Met basisschoolleerlingen en mannenkoor West Aleta Singer wordt het vergaan van het schip West Aleta herdacht. Foto: Jan Heuff

Wijnschip West Aleta zette Terschellingers aan de drank

Met basisschoolleerlingen en mannenkoor West Aleta Singer wordt het vergaan van het schip West Aleta herdacht. Foto: Jan Heuff

,,Drankschip West Aleta, Ahoy! Wij zijn jutters, wij zijn jatters, wij zijn gokkers op de buit.” Het zijn zinnen uit het refrein van het gelegenheidslied, dat vrijdagavond luidkeels werd gezongen in de Tonnenloods op West-Terschelling.

Hier werd door het plaatselijke zangkoor en de eilander schooljeugd herdacht dat een eeuw geleden het Amerikaanse vrachtschip West Aleta voor de kust van Terschelling verging. Op het oog niet direct aanleiding voor een feest, maar de lading die het schip over het strand uitstortte, zette het eiland destijds voor maanden op zijn kop.

Die stranding zit zo gegrift in het collectief geheugen van Terschelling, dat op West-Terschelling een West Aletalaan bestaat, er het mannenkoor West Aleta Singers naar is genoemd, en een drankenhandel nog altijd de naam van dit legendarische schip voert.

In de vroege ochtend van 12 februari 1920 zendt de West Aleta noodsignalen uit. Het ruim 5000 ton metende stoomschip is tijdens een zware storm gestrand op de westpunt van Terschelling. De reddingboot Brandaris (I) weet langszij te komen, maar beukt zo hard tegen de scheepsromp van de Amerikaan dat de ankerkluis scheurt en het voordek ontzet raakt.

Drinken uit de klomp en de hoed

Schipper Jan Cupido en zijn mannen zien kans de 46 opvarenden via het springnet veilig op de reddingboot te krijgen. Nog dezelfde dag breekt het vrachtschip in tweeën en geeft een deel van de lading prijs. Die bestaat uit 35.000 vaten wijn, rode en witte port en geconcentreerde whisky – en talloze kisten levensmiddelen.

Met de eerste vaten die door de branding op het strand worden geworpen is het gelijk al prijs. Bij gebrek aan glaswerk drinken ze, nog op het strand, uit de klomp of zelfs uit de hoed. Talloze vaten worden verstopt achter de duinen en later in het donker heimelijk naar huis gereden of, afgetapt in laarzen, emmers en wasteilen, afgevoerd.

De lading die in het schip achterblijft, wordt volgens contract door Bergingsmaatschappij Dirkzwager uit Maassluis gelost. Die huurt op West vijf pakhuizen in en regelt paarden, karren en voerlieden. Voor transport van wrak naar haven is de Terschellinger vissersvloot ingehuurd. De eilanders eisen een hogere vergoeding en er dreigt een staking onder de bergers.

Honderden vaten naar Harlingen

Tussen de door Dirkzwager ingehuurde vissers uit Goedereede die met hun blazers helpen lossen, ontstaan vechtpartijen. Ze vluchten het gemeentehuis in om bij de burgemeester beveiliging af te dwingen. Als dat niet geboden kan worden wordt de officier van justitie in Leeuwarden over de toestand op Terschelling ingeseind.

Hoewel de Terschellingers een flink gat in de voorraad van de West Aleta hebben geslagen, gaat het merendeel van de lading na maanden bergingswerk naar de wal. Op de Noorderhaven in Harlingen rollen in het voorjaar van 1920 honderden vaten over de keien.

Een van de kopers is Siebrand uit Kampen, die zo de basis legt voor een grote wijnhandel. Ook Jan Kooyman uit Baaiduinen koopt een partij West Aletawijn. Toeval of niet; op de huizen van beide beginnende ondernemers prijkt nog altijd de naam West Aleta.

menu