Onderzoek in Groningen wijst uit: VR-therapie leidt bij tbs-patiënten niet tot afname agressief gedrag, maar motiveert wel

Foto: Pixabay

Agressietraining met behulp van virtual reality leidt bij tbs-patiënten niet tot een belangrijke afname van agressief gedrag. Wel zijn patiënten zeer gemotiveerd om deel te nemen aan deze vorm van behandeling.

Dat blijkt uit onderzoek van forensisch psycholoog Stéphanie Klein Tuente van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het betreft de eerste grote behandelstudie met virtual reality in de forensische psychiatrie.

In virtuele wereld oefenen met lastige situaties

Het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen hebben hiervoor, in samenwerking met Universiteit Tilburg, TU Delft en CleVR, een virtual reality agressie-preventietherapie (VRAPT) ontwikkeld. Tbs-patiënten oefenen in de virtuele wereld met verschillende lastige situaties. ‘Bijvoorbeeld iemand die voordringt bij de kassa van de supermarkt’, licht Klein Tuente in een persbericht toe, ‘of de portier van een nachtclub die je niet binnen wil laten.’

Zo’n virtueel rollenspel voelt heel levensecht aan, aldus de onderzoeker. ‘De behandelaar heeft de controle over de virtuele wereld en maakt een situatie steeds uitdagender. Het is de bedoeling dat mensen leren om hun agressie in toom te houden.’

Kennis over agressief gedrag

Aan het onderzoek van Klein Tuente deden 128 tbs-patiënten uit vier tbs-klinieken mee. Het doel was om de effectiviteit van de nieuwe behandeling te onderzoeken, maar ook om de kennis over agressief gedrag te verbeteren.

‘Veel patiënten die in een tbs-kliniek verblijven, hebben moeite om hun agressie onder controle te houden’, schetst Klein Tuente het belang hiervan. ‘Dit heeft niet alleen negatieve consequenties voor hun eigen emotionele en fysieke welzijn, maar beïnvloedt ook de voortgang van de behandeling, én het leefklimaat in een tbs-kliniek.’

Geen significante afname van agressief gedrag

‘In tegenstelling tot onze verwachtingen leidt behandeling met VR niet tot een significante afname van agressief gedrag’, geeft Klein Tuente aan. ‘Wel blijkt dat patiënten zeer gemotiveerd zijn om mee te doen aan deze vorm van therapie.’

‘Een bijkomende bevinding is dat een aantal patiënten na afloop van de VR-therapie ook meer interesse toonde in deelname aan andere therapieën.’

Deze eerste studie is volgens Klein Tuente een belangrijke eerste stap voor de ontwikkeling van VR-behandelingen in de forensische psychiatrie. ‘We hebben laten zien dat verdere stappen nodig zijn, en dat daar draagvlak voor is bij zowel patiënten als therapeuten.’

Promotie aan Rijksuniversiteit Groningen

Stéphanie Klein Tuente promoveert 21 december aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar onderzoek naar het inzetten van virtual reality in de forensische psychiatrie. De titel van haar proefschrift is: Understanding aggression and treating forensic psychiatric inpatients with Virtual Reality .

Ze doet nu postdoctoraal onderzoek in Zweden.

menu