Topmannen UMCG en GGD Groningen pleiten voor zorgproef zonder marktwerking in Noorden: 'De coronacrisis is een wake-upcall voor het gezondheidsbeleid'

Een corona-patient wordt vanuit het Bernhoven ziekenhuis in Uden verplaatst naar het UMCG ziekenhuis in Groningen. Zo nam het Noorden wat van de last op de Brabantse IC-afdelingen over. Foto: AD/BSR Agency

De topmannen van het universitaire ziekenhuis en de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) in Groningen willen een proef om het gezondheidsbeleid in het Noorden over een andere boeg te gooien. Geen marktwerking meer maar samenwerking onder de paraplu van één gezamenlijke ‘regionale zorgautoriteit’.

De coronacrisis was een wake-upcall voor het gezondheidsbeleid, vinden topman Ate van der Zee van het UMCG en Jos Rietveld van de GGD Groningen. Ziekenhuizen, GGD’s, huisartsen en andere zorginstellingen moesten ineens nauw samenwerken en de bestuurders leerden elkaar beter kennen.

Er bleek veel meer mogelijk dan voorheen. ,,We hebben samen de eerste golf doorstaan. We waren solidair’’, zegt Van der Zee. ,,Het bestuurlijk contact tussen de vele instellingen in de regio is enorm toegenomen. Dat heeft geleid tot een gezamenlijke agenda voor de aanpak van de coronapandemie in het Noorden.’’

Samen de schouders eronder

De coronapatiënten uit Noord-Nederland, maar vooral ook de honderd patiënten uit andere delen van het land, werden netjes over alle ziekenhuizen in het Noorden verdeeld. Zorginstellingen wisselden mondkapjes en andere middelen uit. De onderlinge concurrentie werd even aan de kant geschoven.

,,We hebben vergaande afspraken gemaakt over hoe we de patiënten verdelen’’, zegt Van der Zee. ,,Die afspraken zouden normaal de toets van de Nederlandse Zorgautoriteit en ACM (‘concurrentiewaakhond’, red.) niet hebben doorstaan. Als we echte marktwerking hadden gehad, was dit nooit gelukt.’’

Weg met marktwerking

Van der Zee en Rietveld willen daarom kijken of het ook anders kan in de zorg, zonder het hele landelijke stelsel over de kop te gooien. Meer samenwerken, minder marktwerking, en samen ook proberen ziektes te voorkomen in plaats van alleen te behandelen.

,,Er is steeds meer krapte aan middelen zoals bedden op de intensive care en het personeel daarvoor’’, zegt Van der Zee. ,,Tegelijk neemt de vraag naar zorg enorm toe doordat we ouder worden. Maar de mogelijkheden nemen ook toe, want er komen nieuwe medicijnen en behandelingen. Als je dan ziekenhuizen en andere zorgaanbieders blijft betalen per verrichting, dan vraag je om sterk stijgende kosten. Nu is al één op de zes werkenden in Nederland werkzaam in de zorg. Als we in dit tempo blijven groeien, wordt dat één op de vier. Dat is niet op te brengen. Als je wilt dat de zorg toegankelijk blijft, moet je iets veranderen.’’

De marktwerking werkt dan niet meer, betogen Van der Zee en GGD-directeur Jos Rietveld. ,,Nog nooit was er meer urgentie om te veranderen’’, schrijven ze in een gezamenlijk betoog in vakblad Zorgvisie .

En verder: ,,Het huidige zorgsysteem heeft zijn grenzen bereikt, qua absorptievermogen, personeels- en kostenbeslag. Dit vraagt om leiderschap, niet alleen van de rijksoverheid, maar ook van de regionale zorgbestuurders en professionals. Uiteraard is dat een proces van jaren. Het zou mooi zijn als in de tussentijd her en der aan regio’s die dat ambiëren experimenteerruimte wordt geboden. De regio Groningen stelt zich alvast kandidaat!’’

