muziek van de Queen-song It’s a Beautiful Day gratis mocht gebruiken in de reclamespot voor de zeehondencrèche is zo’n wapenfeit. „Ik dacht: er is maar één nummer dat hierbij moet! Dus de reclamejongens belden de fanclub, daar vonden ze het een goed idee, daarna belde ik het management en ik zei: ‘Ik heb een mooi plan en jullie fanclub vindt het goed’. En die secretaresse had gevoel voor humor. Twee dagen later had ik bericht dat we het nummer mochten gebruiken. Een miljoenendeal op een A4’tje, en dat hing ik dan gewoon aan de lamp.”

In haar werkkamer en in haar albums getuigen de foto’s zwart op wit van haar populariteit. Een tengere sluikharige vrouw in overall, omringd door the powers that once were : politici, ambassadeurs, artiesten. Filmster en dierenactiviste Brigitte Bardot met een zeehond in haar armen. „Aardige vrouw. Maar ze zag niet zo goed geloof ik. Ze dacht dat de koeien in de wei schapen waren.” Een stralende Lenie naast een schaterende prins Bernhard. „Wij hadden een goed contact, het is weleens gebeurd dat ik door Ikea liep en prins Bernhard aan de telefoon had. Ik heb tegen koningin Juliana gezegd: ‘Ik zoen wel met uw man, hoor’. Zei ze: ‘nou, dan zal ik dat ook maar doen’.”

Dierenliefde

„Hee!” Poes Laleh springt op tafel en begint vol overgave van de slagroom te likken. Vertederd: „Bij mij mogen ze álles.”

Dierenliefde. Haar leven is ervan doordesemd. Buiten staat koe Tammo in de schuur. Verderop lopen de schapen Gepke, Lola en Pino in het veld. Poes Soltan geeft kopjes. Ze voert zelfs de twee steenmarters. Om haar vinger draagt ze een grote ring met een kikker. Ze houdt van kikkers. Als Leentje Godlieb maakte ze al ruzie met de grote jongens die kikkers stenigden, 4 jaar was ze toen. Een kleine tomboy in Farmsum, een driftig naar avontuur zoekend jongensmeisje dat haar pop links liet liggen, maar de pasgeboren egeltjes die buurman wilde verdrinken stuk voor stuk levend uit het kanaal viste.

Een solitaire kindertijd. „Ik ben een einzelgänger . Als iedereen rechtsaf gaat, ga ik linksaf. Dat is wel eenzaam, ja. Ik ben een eenzame figuur, dat ben ik altijd geweest.”

Dirk Frik was de mooiste

Hoe pak je een zeehond vast? Dat vereist enig inzicht. „Je moet erbovenop zitten en ’m dan achter zijn nek pakken want je moet zorgen dat die kop niet beweegt. Ze kunnen bijten. Je moet ze stijf tegen je aanhouden, een flap vast onder je arm, hem met je lichaam in bedwang houden. Ik ben heel sterk geworden in mijn armen.”

Ze heeft veel zeehonden in haar armen gehad. Maar één was de mooiste: Dirk Frik.

„Hij kwam bij ons in Pieterburen, ik had hem genoemd naar de stuurman van de Rijkspolitie te Water. Dat was de enige zeehond die ik niet kon voeren. Hij at zelf. En toen we hem overboord zetten, beet hij nog even snel heel hard in de reling. Dirk Frik was dwars. Die wou niet. Prachtig.” Ze lacht bij de herinnering. „Die kop.” zegt ze. „Hoe die kéék.”

Het grote succes van de zeehondencrèche, zo schrijft Nina van den Broek, is onder meer te danken aan het feit dat Lenie de zeehonden vanaf het begin af aan namen gaf. Het gaf de dieren een gezicht en het probleem van de zeehondenjacht kreeg smoel. „Namen. Dan maak je er een persoon van. En zodra ze weer de zee in zijn, zijn ze weg, maar ze moeten een naam hebben zolang ze hulp nodig hebben. Tegenwoordig praten ze liever over ‘een populatie’. Wat is een populatie vogels? Niks. Maar noem een vogel Hannes en dan krijgt die populatie een identiteit. Hoe wil jij het milieu redden als het abstract blijft? En dit vertel ik overal in de wereld. Alleen heten de zeehonden nu geen Dirk Frik meer, maar Wladimir.”

Aan jasjes trekken

Haar werkterrein bevindt zich niet meer in Pieterburen sinds ze daar in 2014 vertrok na een zware richtingenstrijd met het bestuur en de medewerkers over nieuwe koers die de zeehondencrèche wilde varen. Kort gezegd kwam het erop neer dat de zeehondenpopulatie zichzelf moest reguleren.

Lenie ’t Hart redt nog steeds zeehonden, alleen zwemmen ze nu bij Iran, Dagestan en Mauritanië. Ook hier praat ze met reders, met vissers, ministers. Aan jasjes trekken, daar is ze goed in.

Met de in 2003 overleden VN-diplomaat prins Aga Khan had ze contact sinds ze in 1988 samen de verweesde Monniksrobpup Efsratia vrijlieten op het Griekse eiland Alonissos. „Dat was een geweldige kerel. Ik zorgde voor de zeehonden, hij zorgde ervoor dat de vissers het zo goed hadden dat ze geen zeehonden meer dood hoefden te maken. De Griekse scheepsmagnaat Peter Livanos zei destijds tegen me: ‘Lenie, blijf onafhankelijk’.”

