.

Herman Sandman schetst de sfeer langs de lijn en in de kleedkamer in coronatijd: ‘Kerel wat hest eten: Schotse collies in t zoer?’

.

Hoe gaat we in de kleedkamer en op de voetbalvelden om met corona. Herman Sandman schetst de sfeer: ,,’ n Haand geven met de ellebogen? Ik ben toch gain haalfmaale.”

Een rood-wit lint markeert de looproute van kantinedeur naar bar. Stickers op de vloer: ‘Houd 1,5 meter afstand’. Als Valentijn, linksback van het vijfde, koffie heeft en wil omkeren, snauwt barkeeper Batze, wijzend naar de vloer: ,, Bist blind? Der stoan pielen. Dai kaante op. ’’

Het lint loopt inderdaad door, naar de twee deuren die toegang geven tot het terras voor de kantine. De pijlen vallen Valentijn nu pas op en het besef is er dat hij zijn handen niet heeft gedesinfecteerd. Dat is Batze evenmin ontgaan: ,, De pootjes volgende keer insmeren. Zeker veur n vrijgezel as doe. Wel wait woar dien handen in hebben zeten. ’’

De verdediger stapt het terras op. Tot aan vorig seizoen de plek die afgebakend werd door grote staande asbakken. Maar ook sportpark De Baggelput, thuishaven van vv Slochterdam, is rookvrij geworden. Nicotineverslaafden moeten hun shot buiten de poort halen. Wat ze ook doen, zij het twee meter naast de ingang. De wereld verandert, denkt Valentijn, edoch niet te snel. En gelukkig is ook het humeur van Batze hetzelfde gebleven.

De laatste competitiewedstrijd eind maart

Het gesnauw van de barkeeper werd een verre herinnering, evenals de laatste competitiewedstrijd, begin maart. Wat glashelder op het netvlies bleef staan was het hoongelach waarmee zijn matties de eerste berichten over het coronavirus verwelkomden. Onzin. Bangmakerij. Overdreven. We slaan door, zijn niks meer gewend. Griep maakt meer doden. Kreten die logisch klonken na het zesde of zevende biertje, maar inmiddels het domein geworden van Viruswaanzin, Lange Frans en Janet Ossebaard.

Hij hoorde nog steeds de stem van keeper Herman, over hoe hij de pandemie tegemoet zou treden: ,, n Haand geven met de ellebogen? Ik ben toch gain haalfmaale.’’

Een week later zat het land in de intelligente vergrendeling. Scholen dicht, sportparken dicht, horeca, musea, kappers. Valentijn zag het eerst als een veredelde vakantie. Als ICT-er kon hij zijn werk gemakkelijk vanuit huis doen, over de kinderen hoefde hij zich niet druk te maken, die waren er niet en zijn vrouw Sanne had hem drie dagen voor Kerst verlaten, met de even simpele als geruststellende conclusie: ,,Het ligt niet aan jou, maar ook niet aan mij.’’

De mannen van VI maakte ruzie met elkaar, bij gebrek aan slachtoffers

Hij was er sneller overheen dan gedacht, verloor zich wat in het alleen-zijn en deed er luchtig over tegen zijn teamgenoten. ,,Ik ben toch liever op mezelf. Een groep wordt snel te veel. Jullie kan ik net aan. Of nee, eigenlijk ook niet.’’

Veel van wat wegviel miste hij niet. In het café kwamen vooral zemels, werken kon thuis, Valentijn was toch al van plan zijn haar weer lang te laten groeien en in een museum kwam hij ook voor corona nooit.

Het voetbal miste hij wel.

Dat werd duidelijker en duidelijker met het verstrijken van de tijd. De stilte op de televisie viel op. Champions League, Ere- en Eerste Divisie, alles viel weg, evenals het EK voetbal. De mannen van het praatprogramma Veronica Inside maakten bij gebrek aan slachtoffers maar ruzie met elkaar. Het was de enige opwinding in de voetbalwereld dit voorjaar.

Het ergste was evenwel het zelf niet spelen. Meer dan de derde helft miste Valentijn het achter de bal aanrennen. Bezig zijn. Er was bijna geen bevredigender gevoel dan na een duel bekaf in de kleedkamer te zitten.

Hij was gaan fietsen en hardlopen, deed elke ochtend buikspieroefeningen en bleef min of meer fit, ondanks dat het eerste wijntje ’s middags steeds vroeger op tafel kwam. Er ontbrak echter iets. In tijden van corona werd helder dat voetbal ook voor hem meer was dan voetbal.

