De gemeente Terschelling en de familie Obendorfer hebben de Raad van State er in tweede instantie alsnog van overtuigd dat een bedrijfswoning bij Zelfpluktuin Groenhof noodzakelijk is om toezicht te houden op de kwetsbare gewassen die daar worden geteeld.

Eerder nog stuurde de Raad van State de gemeente terug naar de tekentafel, omdat de noodzaak voor een bedrijfswoning niet voldoende was onderbouwd.

De zaak is aangezwengeld door Stichting Ons Schellingerland (SOS). Die vindt dat de gemeente te makkelijk toestemming gaf voor de bouw van een woning in het kwetsbare buitengebied. Na de vorige uitspraak diende Obendorfer naast een positief agrarisch advies een onderbouwd bedrijfsplan in. De gemeente nam een nieuw besluit met de betere onderbouwing.

Volwaardig agrarisch bedrijf

Terschelling vindt het nog steeds noodzakelijk om een bedrijfswoning bij de zelfpluktuin te bouwen. De Raad van State merkt woensdag in de einduitspraak op dat na bestudering van het bedrijfsplan de zelfpluktuin toch als een volwaardig agrarisch bedrijf beschouwd moet worden. Ook al is de tuin maar drie maanden per jaar open voor het publiek. In de rest van het jaar zijn er voldoende werkzaamheden om de kwekerij voor te bereiden op het volgende kweekseizoen.

Toezicht op kwetsbare gewassen

De woning is vooral nodig voor het toezicht houden op de kwetsbare gewassen. Als er extreme weersomstandigheden zijn moet de familie Obendorfer direct maatregelen kunnen nemen. En dat kan niet vanuit de huidige ouderlijke woning 900 meter verderop, aldus de hoogste bestuursrechter.

De uitspraak betekent een opsteker voor Obendorfer die al een paar jaar bezig is een woning plus opslag te bouwen bij de zelfpluktuin. SOS bleef zich verzetten omdat zij vermoedt dat zodra de bedrijfswoning is gebouwd de zelfpluktuin aan de wilgen wordt gehangen.

Obendorfer ontkende dat eerder met klem.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Wadden