Juist nu een stempel drukken

Pionieren, experimenteren, innoveren. John Vernooij (52), ondernemerszoon en directeur van afvalverwerker Omrin, krijgt er nooit genoeg van in zijn zoektocht naar de perfecte kringloop. ,,Je moet niet van alles verstand willen hebben.”

Pionieren, experimenten, innoveren. John Vernooij (52), ondernemerszoon en directeur van afvalverwerker Omrin, krijgt er nooit genoeg van in zijn zoektocht naar de perfecte kringloop. ,,Je moet niet van alles verstand willen hebben.”

John Vernooij kijkt door het raam. Het uitzicht op de landerijen is mooi. Hij geniet er naar eigen zeggen te weinig van. Hij is ook niet zo vaak op kantoor, hier aan de rand van het Leeuwarder industrieterrein De Hemrik.

Vrolijke kringloopboodschap

De Omrin-directeur, inwoner van Heerenveen, is vaak op pad om zijn vrolijke kringloopboodschap te verkondigen. ,,Ik ben een man met een missie. Iets willen realiseren zat er al vroeg in.”

De man die sinds vijftien jaar directeur is bij de Friese afvalverwerker groeide op in een katholiek gezin in ’t Goy, een kerkdorp bij Utrecht. Zijn vader had een fruitteelt- en pluimveebedrijf. ,,Ik werd op jonge leeftijd aan het werk gezet. Vanaf mijn tiende moest ik appels sorteren. Ik heb later in mijn jeugd honderden kippen geslacht. Die verkochten we.”

IJsheiligen

Hij hoorde weerman Gerrit Hiemstra anderhalve week geleden zeggen dat het IJsheiligen was. Dus: kans op nachtvorst. ,,IJsheiligen was bij ons thuis een risicovolle periode. De bloesem van de appelbomen was prachtig, maar als het begon te vriezen kon de hele oogst weg zijn.” ‘Circulairder’ dan in zijn jeugd wordt het niet, zegt Vernooij. Melk werd bij de boer verderop gehaald. Zijn vader liet eens per jaar een koe slachten. Met het vlees kon het gezin tijden vooruit.

,,De coronacrisis maakt extra duidelijk dat we tegenwoordig heel erg afhankelijk zijn van een globaal systeem. Ik denk dat de regio weer veel krachtiger gaat worden. Steeds meer mensen beseffen dat we zuinig moeten zijn op de aarde. Het is geen toeval dat de omzetgroei bij De Streekboer enorm is. Ik kan me ook niet voorstellen dat Schiphol ooit weer in dezelfde omvang terugkomt.”

Keuze voor streekproducten

Als Vernooij boodschappen doet, kiest hij voor streekproducten. ,,En het liefst kom ik zonder plastic thuis. Dat lukt nooit helemaal, zeker niet na een bezoek aan een supermarkt. Thuis heb ik zonnepanelen. Ik rijd elektrisch. Als ik ga wandelen, raap ik zwerfvuil. Maar ik ben geen heilige. Ik vlieg soms en eet nog drie of vier dagen per week vlees.”

In 2005 verruilde hij Afvalverwerking Rijnmond (AVR, red.) voor Omrin. ,,Investeerders namen AVR over, geld werd de drijfveer. Ik had liever een breder perspectief. Bij Omrin, een publiek bedrijf met gemeenten als aandeelhouders, is behalve cash ook het milieu en het toevoegen van maatschappelijke waarde belangrijk. Neem onze Recycling Boulevard. Daar werken 350 vrijwilligers, variërend van studenten tot kwetsbare mensen die bij ons hun talenten ontwikkelen.”

Omrin is in de eerste plaats afvalverwerker en, het is bekend, drijver van de circulaire economie, gericht op gesloten kringlopen en maximaal hergebruik van producten en materialen. Het ideaal van Vernooij is om al het afval te recyclen.

,,Dat is het doel. Daarvoor hebben we producenten, consumenten, kennisinstellingen en de overheid nodig. Van de hele keten zijn wij de regisseur.”


Recyclewereld

Recyclen is in coronatijd trouwens een stuk lastiger. De vraag naar grondstoffen is simpelweg minder. ,,Als er in de recyclewereld geen geld meer wordt verdiend, is dat slecht. Het remt innovatie.” Omrin ondervindt nog meer hinder van corona: de energie die in de Harlinger afvalverbrander REC wordt omgezet in stoom en elektriciteit is veel minder waard, want deze is gekoppeld aan de gekelderde olieprijs.