Zachtjes klapt ze op de tafel om haar woorden ritmisch kracht bij te zetten. „On-af-hankelijk. En dat bén ik. Ik heb geen geloof, ik ben niet politiek. Ik hou van de mensen en van de dieren, ik wil zowel de mensen helpen als het milieu. Simpel.”

Fel: „Zonder compromissen. Want de discussie over de zeehonden gaat in Nederland, en alleen in Nederland, over de hoofden van de dieren. De ecosysteemdenkers met hun frozen brains zeggen dat de natuur haar gang moet gaan terwijl we helemaal geen natuur meer hebben. Als jij als mens een dier in nood ziet, moet je het helpen. Want dat dier wil maar één ding: leven.”

Underdog, daar gaat het om

Toch is ze niet iemand die meer van dieren houdt dan van mensen. Wie dat soort dingen zegt kan op haar wantrouwen rekenen. „Zonder de mens red je het niet.”

De underdog , zegt ze, daar gaat het haar om. Of het nou een zeehond is, een egel, een dakloze, de wezen van Dagestan: ze zal zich altijd bekommeren om de verworpenen der aarde. In haar huis hangen wandborden met spreuken van Pieter Jelles Troelstra naast een bord waarop staat When nothing goes right, go left . Ze staart ernaar. „Als niks goed gaat, moet je een andere weg zoeken. We leven in een angstcultuur. We hebben een nieuwe Pieter Jelles Troelstra nodig.”

Angst? Dat gevoel is haar wezensvreemd. Nou ja, een keer niet, toen het vliegtuig van haar zoon Pieter, piloot, te lang bleef stilstaan op een landingsbaan op het vliegveld van Dubai. Ze zag het op internet. Belde ze daar toch maar even achteraan, of er iets loos was misschien. „Dat mocht ik nooit weer doen van hem.” Maar ja, dat is opoe Leentje in haar: eens een bemoeial, altijd een bemoeial.

Stilte. De mussen in de voortuin tsjilpen. Ze sjouwt met houtblokken. Bouwt een vuur in de kachel. „Wil je wat eten?”

Zelf kookt ze nooit. „Heb ik een hekel aan. Zie je dat? Die wulpen?”

loading

Machteloos

Zo onafhankelijk als een zeehond beschrijft het jaar 2017 als een krakend scharniermoment in haar leven. Een periode waarin ze behalve het voeren van de dieren tot nauwelijks iets in staat was.

Ze zag het fout gaan met de zeehondenopvang in Nederland. De door haar verfoeide ‘ecosysteemdenkers’ hadden in 2014 haar eigen organisatie overgenomen. Ze zag zeehonden in nood bij de Punt van Reide en stond machteloos; de vrijheid om daaraan iets te doen was haar ontnomen. Het deprimeerde haar zo dat ze de plek vermeed waaraan ze zo verknocht was. ’s Nachts had ze nachtmerries over mishandelde dieren. Het was haar zwaar te moede.

Als klap op de vuurpijl kwam door de metoo-actie het verzwegen pedofiele verleden op straat te liggen van haar tweede man, filmer Karst van der Meulen.

Ze zette hem de deur uit, belandde in een vechtscheiding. „Ik heb een klein pensioen, maar de helft gaat naar mijn ex. Ik zeg weleens tegen mijn advocaat: als ik alles heb afbetaald, ben ik dood. Nou ja, dan ga ik tenminste schuldenvrij de kist in.”

Nieuwe fase

Zo lijkt het leven van Lenie ’t Hart zich in twee dimensies af te spelen. In een binnen- en een buitenwereld. Een leven op de internationale podia, omringd door de machtigen der aarde. En een leven hier, achter de dijk bij Termunten.

Het boek gaf haar nieuw inzicht. „Het maakte me duidelijk dat een nieuwe fase is ingetreden. Ik heb nu de leeftijd dat ik denk: ik wil heus wel adviseren, maar ze moeten het met mekaar doen. Er is een nieuwe beweging van jonge mensen, bijvoorbeeld bij DierenLot, daar denken ze niet in ecosystemen en daar heb ik alle vertrouwen in.”

Die schijnwerpers hoeven voor haar niet meer zo. „Ik was een vooruitloper. Ik heb dingen in gang gezet in de wereld. En daar ben ik trots op.”

Thuis, op het Groninger land, kijkt ze naar de wulpen. Naar de maan, ’s nachts. Maakt ze foto’s van de zon. Voert ze de dieren. Aait ze de poezen. Doet ze interviews voor Havenstad FM. Loopt ze over de dijk. Is het leven goed. En rustig. Een beetje te. Rustig. Soms.

Dansen in het natte asfalt

Scrollend op haar telefoon: „Zie je weg buiten? Die hebben ze laatst opnieuw aangelegd. Het is een slechte weg geworden, veel te smal, belachelijk. Maar kijk eens.”

Ze toont een foto van verzonken voetstappen in het wegdek voor haar deur. „Ik heb in het natte asfalt staan dansen”, zegt ze, zich verkneukelend. „Ik kon ‘t niet laten. Op die weg joh. Daags daarna reed ik langs een verkeersbegeleider ik zeg, alles goed, hij zegt ja, er is wel wat gebeurd, we denken dat de kinderen van nummer 13 in het asfalt hebben gelopen. Weet je wat ik zei?”

Rechte rug. Tintelende triomf in haar ogen. Lenie ’t Hart, 78-jarig jongensmeisje, Dirk Frik in het diepst van haar gedachten: „Ik zei: ik ben dat kind van nummer 13.” Daverende lach.

Een rebels hart verloochent zich niet.

menu