Honderden soorten microalgen in Waddenzee zijn de reddende engelen bij een mogelijk voedseltekort

Katja Philippart: 'We zijn allemaal afhankelijk van de zee. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Foto: Martine van der Linden

Microalgen. Je ziet ze niet met het blote oog, maar ze zijn van grote betekenis voor al wat leeft. Mocht de voedselbehoefte van mensen ooit zo groot worden dat productie op het land daar niet meer tegenop kan boksen, dan zouden microalgen wel eens de reddende engelen kunnen zijn volgens Katja Philippart van het NIOZ.

Katja Philippart is onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel en bij Universiteit Utrecht. Microalgen zijn al jaren haar specialiteit en blijven haar boeien. ,,Alleen in de Waddenzee leven honderden soorten, elk met eigen eigenschappen. Er zijn zoveel dingen die we nog kunnen ontdekken. Daarnaast kunnen microalgen bijdragen aan een oplossing voor een mogelijk toekomstig probleem.’’

Namelijk dat de wereldbevolking zodanig toeneemt dat de voedselproductie op het land dit mogelijk niet kan bijbenen. Volgens Philippart zouden schelpdieren het antwoord kunnen zijn op het eventuele voedseltekort. ,,Ik onderzoek de interactie tussen microalgen en schelpdieren. Schelpdieren zijn een voedselbron die leven van algen. Het is daarom onder meer van belang om te weten wat goede leefomstandigheden zijn van algen en wat de klimaatverandering voor effect heeft.’’

Eerder voortplanten

Algen gedijen goed bij voldoende licht en voedingsstoffen. In de winter, als de dagen kort zijn, zijn er minder algen, in het voorjaar ontstaat een enorme bloei. Schelpdieren planten zich voort zodra het warm wordt. Een larf moet zo snel mogelijk groeien zodat hij zich in kan graven. Hoe langer hij in het water zwemt, hoe groter de kans dat hij wordt opgegeten. Om te groeien heeft de larf algen nodig.

Wat echter blijkt, is dat de voortplanting van sommige schelpdieren steeds vroeger in het jaar plaatsvindt, omdat het steeds eerder warm wordt. Een gevolg van de klimaatverandering. Maar microalgen zijn er zo vroeg in het jaar niet in grote mate. Daarvoor is het dan nog te donker. Met als gevolg dat larven langzamer groeien. Meer larven verdwijnen hierdoor in de buik van andere dieren.

De klimaatverandering heeft nog een ander effect. Schelpdieren in kustgebieden leven van zoutwateralgen, maar in belangrijke mate ook van zoetwateralgen. ,,Maar vanwege de droogte blijven de sluizen langer dicht. Hierdoor hebben de schelpdieren minder te eten. De snelheid van deze veranderingen neemt toe en we weten niet wat voor effect dat heeft op lange termijn.’’

loading

Kokkelexperiment

Het overheidsbeleid voor de Waddenzee streeft naar onverstoorde natuurlijke processen, dus daar kan de mens niet ingrijpen. Ondertussen neemt de vraag naar voedsel uit zee, zoals kokkels, wel toe. Het zogeheten kokkelexperiment moet leiden tot een oplossing. Philippart is vanuit NIOZ betrokken bij dit experiment. ,,In ons land zijn veel laaggelegen, verzilte gebieden achter dijken. Daar kunnen we misschien schelpdieren kweken onder meer constante omstandigheden.’’

Op Texel is een proefopstelling gemaakt. Zeewater loopt bij hoogwater via een hevel een binnendijkse kokkelakker in en bij laagwater er weer uit. ,,Het doel is om op deze manier zoveel mogelijk algen bij de kokkels te krijgen.’’ Maar het water van de Waddenzee is troebel en laat dus minder licht door, wat niet bevorderlijk is voor de groei van algen. Ook houden kokkels niet van slib in het water omdat dit hun kieuwen verstopt.

,,Dus laten we het water een omweg maken, zodat het zand en slik er gaandeweg uit zakken, het water helderder wordt en de algen nog wat doorgroeien. Hierdoor verbetert de waterkwaliteit voor de kokkels waardoor die sneller groeien.’’ Het binnendijks kweken van kokkels met behulp van microalgen uit de Waddenzee kan het antwoord zijn op een mogelijk voedselprobleem, zonder dat hiervoor het natuurlijk systeem verandert.

Smaakvolle schelpdieren

,,Wat dan nog wel moet gebeuren, is dat we de kokkels ook gaan eten,’’ zegt Philippart. ,,Dat doen we in Nederland amper. Onze kokkels worden veelal geëxporteerd naar Zuid-Europa. Maar ze zijn echt ontzettend smakelijk. Iets zoeter dan de mossel. Het is de moeite waard om ze te eten. Hoe dan ook, we zijn allemaal afhankelijk van de zee. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen, wat het vinden van duurzame oplossingen steeds urgenter maakt.’’

menu