Beno Hofman in de Kleine Rozenstraat.

Beno Hofman schrijft over vier eeuwen Hortusbuurt: 'De cirkel is rond'

Beno Hofman in de Kleine Rozenstraat. Foto: Peter Wassing

Zeven generaties Hofman leefden in de Hortusbuurt. Beno Hofman (66), de officieuze stadshistoricus, schreef het boek Niewe Stadt, 400 jaar Hortusbuurt en Ebbingekwartier . ,,De cirkel is rond.’’

Beno Hofman klapt het boek open op de eettafel, bladert even en stopt bij een grote zwart-witfoto van een schoolklas uit 1931. Hij wijst naar een blond jongetje in een matrozenpakje dat net als zijn klasgenootjes ernstig in de camera staart. ,,Mijn vader. En zijn vader, mijn opa, was behanger. Kijk.’’ Hij pakt een lange, donkerbruine meetstok die in een hoek van de kamer staat. ,,Deze was nog van hem.’’

‘De grootste rijkdom en de bitterste ellende’

Zijn familiegeschiedenis is nauw verweven met die van de Hortusbuurt. De eerste Hofman die zich in de stad vestigde, trok in een boerderij aan de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat. Hij was een melkveehouder die door Stadjers als ‘koemelkers’ werden aangeduid. Hij liet voor zijn oudste zoon aan de andere kant van de straat een boerderij bouwen, die nog tot 1964 een echte stadsboerderij was. Daarna werd het een studentenhuis. Een projectontwikkelaar sloopte het enkele jaren geleden. Hofman wist een muurijzer nog te redden.

Hij gebaart naar het raam, naar buiten. ,,Hier werkte mijn betovergrootvader als touwslagersknecht. De Hofmans waren over het algemeen maar arme sloebers. Mijn opa sliep met zijn broers en zus op een zoldertje. De sneeuw viel door gaten in het dak op ze neer. Maar de superrijken woonden hier ook. Dat was zo bijzonder aan deze wijk. Je vond hier de grootste rijkdom en de bitterste ellende.’’

De Bengaal van de Hortusbuurt

‘De Bengaal’, zoals de steenrijke Jan Albert Sichterman werd genoemd, woonde er in de achttiende eeuw. Hij maakte zijn fortuin in Bangladesh en verplaatste zich in Groningen in een koets die door zes paarden werd voortgetrokken. Een pastor noemde diens huis ‘een paleis dat alleen al een bezoek aan Groningen waard was’.

Ook andere beroemdheden bevolkten de buurt. Pieter Roelf Bos broedde er op zijn Schoolatlas der geheele aarde . Grietje Hooghoudt breidde de likeurstokerij van haar overleden man uit en Willem Frederik Hermans staarde vanuit zijn appartement over de Spilsluizen. Grote bedrijven als die van tabaksfabrikant Theodorus Niemeijer en fietsfabrikant Fongers zagen er het levenslicht. In 1903 was er zelfs een ‘wereldtentoonstelling’ in het huidige Ebbingekwartier. ,,Er kwam geen ander land aan te pas, maar er was bijvoorbeeld een Japans paviljoen waarbij een Japanse tempel was nagebouwd. Daarom noemden we het een wereldtentoonstelling.’’

Rijken lieten stadswal staan, zodat ze de armoede niet zagen

De Hortusbuurt is het gevolg van de grote stadsuitbreiding van Groningen die Hofman in 1620 laat beginnen. De oppervlakte van de stad verdubbelde bijna. De stadswallen vormden de grens. Hofman woont bij het laatste restant van die wal. ,,Die hebben ze laten liggen. De rijke mensen wilden tijdens hun wandeling niet met de armoede aan de andere kant van de wal worden geconfronteerd. Het is nu een geweldige geluidswal tijdens Noorderzon.’’

De naam verwijst naar de botanische tuin die door de apotheker Hindrick Muning in de zeventiende eeuw werd aangelegd en uiteindelijk door de Rijksuniversiteit Groningen werd overgenomen. De tuin is in 1966/’67 naar Haren verplaatst. ,,In die periode was de verstandhouding – eigenlijk is dat nog steeds zo – tussen de universiteit en de buurt nogal problematisch. De universiteit wilde uitbreiden en deze plannen moesten worden afgestemd met het Plan Goudappel, een verkeersplan van de gemeente waarbij er een snelweg dwars door de buurt zou komen. Max van den Berg, die in het linkse college van 1972 zat, veegde het plan van tafel. Maar de bewonersorganisatie die destijds voor de belangen van de buurt opkwam, noemde zich naar de Hortus. En sindsdien staat dit bekend als de Hortusbuurt.’’

‘Er is nog zoveel geschiedenis’

Hofman deed onderzoek naar alle straten en kent bijna van elk huis de geschiedenis. Ook het CiBoGa-terrein (Circus, Boden en Gas) komt langs. ,,Zonder de ‘Bo’, want die valt er net buiten.’’

Hij bladert weer door het boek en stopt deze keer bij – wederom – een zwart-witfoto. Een groepje kinderen en volwassenen poseert in een opengebroken straat. ,,Ik wilde graag weten wanneer deze foto precies was gemaakt en kwam erachter dat het uithangbord van de kruidenier uit 1929 was.’’ Hij wijst naar een café-slijterij. ,,Dat is nu café De Minnaar, het oudste nog bestaande café van de buurt.’’

Over een maand bereikt Hofman de pensioengerechtigde leeftijd. ,,Mooi dat de cirkel nu rond is. Niet dat ik stop hoor. Er is nog zoveel geschiedenis.’’

Burgemeester Koen Schuiling neemt zaterdag het eerste exemplaar van ‘Niewe Stadt’ in ontvangst tijdens de viering 400 jaar Uitleg. Opgave verplicht via www.hortusebbinge.nl .

menu