De snoeiharde afspraak, vastgelegd in wetgeving, is dat het valse spel dat mensen soms spelen op een fatsoenlijke manier wordt aangepakt en afgehandeld. Oneerlijkheid, ook als dat criminaliteit heet, moet op een eerlijke manier worden bestreden. Het zijn grondbeginselen van de rechtsstaat, beginselen die moeten garanderen dat u niet ten prooi valt aan willekeur van de machtige overheid.

Vroeger toen niet alles beter was ging dat zo. Tegenwoordig deinst de overheid er niet voor terug de burger te besjoemelen en te bestelen. Schering en inslag is het niet, maar waakzaamheid is geboden. De onbetrouwbare overheid loert overal.

Bij de rechtbank loopt al jaren een strafzaak tegen vijf mannen uit Groningen die in 2011 werden gearresteerd als lid van een criminele organisatie. Zij zijn actief in de pluimveesector. In de kippen. De mannen zouden hebben gerotzooid met antibiotica. Daarmee zouden ze zowel veel geld hebben verdiend als de volksgezondheid in gevaar hebben gebracht. Het strafproces begon in 2013.

Er is nog altijd geen uitspraak, maar afgelopen donderdag, iets na één uur, gebeurde er na jaren juridisch gesteggel iets bijzonders: de rechters verklaarden het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. De vijf mannen kunnen nu niet meer strafrechtelijk worden vervolgd. Reden: vals spel van de overheid.

Halverwege het proces heeft een officier van justitie een getuige - een chef van de criminele inlichtingen eenheid - geïnstrueerd wat hij moest zeggen bij de rechter-commissaris.

Bam!

De advocaten spraken van een doodzonde, de rechters noemden het optreden van de officier van justitie beschamend. Justitie vond het ‘onhandig en niet professioneel’. De officier van justitie moest op zoek naar ander werk.

Het Openbaar Ministerie heeft geprobeerd met vals spel vijf mannen achter de tralies te krijgen. Dat dit niet groot in alle kranten is uitgelicht komt omdat de materie ingewikkeld is. Jan Boone, een van de betrokken advocaten, zei in 2017 tegen deze krant: ,,Aan wie het kan uitleggen schenk ik mijn advocatenkantoor.’’ Hij bedoelde maar.

Het was donderdag een zwarte dag voor de rechtsstaat. Terwijl in Den Haag de Kamercommissie het rapport Ongekend onrecht presenteerde - over de kinderopvangtoeslag - gaven rechters de Groninger politie op haar falie.

Lang verhaal kort: twee agenten willen na een melding van huiselijk geweld een man spreken. Als de agenten zijn woning betreden, richt de bewoner een vuurwapen op de agenten en dreigt te schieten. De agenten zijn sneller en schieten de man neer.

Er volgt een onderzoek. De rechtbank oordeelt dat de politie de belangen van de twee betrokken agenten voorop heeft gesteld en de rechten van de verdachte heeft geschaad. De rechtbank noemt dit zeer ernstig.

Advocaat Pieter van Diest had het tijdens de rechtszaak al gezegd: ,,De politie was niet op zoek naar de waarheid, maar wilde haar eigen zaak rondmaken. Er is geknoeid met verklaringen, processen-verbaal zijn vervalst, getuigen geïnstrueerd. Stuitend en verbijsterend.’’

Toen Van Diest de rechtszaal verliet keek hij nog even achterom en zei tegen de rechters, voor alle zekerheid: ,,Wij advocaten roepen dit soort dingen vaker, maar in deze zaak is het ook echt zo.’’

De officier van justitie hekelde de harde woorden van Van Diest. ,,Dat de raadsman zich zo laat gaan is bizar.’’ Donderdag gaf de rechtbank de raadsman gelijk. De verdachte ging niet vrijuit, maar kreeg een forse korting op de straf.

Alsof de donderdag er niet genoeg van kon krijgen. Want ook de kwestie rond Marinus, net 55 jaar geworden, beroerde de beginselen van de rechtsstaat. Marinus is al dertig jaar verslaafd aan alcohol. Om te kunnen drinken steelt hij.

Maar nu is hij moe van zijn verdronken leven. ,,Ik wil niet meer rondjes lopen op luchtplaatsen van gevangenissen, samen met al dat tuig. Ik wil zo graag naar het bejaardenhuis voor ex-verslaafden.’’ Hij denkt dat hij dan nog een kleine toekomst heeft.

Hij zat donderdag in de rechtszaal omdat hij wordt verdacht van diefstallen van flessen port bij de Albert Heijn en de Jumbo. Albert Heijn erkent hij. ,,Maar ik heb mijn fatsoen gehouden. Ik heb het afgehandeld met een tientje.’’ De rechters willen weten waarom hij een fles port van 6,49 euro steelt terwijl hij een tientje heeft.

Marinus laat de vraag even op zich inwerken, hij denkt niet meer zo snel. Dan, met het hoofd gebogen: ,,Ik was dronken.’’

De diefstal bij de Jumbo is een ander verhaal. Een klant zou hebben gezien dat hij een fles port onder zijn jas stopte en meldde dit aan een medewerker. Toen hij de winkel verliet werd hij aangesproken en de winkel ingeduwd waarna een worsteling begon met drie Jumbomannen. Marinus verloor. Twee mannen gingen op hem zitten in afwachting van de komst van de politie.

Tien minuten later kwamen twee agenten aangehold om hem in de boeien te slaan. Opnieuw een worsteling, waarbij Marinus een paar klappen kreeg te incasseren. Uiteraard delfde hij weer het onderspit.

In het proces-verbaal staat dat op het politiebureau uit zijn jas een fles port tevoorschijn kwam.

Bam!

De advocaat heeft de rechtbank gevraagd camerabeelden te tonen van de aanhouding en de worstelingen. En dat gebeurt. Te zien is wat zojuist is beschreven. De advocaat concludeert: had hij een fles port onder de jas, dan was die fles of gesneuveld of tevoorschijn gekomen. Kan niet anders. Dat in het proces-verbaal staat dat de fles pas op het politiebureau werd ontdekt, is vals. Hij had geen fles, er was geen diefstal.

De officier van justitie kent de camerabeelden niet (wat best raar is) en zegt: ,,Tja. Ik ga nu wel twijfelen.’’

Twijfel hoort in de rechtszaal in het voordeel van de verdachte te zijn. Maar de officier van justitie vordert geen vrijspraak, hij wil een nieuw onderzoek. De strafzaak moet worden aangehouden (uitgesteld). De uitkomst kan maanden op zich laten wachten.

Goed plan, vinden de rechters. Marinus niet. Hij wil best maanden wachten, maar niet in de gevangenis. Hij wil graag naar huis, naar de opvang voor mannen als hij.

Hij belooft dat hij niet opnieuw zal stelen, dat hij zich aan alle voorwaarden die de rechters maar kunnen bedenken zal houden, geef hem een enkelbandje erbij, nog beter. Smeekt: ,,Geef mij deze kans edelachtbare meneer, ik zal niks meer doen wat niet mag. Laat ik een scheet, dan snij ik mezelf in de vingers.’’

De rechters trekken zich tien minuten terug voor beraad. En? Marinus moet terug naar de gevangenis. Daar mag hij de komende maanden wachten. De politie kan dan ondertussen een proces-verbaal opstellen dat wel klopt.

Ongekend singulier.



Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Rechtbank