De bijen en het klusje van de imker

Lekkere honing...... Pixabay

Elvira van Maanen runt samen met haar echtgenoot de biologische boerderij ‘de Hooge Stoep’ in Nieuw-Balinge. Deze week verzorgt Elvira de wekelijkse column De Boer op:

Ik loop door onze keuken met mijn telefoon aan mijn oor en zoek pen en papier. ‘Mama’, roept onze zoon van vijf, ‘bel je met de bijenman, of hij langs komt!’ ‘Sttt’, roep ik terug, ‘even wachten tot ik klaar ben met bellen.’

‘Ja mevrouw, ik ben er nog en ik heb inmiddels pen en papier bij de hand. Geeft u uw bestelling maar door.’ Ik noteer de bestelling met mijn telefoon tussen mijn oor en schouder, terwijl ik met mijn andere vinger voor mijn mond naar mijn zoon gebaar dat hij echt nog even stil moet zijn.

Juist voordat de telefoon ging had ik onze zoon verteld dat ik de imker, die hier op het erf twee bijenkasten heeft gezet, had gesproken. Zoonlief vindt bijen reuze interessant en honing erg lekker. Sinds er tijdelijk een paar bijenkasten achter op ons erf staan, is die interesse nog wat aangewakkerd.

‘En nog 250 gram gehakt, een karnemelk en wat zei u als laatste? Honing, ja dat kan, we hebben diverse soorten.’ Ik zie dat mijn zoon aandachtig meeluistert. ‘Nee mevrouw, heidehoning hebben we nog niet, dat komt hoop ik…’
‘Het moet eerst nog meer gaan regenen, voor de bijen weer honing gaan maken’, brult mijn zoon op de achtergrond. Ik kijk hem nog een keer strak aan en gebaar dat hij nog even stil moet zijn en geduld moet hebben. Een lastige opdracht voor een vijfjarige die zijn moeder over zijn favoriete onderwerp hoort praten.

Ik rond het telefoongesprek af en mijn zoon kijkt me vragend aan. ‘Bel je nu de bijenman om te vragen of hij langskomt?’ Ik antwoord hem dat dat niet nodig is, omdat ik dat al heb afgesproken, maar dat hij pas na het eten komt. Als ik later de imker samen met onze twee oudste kinderen (3 en 5 jaar) bezig zie bij de bijenkasten, geniet ik. De imker laat ze alles zien, de kinderen mogen helpen met kleine klusjes en hij beantwoordt geduldig al hun vragen. Stiekem ben ik blij dat hij even al de ‘Waaroms..’ voor zijn rekening neemt.

’s Avonds als ik onze zoon op bed leg praten we samen nog even over de bijen. ‘Het was cool hè mam, dat ik bij de bijen mocht helpen. En ze hebben me niet geprikt dus ze vonden me lief. Later als ik groot ben word ik ook bijenman. En boer. En loonwerker. En klussenman.’ ‘Dat duurt nog even jongen’, antwoord ik. ‘Jij hoeft nog geen klussen te doen.’

‘Echt wel mam, er moet nog één klus gedaan worden zei de bijenman. Ik moet de honing nog proeven als hij hem er uitgaat halen.’ Ik moet lachen. ‘Nou, vooruit, die klus mag jij wel klaren, dan zal ik je helpen!’

menu