Dorpsondersteuner verhoogt welzijn dorpsbewoners en verlaagt zorgkosten, blijkt uit onderzoek in drie Groninger dorpen

Wedde, Veelerveen en Vriescheloo hebben met Marian Beltman (midden) al geruime tijd een betaalde dorpsondersteuner. Foto: Huisman Media

De dorpsondersteuner verhoogt het welzijn van dorpsbewoners en verlaagt de zorgkosten. Dit blijkt uit een evaluatie van de meerwaarde van dorpsondersteuners in de Groninger dorpen Onderdendam, Ulrum en Wedde.

De introductie van de dorpsondersteuner is een van de initiatieven om de krimp en vergrijzing in dorpen in Groningen het hoofd te bieden.

De dorpsondersteuner houdt zich veelal bezig met de organisatie van informele zorg (door mantelzorgers en vrijwilligers), legt verbinding tussen sociaal en medisch domein, staat dorpsbewoners bij in hun relaties met zorgorganisaties en overheid, en/ of zet zich in voor de versterking van het verenigingsleven en de organisatie van (andere) sociale activiteiten.

Zorgkosten en werkdruk nemen af

Uit het onderzoek, uitgevoerd door de Aletta Jacobs School of Public Health , is gebleken dat door de inzet van de dorpsondersteuner zowel de zorgkosten als de werkdruk van bijvoorbeeld de huisarts afnemen.

Dit komt met name doordat de dorpsondersteuner vraag en aanbod naar informele en formele (door professionals) zorg aan elkaar koppelt. Tevens zijn er aanwijzingen dat vroegtijdige inzet van vrijwilligers hogere kosten op langere termijn kan voorkomen.

Ook draagt de dorpsondersteuner positief bij aan het welzijn en de leefbaarheid in de geëvalueerde dorpen.

Subsidie is noodzakelijk

Desalniettemin achten de onderzoekers het onwaarschijnlijk dat de de diensten van de dorpsondersteuner door marktwerking tot stand komen. Ze stellen dat overheidssteun in de vorm van (structurele) subsidie noodzakelijk is om dorpsondersteuningsprojecten (ook op de lange termijn) te laten slagen.

Vereniging Groninger Dorpen

Het onderzoek is op verzoek van Vereniging Groninger Dorpen en Healthy Ageing Netwerk Noord Nederland (HANNN) uitgevoerd. Het onderzoek richtte zich op de de bewonersinitiatieven van Dorpshuis Onderdendam, DörpsZörg Ulrum en Wedde Dat ’t Lukt.

menu