Opinie: Formule 1 moet niet rijden in Saoedi-Arabië

De F1 kwam vaker in de Golf, zoals hier in Abu Dhabi in 2018 waar Max Verstappen derde werd, maar Saoedi-Arabië staat nu voor het eerst ook op de kalender. foto AFP

De Formule 1 maakt volgend jaar zijn debuut in Saoedi-Arabië. Journalist Iris Timmer is verbaasd. Was de organisatie achter de races niet bezig haar imago op te poetsen?

„We zijn erg blij dat we Saoedi-Arabië mogen verwelkomen in de Formule 1,” liet Chase Carey, de baas van Formule 1, begin deze maand weten. Volgend jaar november staat de Saudi Arabian Grand Prix op de kalender. De coureurs zullen de strijd met elkaar aangaan op het asfalt van de stad Djedda. En terwijl alle ogen even gericht zullen zijn op de racende bolides, moet het vooral dienen als een rookgordijn voor de buitenwereld.

Sinds 2004 komt de Formule 1 in het Midden-Oosten, met races in Bahrein en de tegenwoordig traditionele afsluiter in Abu Dhabi. Erg spannend is die laatste overigens niet, de afgelopen zes jaar stond er altijd een Mercedescoureur op het hoogste podium. Maar nog nooit streek het circus neer in Saoedi-Arabië.

Het land is steeds vaker het middelpunt van grote sportwedstrijden zoals de Formule E (de elektrische variant van de Formule 1) en de Dakar Rally. Ook werden er grote voetbalwedstrijden gespeeld en werd een flinke zak geld uitgereikt voor de organisatie van boksspektakel ‘Clash of the dunes’, tussen boksers Anthony Joshua en Andy Ruiz jr. En nu is ook de Formule 1, mede door een sponsordeal die eerder dit jaar werd gesloten met de grootste oliemaatschappij ter wereld, gevallen voor de charmes van Saoedi-Arabië.

Sportswashing

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft al vaker gewaarschuwd voor sportswashing door Saoedi-Arabië: zo veel mogelijk grote sportwedstrijden organiseren om het dubieuze imago op het gebied van mensenrechten een beetje op te poetsen. Ook de Formule 1 werd een aantal weken geleden gewezen op het feit dat het erg slecht gesteld is met de mensenrechten in de Golfstaat.

Het gaat hier ook om een land dat op plek 170 van de 180 staat als het gaat om persvrijheid. Even voor de duidelijkheid: Nederland is nummer 5 op deze lijst. Het is een land waar vrouwen pas sinds 2018 toegang hebben tot sportwedstrijden en bij stadions nog steeds via een aparte ingang naar binnen moeten. Waar vrouwen sinds twee jaar mogen autorijden en pas recent het recht kregen om zonder toestemming van een man een paspoort aan te vragen.

En dan nog niet te spreken over de lijf- en doodstraffen die er jaarlijks worden opgelegd. In 2019 zijn 184 executies uitgevoerd, het grootste aantal ooit. Als dekmantel smijten de Saoediërs geld tegen elke grote sportwedstrijd die zich maar voordoet, en nu is de Formule 1 aan de beurt om hun reclamekar te trekken.

Strijd tegen ongelijkheid

Aan het begin van dit raceseizoen lanceerde de Formule 1 campagnes als #WeRaceAsOne en #EndRacism in de strijd tegen ongelijkheid en racisme. Schaars geklede dames werden bestempeld als ongepast en zijn in 2018 afgeschaft. Een jaar later kwam er een speciale racecompetitie voor vrouwen (de W series). In de trend van Black Lives Matter wordt nu steevast voor elke race door de coureurs geknield (of niet, als je Max Verstappen heet), gekleed in bijpassende shirts waarop staat: End Racism.

Maar wat zijn deze slogans, die pronken op de auto’s, shirts en mondkapjes, nog waard als je het hele feest naar een land stuurt waar ze de mensenrechten aan hun laars lappen en waar vrouwen nog steeds gebukt gaan onder het regime van mannen? De geloofwaardigheid van dat wat in wezen een goed initiatief is, neemt dan al snel af.

Als raceliefhebber wil ik graag geloven in #WeRaceAsOne en het doel van de Formule 1 om te strijden tegen ongelijkheid, maar een race in Saoedi-Arabië is wat dat betreft een stap terug.


Iris Timmer is filmmaker en journalist.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie