Waddenvereniging wil dat vaker wordt gemeten welke vissen in de Eems zwemmen (om de natuur beter in de gaten te houden)

Het Wad bij de Eems. Foto: Henk Postma

De Waddenvereniging vindt dat vaker moet worden gemeten welke vissen in de Eems zwemmen. Dit is volgens haar nodig om de natuur beter in de gaten te kunnen houden. Vis is namelijk een belangrijke graadmeter voor de staat van de natuur.

Het trechtervormige monding van de Eems (Eems-estuarium) is beschermd natuurgebied dat in een slechte staat verkeert. Grote hoeveelheden slib in het water - veroorzaakt door baggeren, inpolderen en het aanleggen van dammen - zorgen voor zuurstofloosheid in het water en verstikking van de beschermde habitats onder het slib.

De overheid heeft bepaald dat de natuur er flink moet verbeteren. De Natura 2000 -wetgeving beschrijft per beschermd leefgebied welke vissoorten er horen en dus een graadmeter zijn voor het specifieke gebied. Voor het Eems-estuarium zijn dat onder andere haring, bot, schol, ansjovis en wijting. Zij maken ieder op hun eigen manier en op verschillende momenten van het jaar gebruik van het estuarium.

Maandelijkse vismeting in plaats van twee keer per jaar

Om in beeld te brengen hoe vissoorten het estuarium gebruiken, voerde de Waddenvereniging in 2019 een maandelijkse vismeting uit op dezelfde manier als natuurbeheerder Rijkswaterstaat dat twee keer per jaar doet. Ondanks de beperkte schaal - één 1 jaar - is volgens de Waddenverenging duidelijk dat de bestaande intensiteit van monitoren een onvolledig beeld geeft.

De pilot laat zien dat er vier seizoenen zijn te onderscheiden waarin er andere vissoorten en aantallen in de Eems zwemmen, stelt de Waddenvereniging. Ze roept daarom op de meetfrequentie te verhogen naar minimaal vier meetmomenten per jaar en zo aan te sluiten bij de levenscyclus van deze groep vissoorten.

Ook Waddenzee in slechte staat

Ook in de Waddenzee is de kwaliteit van het beschermde habitat niet in orde. De monitoring is hier zelfs nog slechter geregeld, stelt de Waddenvereniging: er wordt maar één keer per jaar gemeten. De Waddenverenging pleit ervoor om ook in de Waddenzee vaker te monitoren.

‘De temperatuur van het water in de Waddenzee is de laatste 25 jaar al 1,5 graad gestegen. Vissen reageren daarop, maar met de huidige monitoring kunnen we dat niet goed in de gaten houden’, licht marien bioloog Wouter van der Heij van de Waddenvereniging in een persbericht toe.

‘Door het veranderende klimaat stijgt zowel de gemiddelde temperatuur als de piektemperatuur van het water in de Waddenzee. Ook hebben de droge zomers effect op de mogelijkheden voor vismigratie en de productiviteit van het hele ecosysteem. Hier is vis heel gevoelig voor, dus het is van groot belang om goed te monitoren hoe de visgemeenschap hierop reageert. Dan kunnen er effectieve beheermaatregelen getroffen worden.’

menu