Een club is een plek van samenkomst, van contact, verbinding. Een samenleving in het klein, met voor elk lid een taak of functie die bij hem of haar past. Van ballen oppompen tot shirtjes wassen en van boekhouding tot bardienst, iemand moet het doen en in een vereniging is plaats voor alle soorten iemanden. Zonder bestuur kan de terreinknecht niks en zonder terreinknecht staat een bestuur machteloos. Het is tevens een plek van emoties, ontlading. Juichen bij winst, huilen bij verlies. Een omgeving waar de maskers afgaan, waar de mens zichzelf is.

Misschien dat we elkaar daarom sneller op de bek slaan, dacht Valentijn. De berichten over schiet- en steekpartijen namen de laatste weken in aantal en heftigheid toe. Zonder sport en voetbal werd iedereen stapelwild. Mensen en vooral mannen moesten zich ontladen, anders ging het mis.

Met een drankje langs de kant van het veld

Ze trainden alweer enkele weken, vanaf het moment dat het weer mocht en in de vakantie gingen ze gewoon door. De Baggelput beschikte over een kunstgrasveld, daar kon altijd op gespeeld worden. De kantine bleef aanvankelijk dicht, maar dat werd soepel opgelost, net binnen en net buiten de corona-regels.

De een nam bier mee, de ander berenburg en cola en weer een ander Radlers en na afloop vleiden ze zich langs de kant van het veld. Laatste man Eddie had zelfs een schaal droge worst en kaas mee.

,,Zeker over van Pasen?’’, vroeg voorstopper Harmannus. ,,Nee, van de vrijmibo vlak voor Kerst’’, zei Eddie, ,,de kaas is wat groen en slatterig, maar daar betaal je in Frankrijk een Godsvermogen voor.’’

,,Hé lul, sta je weer te dromen?’’

Ook het derde en vierde zaten na afloop aan een van de picknicktafels, stonden op het overdekte terras, of lagen in het gras. Er waren meer die het voetbal had gemist.

Het vijfde maakte zich deze avond op voor de eerste oefenwedstrijd. Thuis tegen Steenhuizen 4. Ze speelden in de voorbereiding altijd tegen elkaar. De ploegen kenden elkaar door en door.

,,Hé lul, sta je weer te dromen?’’ De basstem van Herman, door iedereen ‘Herman The Sperman’ genoemd, klonk vlakbij het oor van Valentijn. De linksback grijnsde en diende hem van repliek.

,,Hoho, wat ben jij van plan? Of denk je dat je op anderhalve meter staat? Zoals je onder de douche over dertig centimeter praat, terwijl je drie centimeter bedoelt. Je bent te dicht bij bradda . Is om meerdere reden niet goed voor je gezondheid.’’

,,Ik zal jou eens even anderhalve meter geven’’, reageerde Herman, ,,praten we daarna even verder over gezondheid.’’

Roy kwam er bij staan, de enige van het team van voorin de twintig. Student bedrijfskunde en zanger bij hiphopgroep Batterij Voldoende Opgeladen, kortweg Bee-Vee-O. Snelle rechtsbuiten, slimme jongen. Nederlandse moeder, Indische vader. Het lopende bewijs dat mixed race mooie mensen genereert. Altijd vrolijk.

,, Fakka bitches ’’, zei Roy.

,, Fakka yourself ’’, bromde Herman.

,, Djiez ’’, reageerde Roy, ,,wat ben je toch een aarsbanaan . Relax, kill . Fakka betekent: hoe gaat het? Dat moet zelfs een D-cup boy als jij zo langzamerhand weten, joe .’’ De jongen begaf zich daarmee op glad ijs, want Herman was inderdaad fors aan de maat. Hij had manboobs .

,,Praat Nederlands vriend’’, gromde de goalie, ,,we zijn hier op een voetbalveld, niet op de straat, waar jij en je modderfokkervriendjes elkaar kietelen met dat ge-yo-bro-yo-klojo mijn wijk is een no-go zone .’’

Elk gesprek eindigt bij het vijfde in een battle, een word slam

Een buitenstaander zou kunnen denken dat de mannen elkaar niet konden luchten of zien. Maar zo klonk de taal van het voetbalveld. Bashen en dissen was communiceren. Zoals Batse snauwend achter de bar overeind bleef, zo mondde zowat elk gesprek bij het vijfde uit in een battle , een word slam . Ook dat had Valentijn gemist.