Ineens in het centrum van de aandacht

Ate van der Zee nam in november het stokje van bestuursvoorzitter van het UMCG over van zijn voorganger Jos Aartsen. Een paar maanden later brak de coronapandemie los en kwam het UMCG in het centrum van de aandacht te staan. Van der Zee is vanuit zijn functie als UMCG-topman voorzitter van de samenwerkende noordelijke zorginstellingen en huisartsen in het ROAZ, Regionaal Overleg Acute Zorg, en samen met directeur Jos Rietveld van de GGD Groningen leidt hij het Strategisch Kernteam Covid-19 voor de drie noordelijke provincies.

Terugkijkend heeft het Noorden het eigenlijk heel goed gedaan, constateren beide bestuurders. Het aantal besmettingen bleef veel lager dan in de rest van het land. Dat was voor een deel het gevolg van ‘keepersgeluk’. Want de voorjaarsvakantie kwam hier eerder, er wordt weinig carnaval gevierd en de bevolking is meer geneigd om afstand te bewaren.

Maar wat ook hielp is dat het UMCG een eigen lab had en al eerder dan in de rest van het land zorgpersoneel begon te testen. De GGD’s konden ook al snel gebruik maken van die extra labcapaciteit. Dat kwam het UMCG nog wel even op kritiek te staan van minister Hugo de Jonge dat het ‘niet solidair’ met de rest van het land was, maar die kritiek trok hij al snel weer in.

‘Samenwerken, niet de baas spelen’

De gezamenlijke aanpak van de coronacrisis smaakt naar meer, vinden Van der Zee en Rietveld. Betere samenwerking, regionaal beleid. ,,Maar het beeld moet niet ontstaan dat wij als UMCG wel eventjes de baas willen spelen over de hele zorg in het Noorden’’, zegt Van der Zee. ,,Wij zijn een universitair ziekenhuis en houden ons bezig met de complexe, derdelijns zorg. Maar we hebben ook een maatschappelijke rol. Samen met alle andere ziekenhuizen en zorginstellingen, de cure en de care en de GGD’s, zijn we verantwoordelijk voor de publieke gezondheid. Op dat terrein hebben we veel geleerd de afgelopen tijd.’’

Zo zou de zorg veel beter verdeeld moeten worden over de verschillende ziekenhuizen en andere instellingen. De ene behandeling hier, de andere daar, en minder concurreren om schaarse middelen en personeel. Samenwerkend zou het ook beter moeten lukken om te werken aan preventie, aan het bevorderen van een gezonde leefstijl.

Minder hoesten en buikgriep

Als bijvangst van het handen wassen, de anderhalve meter en het vele thuisblijven daalde ook het aantal luchtwegklachten en gevallen van buikgriep. ,,Artsen zagen veel minder patiënten met luchtwegklachten en buikgriep’’, zegt Van der Zee. ,,Het werd ook duidelijk dat er veel meer patiënten met overgewicht op de ic terechtkwamen. Dat was voor sommige patiënten aanleiding om te werken aan hun leefstijl. Maar je kan je afvragen hoe blijvend dat effect is. Er was nu een directe aanleiding, corona. De positieve gevolgen van minder roken en overgewicht merk je pas op veel langere termijn. En je kan je op langere termijn ook afvragen of het vele afstand houden en afzien van sociale activiteiten wel opweegt tegen de winst door minder luchtwegklachten en buikgriep.’’

Maar één ding is volgens beide bestuurders duidelijk. Ziekenhuizen en andere gezondheidsdiensten zoals de GGD’s moeten meer samenwerken om die zogenoemde publieke gezondheid te verbeteren. ,,Ons zorgstelsel beloont ziekte, niet gezondheid.’’

En nu werkt iedereen te veel langs elkaar heen. ,,De verkokering is doorgeschoten. Dat staat een samenhangend beleid in de weg en draagt niet bij aan een kosteneffectieve zorg voor de regio.”

menu