In Grijpskerk werd 11 november een pluimveehouderij geruimd na de ontdekking van vogelgriep bij kippen.

Rampjaar voor ganzen en zwanen door vogelgriep. Eenden en smienten nu met rust gelaten

In Grijpskerk werd 11 november een pluimveehouderij geruimd na de ontdekking van vogelgriep bij kippen. Foto: Jan Willem van Vliet

Experts verwachten deze winter een extreem hoge sterfte onder wilde (water)vogels door het huidige vogelgriepvirus, dat niet verwacht en toch plotseling in Nederland opdook.

,,Ik vrees dat dit net zo’n rampjaar wordt als 2016, toen de vogelgriep veel slachtoffers maakte onder kuifeenden en smienten’’, zegt viroloog Nancy Beerens van de Wageningen Universiteit.

Vogeltrek duurt nog even, en zo lang blijft het virus

Ze verwacht dat er nog heel wat slachtoffers bij komen omdat de vogeltrek nog een maand duurt. Waarom hetzelfde virus deze keer vooral ganzen en zwanen treft, is vooralsnog een raadsel.

Dat het virus na een paar rustige winters opeens weer in hevige mate opduikt (zie onderstaande kaart), blijkt volgens Beerens vooral uit de besmettingsgraad onder de vogels die voor onderzoek in haar laboratorium belanden -het nationaal referentielaboratorium voor vogelziektes van Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad.

Bijna alle gevonden vogels zijn besmet

,,We vervullen de wettelijke taak van het ministerie, onderzoeken monsters van de Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) en werken ook samen met Avinet, de overkoepelende organisatie van de pluimveesector die we moeten beschermen’’, zegt Beerens.

Bij het lab zijn nu zo’n 200 verdachte dode vogels binnen gebracht. ,,Die zijn bijna allemaal positief getest. Een uitzonderlijk hoog percentage. Dan mag je verwachten dat er nog heel wat slachtoffers bij komen.’’ Er zijn veel vindplaatsen in Friesland, onder meer langs de Waddenkust. Vanaf elke vindplaats gaan maximaal drie dieren naar Lelystad, ook al liggen er wel honderd.

Strenge maatregelen sparen pluimveesector

Beerens heeft ook goed nieuws: de pluimveesector blijft tegenwoordig redelijk gespaard, al zijn inmiddels vier bedrijven (een in het Fries-Groninger grensgebied bij Grijpskerk en drie in Gelderland) getroffen en geruimd. Over de Groningens-Duitse grens bij Aurich en bij Middelie (Noord-Holland) zijn hobby pluimveehouders met respectievelijk 35 en 25 kippen getroffen.

,,Kippen gaan allemaal dood aan het virus. Maar strenge maatregelen voorkomen tegenwoordig dat het virus van bedrijf op bedrijf overgaat. Dat zie je bij hoge uitzondering alleen nog bij buren of vestigingen van dezelfde eigenaar’’, zegt ze.

Volgens Beerens zijn na de grote uitbraak in 2003, toen miljoenen kippen zijn geruimd, maatregelen ingevoerd om herhaling te voorkomen. ,,Nu worden automatisch alle kippen binnen een straal van 1 kilometer rond een getroffen bedrijf geruimd, gelden er zeer strenge hygiënemaatregelen: douchen, omkleden, schoenen wisselen. De NVWA neemt monsters op alle bedrijven binnen 3 kilometer en tot op 10 kilometer afstand geldt een transportverbod voor alle pluimveeproducten.’’

Onderzoek in Lelystad, maar ook door de Gezondheidsdienst voor Dieren en de universiteiten van Utrecht en Rotterdam, moet nog een hoop duidelijk maken over vogelgriep. Net als bij corona is bijvoorbeeld onbekend waarom het virus voor veel vogelsoorten niet meer is dan een griepje dat weer over gaat, maar erg dodelijk voor andere- deze keer dus ganzen en zwanen. En dat een volgende keer, zelfs bij hetzelfde virus, andere vogelsoorten de klos zijn.