Het idee weer op het sportpark te zijn voor een voetbalwedstrijd gaf een onbestemd gevoel. Voetballen in tijden van corona was anders en ook weer niet. Vertrouwd en vreemd tegelijk. Nieuw waren bijvoorbeeld de twee kleedkamers die ieder team tot zijn beschikking had, om de anderhalve meter te garanderen. Gebleven was de wijze waarop leider Koos de shirtjes verdeelde. Een soort Bingo in een afkickkliniek.

,,Nummer zes.’’

,,Nee, ik moet twaalf hebben.’’

,,Ik vraag niet wie twaalf heeft, ik bied nummer zes aan.’’

,,Is van Roelof.’’

,,Moest werken.’’

,,Own.’’

,,Veertien.’’

,,Broekje of shirtje?’’

,,Wat hou ik hier omhoog mensen? Lijkt dit op een broekje? Nee hé, dus is het een shirt.’’

,, Staarf toch. ’’

,,Negen.’’

,,Johan. Zit in de andere kleedkamer.’’

Het uitdelen is één van de rituelen die ieder team voor elk duel meemaakt. In ontelbare kleedkamers, bij ontelbare ploegen gaat het zaterdags of zondags eender. Of een elftal jong of oud is, in de top speelt of in de kelderklasse, uit Marokkanen, Turken of Oost-Kalmukkiërs bestaat, Groningers, Friezen of Drenten, er is altijd een tasje of puut voor de portemonnees en er is altijd iemand die met een ‘ ik mout even downloaden ’ naar de wc gaat, waar korte tijd daarna een misselijkmakende geur vandaan komt en weer iemand anders roept: ,, Kerel wat hest eten? Schotse collies in t zoer? ’’

Het maken van de opstelling is eveneens een terugkerende exercitie. De leider kan de avond ervoor alles hebben doordacht, op de wedstrijddag is alles anders. Want die wil liever de eerste helft, een ander wil per se midmidden en een volgende doet het liefst kalm aan, vanwege een onwillige enkel, kuit, knie of rug. En altijd is er gedoe over wie van de wissels moet vlaggen.

Arjan: ,,Ik kan niet vlaggen.’’

Koos: ,,Je kunt niet voetballen en dat doe je ook.’’

Voetbal blijft voetbal, we kunnen er dagenlang over ouwehoeren

Valentijn denkt aan zijn vader, die tot zijn 65 e voetbalde. De verhalen over diens beginjaren kan hij dromen. Omkleden in een café, de boer die de schapen van het veld jaagt zodat de wedstrijd kan beginnen, een scheidsrechter die een klap met een klomp krijgt en een bal die zich bij regen zo vol zuigt met water dat een kopbal leidt tot duizeligheid.

Hoe anders is de 21 e eeuw. De knollenvelden zijn verleden tijd. Zowat iedere club heeft een kunstgrasveld, jeugd groeit op zonder slidings en de tenues zijn van honderd procent polyester. Er staat nooit meer iemand met een roze broekje in het veld, omdat zijn eega de witte en bonte was per ongeluk door elkaar gooit. Live voetbal lijkt steeds meer op een game.

En toch en toch.

Voetbal blijft voetbal. Het gaat nog steeds om 22 spelers en één bal. De intentie is om doelpunten te maken, de uitslag is winst, verlies of gelijk en over wel of niet buitenspel kunnen we dagenlang ouwehoeren.

Terwijl de traagsten bij het aankleden, Henry, Abel en Fred, de veters strikken, opstaan en shirtje en broekje rechttrekken, hoort Valentijn het tactisch praatje vooraf van Koos. Ook dat is in de dik honderd jaar dat het voetbal bestaat hetzelfde gebleven. Hij kan de woorden dromen. Het zijn teksten die in iedereen kleedkamer klinken: ,,Maak er een mooie wedstrijd van mannen. Blijf tikken. Voor mekaar bokje staan. Meters maken. Laat de bal het werk doen en mondje dicht tegen de scheids.’’

Als ze naar buiten gaan voor de warming-up wordt Valentijn overvallen door een gedachte. Misschien duurt het lang voor corona onder controle is, misschien ligt een nieuwe pandemie al te wachten. Of iets anders. Maar vroeg of laat komt er altijd een volgende wedstrijd. Het besef geeft rust en meteen daarop klinkt de stem van Koos.

,,Hé, Valentijn!’’

,,Ja.’’

,,Jij bent wissel. Je mag waterzak en bidons vullen.’’

menu