Bij de afvalinzamelaar is het ,,in de lucht houden van operaties” prioriteit. ,,Onze werknemers krijgen meer erkenning. Ook in deze tijd worden de bakken geleegd. Bij het papier ophalen zijn we afhankelijk van vrijwilligers. Sommigen zijn gestopt, omdat ze niet met een ander op de auto willen. Gelukkig gaat het gros door.”

Toen Vernooij net begon bij Omrin gaf hij medewerkers het boek Good to Great van Jim Collins. ,,In het boek vecht een egel tegen een vos. De sluwe vos bedenkt steeds een nieuw plan om de egel te pakken te krijgen, maar het mislukt keer op keer. De egel doet juist steeds hetzelfde. Bij gevaar rolt hij zich op en zet de stekels op. Is het gevaar geweken, dan loopt-ie weer verder. Dat werkt.”

De essentie van dat zogeheten egelprincipe spreekt Vernooij enorm aan. ,,Je moet niet van alles verstand willen hebben. Je moet doen waar je de beste in bent, passie voor hebt en geld mee kunt verdienen. Dan ontstaat vooruitgang.”

Vernooij duwt, trekt, enthousiasmeert

Sinds 2016 is hij voorzitter van de vereniging Circulair Friesland, waarin Omrin, Friese gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken om van Friesland in 2025 de meest circulaire regio van Europa te maken. Vernooij duwt, trekt, enthousiasmeert. ,,Iemand moet het doen”, zegt hij. ,,Ik ben enorm gedreven, maar doelen moeten haalbaar zijn. In hiërarchie geloof ik niet. We doen het met z’n allen.”

Vernooij is ook voorzitter van de stichting BeStart, een collectief dat hulp biedt aan beginnende ondernemers die bezig zijn met duurzaamheid. Hij doet meer. In de nationale stuurgroep Plastic Pact brengt hij expertise in over sorteren en recyclen. ,,Het is tijd voor een noodzakelijke systeemwijziging. Ik vind dat er in elk plastic product een bepaald percentage duurzame plastics moet zitten. Als de overheid dat verplicht stelt, moeten bedrijven innoveren om een boterham te verdienen. Een gelijk speelveld met dezelfde regels voor iedereen is cruciaal.”

Vernooij voelt zich als een vis in het water op het ‘grensvlak’ tussen ondernemers en politici. ,,Wij zorgen bij Omrin voor onderling begrip. Ik zal een voorbeeld geven. Wij wilden onze afvalbakken van volledig gerecycled plastic laten maken. De gemeentes vonden het prima, maar wensten vijftien jaar garantie. De leverancier wilde maximaal twee jaar garant staan omdat de bakken nooit eerder zo waren geproduceerd.”

,,Uiteindelijk namen we genoegen met 35 procent gerecycled materiaal, waarna de producent wél vijftien jaar kwaliteit garandeerde. Dan kun je zeggen: dit is niet ideaal, niet goed genoeg. Je kunt ook zeggen: dit is een stap vooruit. Leren, experimenteren en innoveren gaan stapsgewijs. Inmiddels is niet 35, maar 80 procent de norm.”

Werktuigbouwkunde studeren

Op zijn achttiende ging John Vernooij werktuigbouwkunde studeren aan de TU Eindhoven. Die studie zou hij nu niet opnieuw kiezen. ,,Maar heb ik genoten? Ja. Ook toen al hield ik van organiseren. Ik was medevoorzitter van een commissie die vierhonderd buitenlandse studenten naar Eindhoven haalde om te spreken over Europese thema’s. Daar kreeg ik energie van.”

Laatst was hij met zijn zeventienjarige zoon, die na de zomer technische bedrijfskunde gaat studeren, terug op de TU. ,,Toen ik daar rondliep, dacht ik: liefst zou ik weer student zijn. Net als mijn zoon en achttienjarige dochter, die bedrijfskunde doet in Groningen. Het onbezorgde leven lijkt me heerlijk. Aan de andere kant weet ik dat ik juist nu door mijn netwerk en leeftijd mijn stempel kan drukken. Pas als de passie dooft, ben ik weg.”

menu