Opknapbeurt Borgsweerster kerkhof gelukt, welke volgt?

Vrijwilligers die het kerkhof van Borgsweer opknapten, bij de afronding van de restauratie. Met een staande receptie vierde het dorp de afronding van de restauratie. Foto: DvhN

De stichting Behoud Kerkhoven wil in navolging van de begraafplaats in Borgsweer dolgraag ook die in Termunten, Wagenborgen en Woldendorp restaureren, maar voorzitter Bé Bekkering durfde vrijdag nog niet te zeggen of dat lukt.

Voor de stichting is Borgsweer nu een prachtig uithangbord. Het schitterende, deels op de wierde gelegen kerkhof lag er waarschijnlijk nooit eerder zo mooi bij als nu. Heel wat anders als de spreekwoordelijke modderschuit waar het gerestaureerde kerkje (tevens dorpshuis) als vlag naast stond.

Sinds mei is de kleine maar o zo actieve dorpsgemeenschap druk in de weer om het ‘onmogelijke’ te realiseren. Vrijwilligers reinigden grafstenen en zorgden ervoor dat de oude teksten weer goed leesbaar zijn. Ze steunden Landschapsbeheer bij de grotere klussen.

Puntige kurk

,,De verf was verdwenen, maar de letters waren in reliëf terug te vinden. We hebben de zwarte verf voorzichtig aangebracht met kurken, waar een puntje aan zat. En met rollers op de grotere vlakken’’, zeggen Anita en Bianca. Ze deden graag mee om de historie voor het dorp te bewaren (,,Zie je die kindergraven uit 1912? Dat kwam dus door de Spaanse griep’’). Ze lieten zich vrijdagmiddag met een groep vrijwilligers uit het dorp een welverdiende lunch goed smaken op een staande buitenreceptie.

Daarmee rondde de stichting de restauratie officieel af, hoewel die klus nog niet helemaal klaar is. Aan de smeedijzeren (?) hekken bij de ingang valt -als je goed kijkt- nog wel wat te doen, maar gelukkig leiden prachtig geverfde pieken op die hekken de aandacht af.

Op de gerestaureerde graven en paden valt helemaal niets meer aan te merken. Maar er blijft altijd werk. ,,We willen het nu ook bijhouden maar gaan eerst de bomen uitdunnen, want daar zit veel dood in. Bij harde wind is het gevaarlijk’’, zeggen de vrijwilligers. Ze konden kerkhofbeheerder Trijntjo Meijerhof niet blijer maken met hun werk.

loading

Huzarenstukje

Dat is via de stichting financieel mogelijk gemaakt. Een huzarenstukje, vertelde mede-initiatiefnemer Lucas Wams. De voormalige inwoner van het dorp -hij ging na 18 jaar terug naar Amsterdam- moest als bestuurslid van de stichting zo’n 50.000 euro op tafel zien te krijgen. Dat lukte toen gemeente en provincie enthousiast bijsprongen.

,,Vanaf dat moment konden we gemakkelijker andere instellingen benaderen, maar het bleef lastig. Er zijn niet zoveel fondsen die het herstel van oude kerkhoven steunen. Dat levert niet zoveel pr op’’, aldus Wams.

Hij kreeg het toch voor elkaar. En was blij verrast toen anderen uit zichzelf de portemonnee trokken of, zoals het Prins Bernhard Cultuurfonds, meer betaalden dan afgesproken om bijvoorbeeld de extra coronakosten te dekken. ,,Zo kan het dus ook.’’

Meerwaarde

Bekkering vermoedt dat het in grotere plaatsen lastiger is om soortgelijke restauraties voor elkaar te krijgen. Van een overkoepelende restauratiestichting, zeg een provinciale Stichting Oude Groninger Kerkhoven, verwacht hij weinig meerwaarde.

,,Kennis en expertise moeten van bestaande organisaties komen, maar voor de restauratie zelf ben je afhankelijk van vrijwilligers. Daar is veel gemeenschapszin voor nodig. Als je zoiets lokaal voor elkaar wilt boksen, is het vaak: hoe kleiner het dorp, des te groter de kans dat mensen meedoen. Afgezien daarvan: in een grotere plaats is het kerkhof ook groter. Dat betekent natuurlijk ook navenant hogere kosten.’’

Volgens Bekkering leidt restauratie ertoe dat er meer wandelingen op de wierde worden gemaakt. ,,Het cremeren nam mede een grote vlucht omdat mensen hun kinderen niet met het onderhoud van hun graf wilden opzadelen. Daarmee verdwenen de wandelingen over het kerkhof, die in mijn jeugd nog heel gewoon waren. Dat komt terug en in Borgsweer is het de moeite waard om het kerkhof in de wandeling op te nemen. Het ligt prachtig in het Groninger landschap.’’

menu