Een van de raadsels: hoe werken ‘insleeproutes’

Een van de onderzoeken gaat over ‘insleeproutes’: hoe is het mogelijk dat het virus een dichte kippenstal binnenkomt, ondanks alle regels, voorschriften en een ophokplicht. Alle kippen binnen houden, is volgens Beerens vanzelfsprekend. ,,Het virus komt mee met trekvogels en hun vogelpoepjes zijn heel besmettelijk. Daarom moet alle gevogelte binnen blijven, ook alle watervogels en hobbykippen.’’

Ze vermoedt dat een virusvrije kippenschuur bijna niet te maken valt. ,,Een ongeluk bij het naleven van de regels zit in een klein hoekje. En het virus kan natuurlijk ook altijd binnen komen via ratten en muizen, een poepje op het dak dat met regenwater via de luchtinlaat binnenkomt of de huiskat die per ongeluk de stal in schiet.’’

Verspreiding via de lucht is wetenschappelijk niet uitgesloten, maar die kans is volgens Beerens klein. ,,Er zijn aanwijzingen dat het niet via de lucht kan, zeker niet over honderden meters. Dat komt omdat virussen dood gaan als ze uitdrogen. In 2003 is in sommige gevallen waarschijnlijk wel virus met droge stalstof bij een nabijgelegen pluimveebedrijf terecht gekomen via de luchtventilatie. Die virus kwam uit stallen met een enorme virusproductie door besmette dieren, niet vergelijkbaar met virus uit wat besmette wilde vogeluitwerpselen op afstand. De kans dat die via de lucht een stal binnenkomt is verwaarloosbaar. Ook al omdat wilde vogeluitwerpselen in deze tijd zeer vochtig zijn en niet vervliegen. Maar een extra filter kan geen kwaad. Alles wat je kunt voorkomen, is welkom.’’

Primeur van West-Europa

Het laboratorium in Lelystad ontrafelde het virus, dat voortdurend in een andere vorm terugkeert, en ontdekte dat de huidige, zwaar besmettelijke variant (H5N8) overeenkomt met die van 2016. Het laboratorium kon daar gericht onderzoek op doen toen op 20 oktober de eerste dode zwanen in Kockengen (Utrecht) werden gevonden.

Landen houden virusinformatie op een centraal punt wereldwijd bij. ,,Daarom wisten we dat deze variant in augustus rondging in Kazachstan en Rusland, dat ook steeds opener is over virussen. Toch was de bevestiging wel een verrassing. We hadden verwacht dat andere landen, zoals Polen en Duitsland, eerder met het virus geconfronteerd zouden worden. Niet dus. Wij hadden nu de primeur van West-Europa.’’

Nog veel vragen

,,Elke jaar zien we andere virussen. Net even andere varianten die zich anders gedragen We volgen hoe die ontstaan, zoeken uit wie hun broertjes en zusjes zijn, maar kunnen er niet goed de vinger op leggen. Zo is onduidelijk waarom nu andere vogelsoorten worden getroffen dan in 2016.’’

Onderzoekers willen ook graag achterhalen waarom het griepvirus zich sindsdien drie winters achter elkaar rustig hield. ,,In 2017 was de vogelgriep beperkt en daarna kwam die niet meer voor. Er zijn theorieën over immuniteit na de grote uitbraak, en dat er nu weer meer jonge vogels zijn die later zijn geboden en weer vatbaar waren. Het kan ook te maken hebben met het type virus in de broedgebieden: het ene wordt gemakkelijker meegedragen dan het ander. Als een virus heel dodelijk, gaan trekvogels misschien al dood voordat ze hier zijn. Er is nog een hoop onderzoek te doen. Dat gaat lastig omdat we wilde watervogels moeilijk kunnen bemonsteren.’’

menu